Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
27 avril 2010 2 27 /04 /avril /2010 23:01

 

 DSC00066.JPG

van l. naar r.: Willy De Bleser, Frans Depeuter, Jan Veulemans, Robin Hannelore

Schepping is spel”, stelde Willy De Bleser. Donderdag 29 april nemen we nu in alle droevige ernst afscheid van een bescheiden, eerlijk vakman.

Willy De Bleser (°Boom, 26 februari 1934), schrijver van verhalen, novellen, fabels en korte romans, leerde ik kennen dankzij de culturele kring ExLibris. In een korte Ode aan de lezer, opgedragen aan John Bel, de bezieler van die toch wel merkwaardige kring, typeerde hij lezen als een spel dat zich 'met de betovering van de erotiek kan meten'.

'Bij het lezen denk je dan ook nooit aan plicht, wel blijkt het een nooit te bevredigen passie, een steeds weerkerende passie naar wat auteurs schreven en schrijven. Waarbij je nooit het gevoel hebt van het leven te vervreemden – integendeel: lezen is op ontdekkingstocht gaan. Of, zoals Hans van Straten deze levenshouding omschreef: “Wat moet ik met drugs? Als ik mijn neus diep tussen de bladzijden van een boek steek en de geur inhaleer, gaan er in mij meer werelden open dan ik ooit met hasj of LSD zou kunnen bereiken.”

Lezers zijn gulzige mensen: zij zoeken in de fictie verlangens te verwezenlijken die in de realiteit niet kunnen bevredigd worden. Dat heeft niks te maken met een vlucht uit de werkelijkheid: al lezend leven zij duizend levens.'

*

Willy De Bleser vond onderdak bij uitgeverij De Roerdomp, in het midden van de jaren zestig opgestart door de drukkerszoon Joris Lombaerts (1936-1991) die een gevarieerd fonds wist op te bouwen. Na De adders (1975), Het verhaal van Teraja en Werjonjo (1977) en Het concert (1981), publiceerde De Bleser Parijs-Tours (1983).

*

In 1990 onderstreepte Jos Vandeloo in een gesprek met Gazet van Antwerpen dat hij met De beklimming van de Mont Ventoux (Manteau, 1990) de eerste Vlaamse roman schreef die geheel aan de wielersport is gewijd. Hij hield kennelijk geen rekening met Kampioen in een doodlopende straat van Robin Hannelore (De Roerdomp, 1973), een biografische roman over Ward Sels, of met Parijs – Tours van Willy De Bleser (De Roerdomp, 1983), het tragische verhaal van de eeuwige tweede.

De in Vlaanderen jammer genoeg zo goed als onbekende Brusselse surrealist Louis Scutenaire (1905-1987), vriend van Magritte, vertrouwde de niet bepaald sympathieke maar niet minder erudiete Herwig Leus (1940-2003) toe: 'Wat mij in het wielrennen aantrekt is het heroïsche individualisme, de solitaire inspanning'. Schrijvers zijn daar inderdaad gevoelig voor, vraag het maar aan Wim van Rooy.

In Getande raadsels vertelt Patrick Conrad (°1945) hoezeer Hugo Claus gefascineerd was door de Ronde van Frankrijk. “Dan werd er drie weken lang 's namiddags niet geschreven. Een bergrit in zijn aanwezigheid mee volgen was een homerische belevenis”, waarbij hij “met een soort wagneriaans elan, zijn lyrische commentaar” op “de bovenmenselijke wilskracht van de renners” gaf...

Waar is de tijd dat bij poëziedagen en andere artistiekerige manifestaties ook een wielercriterium hoorde, en dat Nic van Bruggen (1938-1991), Paul Snoek (1933-1981) of Jan Vanriet (°1948) met de grootste ernst trainden? De Flandriens maken nu eenmaal deel uit van onze collectieve mythologie – en dat is niet alleen aan Karel van Wijnendaele (1882-1961) te danken. Denk maar aan Jan Emiel Daele (1942-1978) die over Strijd in de wielersport (De Steenbok,1970) publiceerde, of Willie Verhegghe (°1947), die een 65-tal erg goede 'wielergedichten' bundelde onder de titel Peyresourde (Poëziecentrum, 1987).

Met Parijs – Tours bevestigde Willy De Bleser zijn beheerst maar niet minder merkwaardig receptief inlevingsvermogen.

*

Indien mijn geheugen nog altijd is wat het ooit was, werd De Bleser zowat halverwege de jaren tachtig laureaat van de verhalenwedstrijd van het tijdschrift De Brakke Hond. Daar publiceerde hij nu in een geheel andere context – naast Herman Brusselmans, Luc Boudens of Kristien Hemmerechts – teksten als Xavier-Fernand, pictor fauvis (1986); De ratten (1987) en Pancritius of De Naam van de Oorlog (1988).

In de reeks bibliofiele uitgaven van De Roerdomp publiceerde hij nog Janezoe van Mensjarana (1992), waarna zijn werk een thuishaven vond bij Davidsfonds/Clauwaert: Gevecht met de els (1993), Dodendans (1997) en De grote leegte (1998). In 1989 verscheen bij De Nederlanden te Antwerpen de monografie Leven en werk van Jet Jorssen.

*

Naam en faam in de letteren genoot Willy De Bleser nauwelijks. In Vlaanderen is nu eenmaal de belangstelling voor de novelle als genre bijzonder gering is. Bovendien was hij qua temperament te bescheiden, te schuchter misschien, om welke vorm ook van zelfpromotie al was het maar in overweging te nemen.

Willy De Bleser overleed te Wilrijk in het A.Z. Sint-Augustinus op 22 april. Hij was ondervoorzitter van de Vereniging van Kempische schrijvers, voorzitter van het Jet Jorssen genootschap, lid van Kunstenaars voor de Jeugd, van de Vereniging van Vlaamse letterkundigen en van ExLibris.

De plechtige uitvaartliturgie in de parochiekerk Sint-Theresia te Ekeren-Bunt vindt plaats op donderdag 29 april om 10 u.

Samenkomst in de kerk, Waterstraat (in het steegje naast nr. 16).

De asverstrooiing geschiedt aansluitend op de strooiweide van de begraafplaats van Ekeren, Driehoekstraat.

Henri-Floris JESPERS

 

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche