Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
12 octobre 2009 1 12 /10 /octobre /2009 07:40


We schreven 1962 toen de poëzie van Hans Magnus Enzensberger mij in Nederlandse vertaling ('Schuim') geopenbaard werd door het onovertroffen tijdschrift Randstad. Van 1965 af las ik zijn zo sobere maar epoque makende tijdschrift Kursbuch. Nadien volgde ik op de voet de messcherpe analyses van de essayist Enzensberger.

René Smeets spreekt in Revolver terecht van

Een stem met gezag. Een pen die respect afdwingt. Een stijl die bekoort. Een immers bruisende bron van intellectueel genot.

Het gaat echter niet om kalligrafie, om een bekoorlijke stijl of om intellectueel genot, wel om nuchtere analyses. Wat blijft er over van de in bekoorlijke stijl en met intellectuele wellust geschreven en gelezen essays van de Franse “nouveaux philosophes”? In de meeste gevallen: blubber.

Wanneer je uit nostalgie maar met passende afstand de moeite neemt nog eens te gaan grasduinen in de lopende meters boeken die zwierig bijeengeschreven werden door bijv. essayisten als Michel Butor, Régis Debray, Bernard-Henri Lévy e tutti quanti dan stel je vast dat de bekoorlijkheid en de fioritures van de schriftuur het soms of zelfs vaak nog altijd doet, maar daar blijft het bij. Wanneer je een (ogenschijnlijk tijdgebonden) opstel van Enzensberger leest, dan beleef je nog de eerste morgen. Dat is ook het geval bij het herlezen van Jean Améry of Herbert Marcuse, maar zelden met de magistrale uiteenzettingen van Adorno of Habermas, laat staan met de neo-scholastieke discours van de pauzen van het postmodernisme.

*

Dit alles tussen haakjes, gewoon om te benadrukken hoeveel “intellectueel genot” ik mocht ervaren bij de lezing van de jongste aflevering van Revolver.

René Smeets stelde de focus op Enzensberger samen: gedichten, een essay over schrijvers in het algemeen en dichters in het bijzonder, een dialoog, eigenlijk een essay in theatrale vorm, en een voor de goede en vooral erudiete lezer een verrassende en bij wijlen hilarische toneeltekst over Goethe, tevens (Thomas Mann achterna) een ironische kritiek op het verkeerde begrip van het Duitse Bildungsdenken.

*

De lezers van Revolver krijgen er nog drie bijzonder lezenswaardige essays bij. Joris Note breekt impliciet een lans voor een verhelderende, namelijk politieke, gecontextualiseerde lezing van Gorter; Georges Wildemeersch wijst overtuigend op de invloed van het surrealisme op Hugo Claus; en Charl-Pierre Naudé behandelt speels maar niet minder overtuigend zijn elektronische briefwisseling met Breyten Breytenbach.

*

Samen met die 143ste aflevering brengt uitgever Gerd Segers echter een droeve mare. Met “pijn in het hart” heeft hij besloten de uitgave van Revolver vanaf 2010, na 42 jaar werking, stop te zetten. Ik laat hem hier aan het woord.

Als gevolg van een wet van 16 juli 2008 geldt er voor auteursrechten een nieuwe fiscale regeling die ingrijpend belastend is voor een door een kleine vzw uitgegeven tijdschrift.

De vzw Revolver […] is nu 'werkgever' geworden. Zij wordt belast met de verplichte broninning van een roerende voorheffing op de auteursrechten, het berekenen ervan en het overmaken van een gedetailleerde aangifte aan het Ontvangkantoor der Directe Belastingen. Een hele extra-administratieve rompslomp. De vzw doet zo in feite werk dat de belastingsdiensten in het verleden zelf deden.

De in België gedomicilieerde auteur moet niet langer auteursrechten op de belastingsaangifte vermelden en komt goed weg. Niet goed vergaat het de in het buitenland gevestigde auteur (Belg, Nederlander, e.a.). Die wordt verplicht een kafkaiaanse procedure met de eigen belastingsdienst op te starten om de auteursrechten te kunnen ontvangen. De door het tijdschrift Revolver steeds beoogde gelijke behandeling van Vlaamse en Nederlandse schrijvers wordt door de nieuwe auteurswet geschonden. Dit is onaanvaardbaar.

De almaar toenemende administratieve taken en de daaruit voortvloeiende groeiende verantwoordelijkheden zijn te zwaarwegend voor onze vzw geworden. Ze zetten duidelijk een verstikkende domper op het redactionele, op de 'echte' missie van Revolver: het uitgeven van een degelijk literair tijdschrift.

De beslissing van Gerd Segers illustreert nogmaals ten volle hoezeer de zogenaamde professionalisering de literaire sector genadeloos fnuikt. Literaire tijdschriften verdwijnen een na een. Niet uit gebrek aan belangstelling, neen, louter als gevolg van gecumuleerde, elkaar overlappende domme beslissingen die zonder enige dossier- of terreinkennis getroffen worden.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche