Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
22 janvier 2014 3 22 /01 /janvier /2014 22:00

 

400px-Pieter_Bruegel_the_Elder_-_The_Tower_of_Babel_-Vienna.jpg

Pieter Bruegel de Oude

Op 3 januari wees ik hier terloops op de bespreking in 't Pallieterke van Karel Luyckx' Liefdesbrieven aan Antwerpen (Pelckmans, 2013) door 'De Brave Hendrik'. Tot slot van zijn bespreking stelt hij onzorgvuldig (op gezag van Luyckx?):

'Onze bekende schrijver Hubert Lampo heeft trouwens een theorie verkondigd waaruit simpelweg blijkt dat Adam in het aards paradijs uiteraard Antwerps sprak en geen Aramees...'

Niks Aramees natuurlijk. In feite bracht Lampo een bekend traktaat van Ioannes Goropius Becanus in herinnering, waarin de geleerde humanist stelt dat de Antwerpenaren een verbasterde vorm van de oertaal spreken. Becanus werkte mee aan de Plantijnse Biblia polyglotta,de belangrijkste wetenschappelijke bijbeleditie van zijn tijd. Jan Gerartsen van Gorp (1519-1572) latiniseerde zijn geboorteplaats en het nabijgelegen Beek, nu Hilvarenbeek.

goropiusportret.JPG

Goropius Becanus

In “Wat te doen met de hedendaagse Beroepsantwerpenaar?” (De Morgen,3 september 2013) – op zich een lezenswaardig opiniestuk – stelde Maarten Inghels roekeloos dat Becanus (1519-1572) wegens “dat ene Antwerpse fantasietje” nooit erkenning voor zijn werk kreeg.

Geen erkenning? Abraham Ortelius (1527-1596), Simon Stevin (1548-1620) en Baruch Spinoza (1632-1677) hemelden hem op; Josephus Justus Scaliger (1540-1609) en G. W. Leibniz (1646-1716) verwezen zijn etymologieën naar de prullenmand, maar vonden zijn werk dan toch interessant genoeg om er zich ernstig over te buigen.

Ziehier de reactie van Luc Pay:

'Becanus was de eerste die de hegemonie van het Hebreeuws als oertaal op de helling zette door interne, puur linguïstische argumenten (hoe lachwekkend ook naar ons gevoel vandaag) in de plaats te stellen van op de Bijbel berustende dogmatische stellingen – waardoor hij de ontzaglijke verdienste heeft de wetenschappelijke benadering van taalgenealogie en -verwantschap (mee) op gang te hebben gebracht.'

Dat geldt voor Becanus maar ook voor andere briljante renaissancistische geleerden, ik denk o.m. aan de Franse filoloog en oriëntalist Guillaume Postel (1510-1581).

Ongeacht de vaststelling dat een aantal van hun uitgangspunten en daaruit voortvloeiende stellingen geheel achterhaald zijn (net als een aantal eigengereide maar niet minder vernuftige en revelerende etymologieën van Plato), hun in vele opzichten baanbrekende inzichten hebben in niet geringe mate bijgedragen tot de ontwikkeling van de filologie. Die humanisten hebben o.m. filologische en historische constructies ontwikkeld om de / hun volkstaal adelbrieven te verlenen. Daarbij hebben politieke en confessionele factoren een niet onbelangrijke rol gespeeld.

In 1614 publiceerde Adriaan van Schrieck (1560-1621) Van 't begin der eerster volcken van Europen. Hij bewees dat, lang voor de opkomst van de Grieken en Romeinen, de Vlamingen uit Palestina naar de vochtige landen kwamen – 'keltige' in het Vlaams, vandaar 'Kelten' of 'Celtes'. Ze spraken een dialect, rechtstreeks ontsproten aan de primitieve Hebreeuwse taal. Het boek prijkt met een Latijnse titelblad, maar werd geschreven in het Nederlands. (Ik wil het hier nog niet hebben over de Friezen of de Britten als afstammelingen van één der tien verloren stammen Israëls – dat is een ander onderwerp... ).

*

Becanus werd al eerder door prof. dr. Piet Tommissen en uw dienaar ter sprake gebracht in Mededelingen van het CDR(nr. 105, 20 november 2007, pp. 4-19).

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche