Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
19 juin 2011 7 19 /06 /juin /2011 22:11

 

10 juni.Toon van Overstraeten overleden. Mijn vorige levens worden verder ontvolkt. Overspoeld door het verleden raadpleeg ik summier mijn chaotisch archief, neem enkele losse aantekeningen voor een in memoriam. In feite had Toon iets sfinxachtigs.

11 juni. Ik kan het niet laten de boeken van Toon ter hand te nemen. Van het een komt het ander en uiteindelijk zit ik geboeid te grasduinen in nummers van De Vlaamse Elsevier  en van (De  Nieuwe) Impact. (Dank zij Jan Scheirs kan ik nu eindelijk mijn immense collectie tijschriften moeiteloos raadplegen.) Ik laat mij verleiden tot het diagonaal herlezen van omslagverhalen die ik voor De Vlaamse Elsevier  schreef over Karel Jonckheere, Willy Vandersteen of diamant in Antwerpen; ik herlees commentaarstukken die ik op beslissende momenten in de geschiedenis van de Volksunie schreef: 'Hugo Schiltz, de nieuwe roerganger' (De Vlaamse Elsevier, 26 november 1973) en 'De terugkeer van de verbannen zoon' (De Nieuwe Impact, 15 maart 1981). qs

14 juni. Walter Soethoudt heeft altijd een enorme bewondering voor Toon van Overstraeten gehad. In zijn herinneringen, Uitgevers komen in de hemel (Meulenhoff / Manteau, 2008), noteert Soethoudt:

Toen Toon in 1985 op zoek was naar een titel voor zijn boek over 30 jaar Volksunie, suggereerde ik hem eentje door hem te wijzen op de plek waar ze waren gevestigd: het Barricadenplein. Toen het boek eenmaal was verschenen onder de titel Op de barrikaden, schreef Toon in mijn exemplaar de opdracht: 'Met dank voor het leveren van de titel, aan Walter Soethoudt'. (p. 234).

'La mémoire est un poète, n'en fais pas un historien' is een van de bekendste citaten van Paul Géraldy. Herinneringen zijn immers bijgebleven indrukken en het geheugen werkt nu eenmaal verdichtend (in alle betekenissen van het woord). Walter volgt kennelijk de raad van Géraldy: zijn memoires ontsnappen niet aan de verdichting. (Overigens, wie herinneringen publiceert doet dat zelden om zichzelf een bescheiden rol aan te meten...) In het geval van Op de barrikaden gaat het echter om een onbetwistbaar wapenfeit, waarover Walter naar eigen zeggen 'tot op vandaag zo trots is als een aap'. (Vermits de opdracht dateert van 29 januari 1985 is het echter evident dat Toon in 1984 naar een passende titel zocht...)

Walter komt de verdienste toe twee boeken van Toon van Overstraeten te hebben uitgegeven: De grote mutatie  (1976) en Daarenboven zegt zijn natte vinger hem...(1982). In dat laatste schreef Toon:

'Soethoudt, een uiterst merkwaardige uitgever, ditmaal niet zijn broek scheurend aan Toon van Overstraeten, zo hoop ik' – hiermee verwijzend naar de intekenlijst voor zijn nieuwe boek en de flop van De grote mutatie.' (Uitgevers komen in de hemel, pp. 234-235.)

17 juni. Maurits las het in memoriam Toon van Overstraeten verschenen op de blog Mededelingen (14 juni). Net terug van de begrafenis, stuurt hij een kort mailtje:

Ja,dit was iemand zoals er weinigen zijn en dit tot in zijn laatste levensdagen. Velen in de VU mochten hem niet, omdat ze niet tot aan zijn knieën raakten. En toch heeft hij nooit op 'minderen' neergekeken. Wat een werk- en levenslust, wat een talent, wat een kennis!

Ik hoef het je niet te zeggen.'

Maurits van Liedekerke (°Teralfene, 21 juli 1945) debuteerde in september 1965 in het tijdschrift Podium dat toen onder de redactie stond van Gust Gils en Remco Campert. In de herfsttijd van de Vijftigers hadden beide dichters een grote invloed op Maurits, die al eerder ingezonden had bij Vlaamse tijdschriften doch steeds beleefd afgewezen was. Gust Gils schreef hem in juli 1965:

Een van de droeve zijden van het tijdschriftredacteurschap is het moeten lezen van waardeloos werk van goedbedoelende debutanten en het moeten teleurstellen van deze laatsten. En een van de prettige dat er af en toe een aangename verrassing zoals uw inzending uit de bus komt. Als dit werkelijk uw proefstukken zijn, zie ik benieuwd uit naar uw verdere evolutie.

Zo verschenen in Podium  gedichten en verhalen van Maurits van Liedekerke, die in 1971 een eerste bundel in eigen beheer publiceerde, Als een glas water.Tien jaar later verscheen dan bij Stichting Dimensie te Den Haag de bundel Van het oog geen kwaad. In 1982 verscheen De wolk  (Sint-Niklaas, De Kleine Uitgeverij), geïllustreerd met vijf potloodtekeningen door Marc Gijsels, een gevoelig en als het ware geëtst kortverhal zonder fioritures. In Huis van gras (Antwerpen, Facet, 1987) neemt de dichter afscheid van het ouderlijke huis.

 

Ik heb het huis uit de hand gegeven

en zal voor altijd kwetsbaar zijn.

 

Ik bezit niets meer dan de kleur

van schaduw, de naam van een schip

 

Hoop Op Welvaart. Aan het bed van

een kind lieg ik elke avond verhalen.

 

Ik bouw een huis met blauwe regen

en zuigende lammetjes en een lachende schipper

 

die “Mosselen!”. Maar elke nacht

sterft onder het slagwerk van de seizoenen

 

de blinde boomgaard van mijn jeugd.

Ik heb het huis uit de hand gegeven

 

en in de kamers van mijn hart

schrijft een schaatser tekens van verraad.

 

In de poëzie van Maurits van Liedekerke zijn de beveiliging van het eigen universum en de koestering van een onvervangbaar gevoel van geborgenheid zonder meer fundamenteel. Hij koestert daarbij een intimistische heimwee naar de familie en de geboortegronden noteert:

 

Ik streel de bakstenen,de naden van de tijd.

Ik wrijf de korrels, de scharnieren kraken,

en lik de lome geur van regen op de daken.

 

Ik heb geen antwoord op de vragen

die uit de ramen staren. Ik weet niet

waarom de onrust aan de beenderen bijt.

Ik weet alleen, ik ben een schakel.

 

Vervolgens schreef Maurits een requiem voor Jan Van Liedekerke, geboren te Herzele op 16 augustus 1894 en gesneuveld te Diksmuide op 24 juli 1915. Voor een soldaat van de grote oorlog  (Aalst / Brussel, Vredeshuis / VOS Brussel, 1989) verscheen in een royale viertalige editie, geïllustreerd door Harold Van de Perre. Heinz Schillings verzorgde de Duitse vertaling, Peter Stinson de Engelse en ik nam de Franse tekst voor mijn rekening.

In het woord vooraf, 'Oorlog en vrede of De eindeloze geschiedenis van de slapeloze ruiters' onderstreept historicus en Boon-kenner Frans-Jos Verdoodt dat de stelling dat alle oorlogen vermijdbaar zijn

'klinkt als een avondlijke panfluit in een ver dal: na één of twee korte echo's valt de donkere nacht.

De rationele bestrijders van de oorlog lijken wel onmachtige slapeloze ruiters, alert doch nooit ter bestemming komend.

Misschien blijft er alleen nog een emotionele uitweg. Die van de kunstenaar en de boodschap van zijn werk [...].


AVvvl.jpgJaarvergadering van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (medio de jaren 1980). Centraal: Maurits van Liedekerke, geflankeerd door Clara Haesaert en Willie Verhegghen. Op de achtergrond, van l. naar r.: Tony Rombouts en Ludoviek Andries

 

In ZilverWerk  (Torhout, deBeer, 1992) bundelden Van Liedekerke en Willie Verhegghe een kleine selectie vroeger werk (ingeleid door Bert Decorte). Dat deden ze 'uit pure nostalgie – die goedaardige kwaal waaraan de meeste dichters in meer of mindere mate lijden'.

Over Voeten in de aarde  (Antwerpen, Contact, 1994), bij mijn weten de jongste dichtbundel van Maurits, waarin o.m. de pakkende cyclus 'In memoriam matris', schreef Yves T’Sjoen in Ons Erfdeel: 'Deze poëzie bevat een rijke plastische beeldspraak die, gegoten in pretentieloze taal, ontroerende inzichten biedt.' Het gedicht dat als motto voor de hele bundel fungeert, 'Ik lig aan het einde van de wereld', werd opgenomen in de onvolprezen bloemlezing Hotel New Flandres  (Gent, Poëziecentrum, 2008).

In het in memoriam 'Ben Cami ging, van Nod naar Eden' (Het oude land van Edigen en omliggende, jg. XXXIII, nr. 2, april-mei-juni 2005) onderstreept Van Liedekerke dat naam maken de betrachting niet was van de Kantieke Schoolmeester, die niet naast zijn schoenen liep. Hij roept 'de realistische dichter die waarnemende poëzie schrijft' op, 'de gepijnigde dichter die zijn afschuw voor oorlog en geweld uitschreeuwt', 'de berustende dichter die zich wel miskend voelt, maar er niet onder gebukt ging.

Ook Van Liedekerke is een verstilde, waarnemende dichter die grootspraak schuwt en niet te koop loopt met grootsprakerige en gezwollen gevoelens. Rijke beeldspraak, pretentieloze taal, ontroerende inzichten, inderdaad. Net als Ben Cami koos hij (niet alleen als dichter trouwens...) voor een low profile.

Maurits zoekt zelden publieke aandacht, dat is nu eenmaal de aard van het beestje. Toen hij een paar dagen geleden ereburger werd van Herne, besloot Maurits zijn dankrede met een citaat naar Herman van Veen:

Alles wat ik weet, weet ik van een ander en alles wat ik laat, laat ik voor een ander. Alles wat ik heb, is alleen een naam en die heb ik van een ander.

Dat typeert hem ten voeten uit.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche