Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
17 octobre 2010 7 17 /10 /octobre /2010 04:35

 

hcpWvdB.jpg

Het belang van de bijdrage tot de biografie van Pernath door Walter van den Broeck (°1941) kan niet genoeg benadrukt worden. Op 8 oktober hield hij de vijfde Hugues C. Pernathlezing, Het Land van Pernath.In mijn blog van 6 oktober onderstreepte ik dat de neef van de dichter aankondigde letterlijk een boekje op te doen óver en ván Pernaths moeder, Grace Helen van den Broeck, “tante Lène” (1911-1996).

Mijn FB-vriendin Miki (die in Frankrijk woont) reageerde kernachtig maar niet minder voorbarig (vond ik toch): “Is dit echt nodig na zoveel jaar, vind het een beetje misplaatst, maar ja als het zijn geweten geruststelt...” Wat er ook van zij, de verwachting waren hoog gespannen. Walter van den Broeck had immers onthullingen uit het familie-archief nadrukkelijk in het vooruitzicht gesteld.

Jammer genoeg kon ik de lezing niet bijwonen – maar des te rustig de tekst tot mij nemen. De dichter Jean Emile Driessens – sinds de prille jaren zeventig een onvoorwaardelijke bewonderaar van Pernaths poëzie – wist mij immers te vertellen dat de toehoorders zwaar onder de indruk waren van de (lange) lezing en bezorgde mij een exemplaar van de brochure.

In contrast met de vorige Pernathlezingen, die gekenmerkt waren door een objectiverende en thematische aanpak, koos Walter van den Broeck duidelijk voor een persoonlijke getuigenis. Hij schetste zijn familiale banden met Pernath en bekende daarbij dat hij thuis nooit met enige sympathie over “Huug” heeft horen praten. Uit het familiearchief haalde hij brieven aan waarin de spot gedreven wordt met “de dichter”. Hij verwees discreet naar zijn aanvankelijk schaarse contacten met Pernath (1931-1975), die hij pas na 1972 vaker te zien kreeg. Een tekst van “tante Lène” nam zowat de helft van de lezing in beslag – te oordelen aan de brochure.

Een paar jaar voor haar dood in 1996 belde Pernaths moeder Walter op: “Ze had haar levensverhaal opgeschreven en of ze dat eens mocht opsturen”. Zo kwam hij in het bezit van een gekopieerd manuscript met als titel Mijn en mijn zoons leven. Walter en zijn vrouw hebben er vele uren over gedaan om de oertekst tot een leestekst om te werken, “die zo dicht mogelijk bij het origineel blijft”. Die verkorte versie werd voorgelezen en gepubliceerd.

De vlag dekt echter de lading niet. De tekst eindigt immers abrupt in 1944.

Had ze niet meer te vertellen? Ontbrak haar de moed of de kracht om haar ambitieuze plan helemaal ten uitvoer te brengen? Of beschouwde ze haar opdracht als volbracht? Onwaarschijnlijk is dat niet. Toen ze mij belde zei ze niet dat het maar om een fragment ging. Ze was duidelijk. Ze had Mijn en mijns zoons leven geschreven. Over haar leven hebben we heel wat vernomen, over dat van haar zoon tamelijk weinig. Het lijkt wel alsof zijn leven eindigt in 1944, in een opklapbed, gelegen tussen zijn vader en zijn moeder. (Het Land van Pernath, p. 35)

In de eerste Pernathlezing, op 10 oktober 2002, heeft Joris Gerits (°1943), die in 1980 promoveerde op een proefschrift over Pernath, dit document humain bestempeld als “een aanzet tot een autobiografie”, geschreven “met een uitgesproken bedoeling van zelfverweer”. Dat Pernaths moeder belang aan die tekst gehecht heeft, “blijkt uit de verschillende met de hand geschreven versies ervan en uit het feit fat ze er ook een kopie van gemaakt heeft”. Haar aantekeningen “vormden blijkbaar haar tot archief gestolde herinneringen, een bron waaruit ze kon putten als haar daarom gevraagd werd”. (1) Dat kon ik zelf bij herhaling vaststellen.

Het zou verhelderend zijn te vernemen wanneer Grace van den Broeck die aantekeningen optekende en in hoeverre de verschillende versies al dan niet betekenisvolle discrepanties vertonen. Gaat het om een dagboek (zoals in de aankondiging van de lezing geponeerd werd), om een terugblik post festum, om een mengeling van beide? Wat er ook van zij, Mijn en mijn zoons leven is een pakkend, schrijnend document, waarin een eenvoudige en subjectief ongetwijfeld oprechte vrouw haar uiterst navrante verhaal (tot 1944) openhartig prijsgeeft. In haar aanzet tot een autobiografie wordt haar echtgenoot Charles Wouters uiteraard beladen met alle zonden van Israël. Op geen enkel moment weet ze enige afstand van zichzelf te nemen. Niets kan haar grote gelijk aantasten.

Merkwaardig genoeg wordt niets vernomen over haar latere toch wel heel bijzondere verhouding met haar zoon. Dat versterkt mij in de mening dat de datum van ontstaan van de tekst kapitaal is om hem contextueel ten gronde te evalueren. (Ik hou daarover een werkbare en onthullende hypothese in petto.)

Ik heb zowel Grace van den Broeck als haar tweede echtgenoot (2), Charles Wouters en zijn tweede vrouw / gezellin goed gekend. Vanaf 1966 behoorde ik tot de beperkte kring intimi van Pernath. Hij sprak mij vaak over zijn vader, zelden over zijn moeder, die nochtans vaak zijn soelaas was (om niet meer te zeggen...) wanneer hij met materiële zorgen of acute relatieproblemen worstelde. Ik durf dus gerust te stellen dat het document dat nu aan de openbaarheid prijsgegeven wordt kritisch gelezen moet worden: het zegt meer over Grace van den Broeck dan over (de jonge) Pernath.

Walter van den Broeck heeft er zich niet toe beperkt die tekst aan de openbaarheid prijs te geven. Hij doorspekte zijn lezing ook met persoonlijke op- en aanmerkingen over Pernath en zijn oeuvre. In dat verband ben ik het veelal met hem oneens. Meer daarover in een volgende aflevering.

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)


(1)Joris GERITS, Over een soldaat, 2002, pp. 6-7. “In Aantekeningen van een stambewaarder (1977) vermeldt Walter van den Broeck feiten over en verwoordt hij gevoelens van zijn tante Hélène […], die bijna woordelijk terug te vinden zijn in haar autobiografisch kladje. Ook in het lange gesprek dat Frank Albers met haar had, gepubliceerd in De Morgen van 22-1-1993, vertelt ze ervaringen uit haar leven in dezelfde of soortgelijke bewoordingen als in haar schets van 'mijn en mijn zoons leven'.”

(2) Architect Jan Jaak JACOBS (1909-1991), treffend geportretteerd door Paul SNOEK in zijn autobiografische roman Een hondsdolle tijd, Brussel / Den Haag, Manteau, 1978, p. 41.

Het Hugues C. Pernath Fonds publiceerde eerder:

Joris GERITS, Over een soldaat, 2002, 32 blz.

Stefan HERTMANS, Volleerd als maagd, 2004, 23 blz.

Henri-Floris JESPERS, De maskers van Melpomene.Pernath en het theater, 2006, 64 blz.

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche