Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
12 décembre 2009 6 12 /12 /décembre /2009 04:01

De bloeiperiode van De Dolle Mol situeert zich tussen 1972 en 1985. Als een gevolg van financiële implicaties van de censuurprocessen moest ik de Free Press Bookshop in 1975 na tien jaar sluiten, maar een deel van de (niet-commerciële) activiteit werd overgebracht naar het café. In het bovenlokaal werden met boeken, tijdschriften, posters en drukwerk thematentoonstellingen opgezet rond actuele politieke en sociale onderwerpen, meestal in samenwerking met een actiegroep of een documentatiecentrum. Ook werd met de hulp van Oxfam-Wereldwinkel wekenlang een alternatieve (vinyl)platenbeurs georganiseerd met vooral revolutionaire derde wereldmuziek. Een andere originele actie was tot driemaal toe een alternatieve stripbeurs met uitsluitend maatschappijkritische en satirische stripverhalen voor volwassenen in het Nederlands, Frans en Engels. Nog iets zeer vernieuwends was een leesbeurs van zogenaamde stadskranten uit heel Vlaanderen en Brussel, een nieuw verschijnsel van idealistische maandblaadjes die in grotere gemeenten niet-partijgebonden oppositie voerden tegen het lokale beleid – de eerste milieuacties! - en steevast een horzel waren in de nek van de bestuurders. Die en soortgelijke activiteiten trokken veel volk naar het café, dat verder ook als attractie een leesrek had met linkse weekbladen en literaire maandschriften. Broederlijk naast elkaar stonden er de strijdblaadjes van de marxistisch-leninistische Amada (later PvdA), de trotskistische RAL, de Christenen voor het Socialisme en van tal van andere klein-linkse groepjes (groupuscules de gauche) die elkaar niet zelden bestreden. In dat dagelijks bijgevulde leesrek stonden ook culturele blaadjes en brochures. Ook satirische bladen als De Zwijger, en toen het dagblad De Morgen (in 1978 de voortzetting van de opgedoekte socialistische partijkranten Volksgazet en Vooruit, onder hoofdredactie van voormalig studentenleider Paul Goossens) van de persen rolde werd dat gevierd met de distributie van honderd gratis exemplaren. Zowel de alternatieve stripbeurs als de stadskranten werden mobiel gemaakt met de Free Press boekenbus waarmee ik postvatte op festivals in Vlaanderen.

Natuurlijk vonden er ook van meet af aan poëzieavonden plaats in de gelagzaal, voornamelijk vanuit het literaire tijdschrift Enklave (Vrije Universiteit Brussel) van Frank de Crits, Frans Ariën en Jan Struelens. Een taaie mythe is dat na zo’n avond dichteres Ann Walravens, onder invloed tragisch om het leven kwam. Zij was de dochter van literator Jan Walravens (1920-1965) de theoreticus van de Vlaamse experimentele “vijftigers” rond het tijdschrift Tijd en Mens welks auteurs Ben Cami, Marcel Wauters en Albert Bontridder tot de vaste bezoekers en vergaderaars behoorden. Ook andere bekende auteurs kwamen er graag over de houten vloer; om er enkelen te noemen: Willen Frederik Hermans, Hans Plomp, Simon Vinkenoog (die er wel eens met zijn vrienden overnachtte), Willem M. Roggeman, Clara Haesaert, Pjeroo Roobjee, Jotie ’t Hooft, en van meet af aan ook zeer actieve linkse rakker, literator, stripscenarist en kineast Jan Bucqoy. Ook de Vijfde-Meridiaan-auteurs van uitgeverij Manteau zoals Marcel van Maele en Daniël van Hecke, en de medewerkers aan de polemische tijdschriften Bok en Mep: Julien Weverbergh, Herwig Leus, Jan Emiel Daele. Een jarenlang niet weg te denken stamgast was de veelgeprijsde en hooggeprezen Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers, van 1964 tot 1976 redactiesecretaris en later (hoofd)redacteur van de Brusselse uitgeverij Manteau. Zijn Dolle Mol-ontmoetingen en -belevenissen beschrijft hij in Groetjes uit Brussel opgenomen in Mijn Vlaamse jaren (1978, Arbeiderspers). En over de tapkast kon je gestencilde of gedrukte poëziebundels-in-eigen-beheer kopen van vaste klanten, die hun nachtelijke en doordrenkte inspiratie misschien wel in embryonale vorm ter plekke op bierviltjes hadden gekrabbeld. Over de literaire aspecten tot op heden van Free Press Bookshop / De Dolle Mol zou een boeiend boekje kunnen worden geschreven.

Natuurlijk was het meer dan een literaire ontmoetingsplaats. Het “café-met-galerie” was en is net zo goed een kunst- en muziekcafé. Ettelijke troubadours van diverse herkomst stapten musicerend de gelagkamer binnen en geregeld traden er op een geïmproviseerde estrade bandjes unplugged op. In de bloeiperiode kon men er alle Nederlandse kleinkunstplaten en protestsongs beluisteren, vooral van Boudewijn de Groot, Miel Cools, Sjef Vanuytsel, Dimitri van Toren, Johan Verminnen, Hugo Raspoet, Cor van der Goten, Wim de Craene, Luk Bral, Jan de Wilde, Kris de Bruyne, Leen Persijn, Frans Dingenen, Tim Visterin, Luk Saffloer, Vuile Mong & Vieze Gasten, De Vaganten, en ook de Vlaamse folk van t’ Kliekske, De Vlier, Wannes van de Velde, Walter de Buck en Willem Vermandere. Velen van hen kwamen trouwens ook wel eens persoonlijk langs na een zaaloptreden ergens in Brussel. De kroeg bleef immers meestal tot in de vroege uurtjes open. Daarnaast waren de Franse chansonniers op de platendraaier erg in trek, en niemand leek uitgeluisterd te raken op de Angelsaksische protestsongs van Bob Dylan, Donovan en zoveel anderen.

Hoewel in dit artistiek-literaire opzicht misschien uniek in Brussel, verschilde de kroeg niet veel van andere progressieve kunstcafés in Vlaanderen: Trefpunt (van Walter de Buck) in Gent, Skalden (van Jef Sprankenis) in Hasselt, De Mok (van Koen Calliauw) in Antwerpen, De Verloren Zoon in Mechelen, Nieuw Babylon in Brugge, Ranonkel (van Nik Verdonk) in Turnhout, anti-bourgeois-oase’s waarmee intens contact onderhouden werd. Elke stad had wel zo’n “kaffee” dat geregeld in het nieuws kwam al was het maar door de pesterijen vanwege de plaatselijke politie, iets waar De Dolle Mol ruim zijn deel van heeft gehad. (“Bruxelles ne sera pas un deuxième Amsterdam” baalde de liberale burgemeester Lucien Cooremans in ’72 om zijn preventieve politieoptredens te verdedigen). Dat brengt ons bij een andere koppige mythe: die van het drugsgebruik. Met stelligheid kan ik zeggen dat er bij mijn weten op geen enkel moment marihuana-produkten werden gedeald, laat staan hard drugs. En er werd ook niet geblowd. Darvoor moest je in die tijd in de Naamse-Poortbuurt zijn. In De Dolle Mol was dat ten enen male onmogelijk al was het maar doordat het café een uitgesproken links profiel had en daardoor constant in de gaten werd gehouden door overheidsinstanties. Het tegendeel is waar: er heerste op dat vlak paranoia bij de mensen die de zaak uitbaatten. Het ging zo ver dat wij ooit - tijdens en bezoek van een illuster Nederlands literair gezelschap dat een jointje opstak - in paniek het bordje “gesloten” ophingen en de gordijnen dichttrokken, tot de rook om ons hoofd was verdwenen. Het tolereren van drugsgebruik zou een zelfmoord van het café zijn geweest. Wat ons niet belette pamflettair te ijveren voor de legalisering van softdrugs, maar dit alleen was al genoeg voor de B.O.B. (Bijzondere opsporingsbrigade van de Rijkswacht) om ons te viseren. En het café had natuurlijk politieke vijanden die het in een kwaad daglicht zetten of verdacht maakten: de kringen rond de later verboden paramilitaire extreemrechtse VMO (Vlaamse Militantenorde) – die ooit een raid uitvoerde en barman en bezoekers gijzelde - en het reactionaire FDF (Front démocratique des Francophones) dat stinkbommetjes kwam gooien en de gevel bekladden.

Herman J. CLAEYS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche