Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
11 juillet 2013 4 11 /07 /juillet /2013 01:59

 

DangreStandaard.jpg

Op wie zijn schrijvers jaloers? Op andere schrijvers natuurlijk. Een zomer lang vraagt vraagt De Standaard der Letteren aan jonge auteurs welk boek zij zelf hadden willen schrijven.” In DSL van 5 juli publiceert Jeroen Struys de neerslag van zijn gesprek met Yannick Dangre (°1988), auteur van de romans Vulkaanvrucht (2010) en Maartse kamer (2012) en van de dichtbundel Meisje dat ik nog moet (2011).

In Mededelingen van het CDR (aflevering 113-114, 26 maart 2008) publiceerde Y. M. Dangre het gedicht 'De laatste zanger', een hommage aan de pas overleden Hugo Claus. Hij werd bij herhaling grondig in de kijker gezet, zowel in het tijdschrift van het CDR als hier op de webstek.

'Ik heb geen aanleg voor jaloezie, ook niet tegenover schrijvers', aldus Dangre:

Het enige wat mij kan ergeren, is wanneer mensen onterecht erkenning krijgen. Meer dan jaloezie gaat het dan om frustratie, omdat mensen iets krijgen wat ze niet verdienen. Bij sommige literaire prijzen frons je wel eens de wenkbrauwen.

Tegenover auteurs van mijn generatie voel ik vooral solidariteit. Er zijn tegenwoordig redelijk wat schrijvers die in de jaren 80 geboren zijn. […] We hebben het voordeel dat we niet allemaal hetzelfde idee aanhangen, zoals de Vijftigers of de surrealisten. Ieder doet zijn ding, en dan ben je collega's, geen concurrenten. We gunnen elkaar het licht in de ogen.

Yannick Dangre onderstreept dat hij onmiddellijk gegrepen werd door de lectuur van À la recherche du temps perdu van Marcel Proust, die hij, 'tweetalig opgebracht', in het Frans las (zoals het hoort).

Ik heb nooit geprobeerd om als Proust te schrijven. […] Schrijvers die je bewondert zijn besmettelijk. […] Ik wist welke boeken en auteurs ik goed vond, maar ik wilde bewust niet schrijven zoals zij. Zo heb ik mij eigen stijl gevonden. Al blijft het een leerproces, met elk boek zal ik meer mijn eigen stijl vinden.

Yannick Dangre heeft een vaste column in het driemaandelijkse magazine Universiteit Antwerpen. In de jongste aflevering (juni, juli, augustus 2013) blikt hij melancholisch terug op de 'heerlijkheid van almaar doorgaande schooljaren'.

Als gastschrijver legt hij in Zuurvrij ('Berichten uit het Letterenhuis', nr. 24, juni 2013) zijn motieven en manieren bloot om zijn werk te archiveren. Des fleurs qui rêvent de finir dans des vases? Toch niet:

[…] publieke doeleinden heb ik niet met mijn archief. Ik ben meer van het type dat alles voor zijn dood verbrandt of, als ik tijd te veel heb, om een vals archief aan te leggen teneinde latere generaties lustig te verwarren.

Een vals archief aanleggen? Dat lijkt mij pas creatief. Nog wat anders dan een marmeren zelfbeeld te sculpteren en te polijsten, zoals Maurice Gilliams deed in de twee edities van zijn verzameld werk, of Saint-John Perse voor de Pléiade-editie van zijn oeuvre...

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche