Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
1 juillet 2014 2 01 /07 /juillet /2014 20:22

 

VanEeckhaut.jpg

Afgelopen nacht overleed Piet Van Eeckhaut (°Aalst, 10 oktober 1939), een van de bekendste strafpleiters van het land, oud-stafhouder van de Orde van Advocaten van Gent.

Het is niet prettig thuiskomen”, aldus Guido Lauwaert.

Na een reis van elf dagen de radio opzetten en twee minuten later in het radionieuws van één uur het overlijden vernemen van een goede vriend.

We hadden elkaar kort voor mijn vertrek nog enkele keren ontmoet, n.a.v. het interview voor de Poëziekrant en een zaak waarin hij een bemiddelingspoging ondernam in verband met een literair dispuut tussen de Erven Elsschot en ondergetekende. De zaak deed hij gratis, uit liefde voor de poëzie en zijn waardering voor Elsschot.

Het interview is opgenomen in de reeks “Wat betekent poëzie voor u?” in het zopas verschenen nummer van Poëziekrant. Van Eeckhaut belicht zijn intieme band met poëzie. Zijn voorkeur gaat uit naar gedichten over de liefde en de dood.

Zijn absolute lievelingsgedicht: ‘De tuinman en de dood’ door P.N. van Eyck.

 Hier volgt de integrale tekst. ■

*

Ik ben afkomstig uit een gewoon gezin, in de Groenstraat van Aalst. Een weinig poëtische straat… zonder groen. Mijn vader was een spoorwegman en volstrekt onpoëtisch. Zeer verstandig, zeer aangenaam, zeer loyaal. Mijn moeder hield van poëzie en droeg gedichten voor. Uit het hoofd! En dat wekte bij mij de poëtische reflex, gedachte op. Ze stootte mij ook naar voordrachtwedstrijden, waar ik nu eens als tweede of als vijfde eindigde. Soms als eerste!

Als liefhebber van de poëzie ben ik eigenlijk jong. Liefde en dood zijn thema’s van volwassen aard. Ik toon u mijn repertoriumboekje uit het Atheneum van Aalst. Je zal zien hoe ver ik toen verwijderd was van de thema’s Liefde en Dood. Pas veel later heb ik ingezien dat gedichten over de Dood vaak liefdesgedichten zijn. Marnix Gijsen; Geschenk van mijn vader: “Wij zaten samen, zwijgend, bij het vuur; mijn lieve vader / en ik. / Bij elk klokgetik / kwam zijn stervensuur / nader en nader.” Een lied van de zee. Van Helena L. Zwart! Een vergeten maar belangrijke dichteres: “Flauw flikkert het lampje in een visschers hut, / Oud moedertje zit bij het vuur en dut. / Als donkere schimmen hand in hand / Schuifelen schaduwen langs de wand. / Droef zingen de golven een wiegelied / Voor wie daar in de baren zijn leven liet.” Enzovoorts.

Mijn absolute lievelingsgedicht echter is De tuinman en de dood. Je kent het ongetwijfeld.

Liefde en Dood, de grote thema’s van Gerard Reve. Hoezeer hij ook beschouwd wordt als een prozaïst, is hij eigenlijk een dichter. Dagsluiting. Schitterend! Over zijn moeder: “Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder, / eindelijk eens goed gekleed: / boven het woud waarin zij met de Dood wandelde / verhief zich een sprakeloze stilte. / Ik was niet bang. Het scheen mij toe dat ze gelukkig was / en uitgerust. / Ze had kralen om die goed pasten bij haar jurk.” Je moet… om dat te mengen, het kritisch detail [eindelijk eens goed gekleed] en dan die tederheid, in wat volgt… een groot dichter zijn.

En dan de onsterfelijke Hugues C. Pernath. “Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan / Geen lichaam kan ooit het mijne voelen / Geen ander oor mijn verwarring, mijn onrust / In de sprakeloze plaag van de taal.” Wat verder. “Ik heb het laatste boek gedragen, van rechts naar links /”… dat is een toespeling op het misdienaarschap. Een goeie vrijzinnige moet een misdienaar zijn geweest. Maar dit terloops.

Ik heb altijd getracht poëzie in pleidooien te verwerken. Dat komt moeilijk over. Het gerecht is een weinig poëtisch bedrijf. Soms lukte het om met een citaat het gemoed te bespelen. En dan beginnen de beklaagden te tranen. Ze tranen niet om het gedicht, maar omdat ze naar de gevangenis moeten. Aan de jury zeg ik dit niet. Het gaat om het effect. Ach, pleidooien zijn geen hoogliederen. Ze kunnen bijzonder banaal zijn.

Van de grote redenaars uit de geschiedenis is Marcus Tullius Cicero mijn grote voorbeeld. Zonder enige twijfel. Om de poging tot overtuiging in de Pro Milone, die men eveneens in de poëzie altijd terugvindt.

Helaas, mijn vrouw, een romaniste, net met pensioen, zei me onlangs: ‘Het wordt akelig, het gebrek aan literaire belangstelling. Dat je niet meer kan zeggen: dat boek, die richting, die stroming.’ Als men dat niet meer kan doen, dan begrijpt men niet wat Nietzsche bedoelde – of was het Freud? – met zijn uitspraak: ‘Als allen moeten zwijgen, laat dan de dichters spreken.’


De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" -

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."

P.N. van Eyck

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche