Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
14 décembre 2010 2 14 /12 /décembre /2010 01:05

 

Ingmar2.jpg

Hans Ingmar Heytze [Utrecht, 16 februari 1970] kreeg kunst met de paplepel ingegoten. Zijn ouders namen hem regelmatig mee naar musea, tentoonstellingen en festivals. Op jonge leeftijd kwam hij al in aanraking met poëzie tijdens de [Utrechtse] Nacht van de Poëzie in 1985, een evenement dat een onuitwisbare indruk achterliet op de jonge Heytze.

Op 15-jarige begon hij met dichten. Tijdens zijn studie Algemene Letteren [tegenwoordig Taal- en Cultuurstudies] in zijn geboortestad werkte hij mee aan het Utrechts Universiteitsblad en het hogeschoolblad Trajectum en diverse commerciële en minder commerciële mediabladen. Een column verschijnt op maandag in de sportkatern van de Volkskrant. Sinds 15 maart 2009 is Heytze stadsdichter van Utrecht. Hij is tevens muzikant in een band.

Ingmar Heytze is bedrijvig op een keur aan poëzieterreinen. Tijdschriften, festivals, bloemlezingen, uitgaven individueel of in groepsverband, CD, wat er zich ook maar aanbiedt en het staat hem enigszins aan, hij springt enthousiast op de kar. Zolang het maar in of omtrent zijn geboortestad gebeurt. Want Heytze lijdt aan een extreme vorm van reisangst, waardoor zijn universum zich voornamelijk in de eigen regio ontplooide. Sinds hij een Vespa heeft gekocht en aan zelftherapie doet, weet hij zijn actieradius te vergroten. En nood breek wet, zelfs de geestelijke, zodat hij wel eens op een verafgelegen poëziefestival gesignaleerd wordt.

Naar aanleiding van een jubileumbundel schreef Gerrit Komrij het voorwoord, waarin hij onder meer over Heytze zei: ‘Hij is een cultuurproduct, schrijvend met het gemak van een natuurtalent, dat door zijn lichtvoetigheid en directheid het gebruik van grote woorden acceptabel maakt’.

De stijl van Ingmar Heytze is sec, op kamertemperatuur. Introvert, het afstandelijke openbarend. Heytze ziet de werkelijkheid van nu en die komen zal. Hij is tevreden een dichter te zijn, maar is zich tegelijk bewust van de relativiteit van zijn filosofische beschouwingen op papier. Dat wordt subtiel aangegeven in het slotvers van 'In deze tuin'. Het gedicht is een biecht. In een ander gedicht schudt hij zijn leeftijd van zich af. Een gedicht is een foto, maar de dichter een donkere kamer. De tijden schuiven in elkaar tot een fractie van een moment. Telkens voelt hij zich anders dan hij is, maar hij is nu eenmaal, zoveel is hem wel duidelijk, wie hij is. Daar ik geen ontkomen aan. Wat hij ook niet wenst. Hij stelt vast. Ingmar Heytze berekent zijn plaats als een kapitein ter zee met een sextant in de aanslag.

Guido LAUWAERT

In deze tuin

 

Ik heb de wereld lang vertrouwd. Te lang.

Dat komt, ik had de wereld in mijn hoofd

en alles was wel vreemd maar toch bekend

genoeg en als ik iets vergeten was, wist ik

 

het vaak een half uur later weer en anders

deed het er niet toe. Goed, er waren altijd

nog de grote vragen waarop niemand ooit

een antwoord krijgt, maar die zag ik aan

 

van dag tot dag. Wat bleef ik goedgelovig

toen mijn hoofd werd leeggestolen, recht

achter mijn ogen: vreemde foto’s op de kast,

wie ik nog kende was verdwenen. Kijk, dát

 

vind ik nu verdacht. Berg uw camera maar

op, u bent te laat; vanochtend moffelde

een zuster, heb ik zelf gezien, de laatste

restjes van mijn wereld in haar binnenzak.

 

 

 

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche