Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
9 juin 2011 4 09 /06 /juin /2011 03:46

28 mei. Ik lees de beschouwing van Guido Lauwaert over 'Bloed en rozen' van Tom Lanoye, Guy Cassiers en Dominique Pauwels die straks op de blog Mededelingen zal verschijnen. Dat brengt mij meteen in herinnering de nog altijd meest aan te bevelen studie over Gilles de Rais, geschreven door Georges Bataille als woord vooraf bij de publicatie van verbijsterende (proces)documenten : Procès de Gilles de Rais. Documents précédés d'une introduction de Georges Bataille, 1959, herdrukt in 1965 en 1977.

Gilles de Montmorency-Laval, baron de Retz, enz. enz., Maréchal de France (1404-1440), beter bekend als Gilles de Rais, werd als tovenaar, ketter, afvallige, aanroeper van demonen, sodomieter en heiligschenner op 26 oktober 1440 te Nantes gehangen en verbrand. Om hen die datum goed in het geheugen te prenten werden die dag alle kinderen van Nantes tot bloedens toe gegeseld.

*

Gilles de Rais ben ik in de literatuur al vaker tegengekomen. Hij is via een grotendeels auto-fictioneel romanpersonage, de historicus Durtal, prominent aanwezig in Là-bas (1891) van Joris-Karl Huysmans, auteur van de brochure La Magie en Poitou: Gilles de Rais (1897).

Talrijke zijdelingse verwijzingen aan de wapenbroeder van Jeanne d'Arc werden verwerkt in Le Roi des Aulnes (1970) van Michel Tournier, die er later een roman aan wijdde, Gilles et Jeanne (1983).

Theaterman en -criticus Jean-Luc Jeener publiceerde in 2008 La tragédie de Gilles de Rais, met een woord vooraf door Robert Hossein.

In de Nederlandse literatuur werd Gilles de Rais centraal ten tonele gevoerd door Hubert Lampo in De Duivel en de Maagd (1955) en inspireerde Hugo Claus tot een lange monoloog, Gilles! (1988). Ad Beukering ondernam onlangs een poging de vraag te beantwoorden wat Claus heeft gefascineerd in de 'grand seigneur' die model stond voor Blauwbaard (cf. Boelvaar Poef, jg. 9, nr. 2/3, september 2009).

Hugues C. Pernath schreef de Main de Gloire-gedichten (1959-1960) ter nagedachtenis van Gilles de Rais. De verzamelbundel Instrumentarium voor een winter (1963) wordt trouwens ingeleid met een citaat van de satanist, ontleend aan Là-bas van Huysmans: 'Je suis né sous une telle étoile que nul au monde n'a jamais fait et ne pourra jamais faire ce que j'ai fait'.

Gilles de Rais werd ook al opgevoerd in albums van De Rode Ridder.

*

Gilles de Rais, massamoordenaar, kidnapper, seriemoordenaar: een verzamelaar, zoals in The Collector van John Fowles, of een obsessieveling, zoals Hannibal Lecter in Thomas Harris' The Silence of the Lambs. De esthetiserende fascinatie door het kwaad, die ook in zovele Vlaamse thrillers tot uitdrukking komt.

*

4 juni. Na een gesprek met mijn CDR-collega Jacques de B. raadpleeg ik Knaurs Lexikon Moderner Kunst (1955), het exemplaar dat op 19 juli 1956 aan Gaston Burssens geschonken werd door Gerrit en Annie Borgers.

OpdrachtGerrit.jpgTussen de pagina's van dit in helder geel linnen gebonden boek tref ik tot mijn verbazing een foto van mijn ouders en grootouders en een bibliografische inhoudstafel van Maatstaf, maandblad voor letteren onder redactie van Bert Bakker. De foto dateert van de tweede helft van de jaren vijftig (wellicht 1956) en werd gekiekt in Le Troubadour, destijds een bekend nachtcafé waar Patrick, de zoon van de uitbaters, met Franse chansons optrad. Van links naar rechts: Olympe Jespers-Gardien, Marguerite Jespers-Van Elslander, Floris Jespers, een onbekende en Paul Jespers. Grootvader was een nachtraaf, en mijn ouders vergezelden hem vaak. (De aanwezigheid van grootmoeder op de foto lijkt me een eerder uitzonderlijk 'bevroren' moment...)

Troubadour.jpgHoe en wanneer kwam die foto terecht in Knaurs Lexikon Moderner Kunst ? Zoals gezegd kreeg Burssens dit exemplaar van Annie en Gerrit Borgers; meer dan dertig jaar later werd het mij geschonken door Ivo Raes, de zoon van Burssens. Om redenen die ik kan vermoeden, zal ik die foto als geheugensteuntje in het boek opgeborgen hebben terwijl ik aan het werken was aan Klemmen voor koorddanser (1997).

Koorddanser.jpg

De inhoudstafel van de jaargang 1962/1963 van Maatstaf, een brochuurtje van een tiental pagina's, had toen al zijn weg gevonden naar Knaurs Lexikon – ook al om wat mij betreftevidente maar voor iedereen onverklaarbare gedachtenassociaties die louter te maken hebben met een al te idiosyncratische manier van werken... Op de laatste pagina van de inhoudstafel schreef Burssens een korte tekst over Van Ostaijens opvattingen over lyriek die hij later zou verwerken in een lezing.

MSburssens.jpg5 juni. Ik denk aan mijn FaceBook vriend Teun De Dobbelaere, projecten-coördinator bij de Academie voor Beeldende Kunst te Gent, die meldt dat zijn stervende kat een nieuw plekje heeft ontdekt, een kamertje die niet meer wordt gebruikt.

'Er staan een paar oude dozen en een oude zetel. Achter die oude zetel ligt ze vaak als ze rust wenst. Het zou me dan ook niet verwonderen mocht ze een dezer dagen/weken daarheen gaan om over te gaan. Een kat zal op gepaste tijd afscheid nemen van haar huisgenoten. […] Ik ben dolgelukkig dat ik het eerste advies van de dierenarts niet heb gevolgd. Hij wou haar op 28 mei al euthanaseren. Ik heb er lang over getwijfeld wat het beste zou kunnen zijn...het belangrijkste is dat ze een katwaardig leven leidt en ze eveneens op een katwaardige manier kan heengaan. Ik ben blij dat ik gekozen heb voor palliatatieve zorg. Zolang ze wil, kan ze blijven....het is aan mijn maatje Tjokke om te beslissen wanneer ze wilt gaan. Terwijl ik dit nu typ, zit ze hier op mijn bureau me aan te staren.

Ja, van de discrete elegantie van een stervende kat hebben we nog veel te leren. Dat heb ik al vaak kunnen vaststellen.

7 juni. Bloggen heeft wel degelijk zin. Van Dirk De Geest, professor literatuurwetenschap aan de K.U. Leuven, ontvang ik vanochtend het levensbericht over Wilfried Adams dat hij voor de Leidse Maatschappij voor Letterkunde schreef. Hij koos bewust voor een nauwelijks biografisch portret (in tegenstelling tot het gebruikelijke genre):

Het is niet meer dan een presentatie van de dichter voor een breed publiek, in de hoop dat daarmee enige belangstelling voor zijn werk ontstaat. In dat artikel verwijs ik naar uw blog, aangezien uw bijdragen tot de meest diepgaande over de auteur behoren.

*

Dirk De Geest stipt terecht aan dat Wilfried gefrustreerd was omdat 'lezers en recensenten nauwelijks oog hadden voor het belang en de samenhang van zijn werk'. In Van Ostaijen tot heden  (Vantilt, 2001) toont Geert Buelens aandacht voor het werk van Wilfried Adams. Hugo Brems (Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005; Bert Bakker, 2006) echter voert hem alleen ten tonele als co-redacteur van het (efemere) Impuls-manifest.

Dirk De Geest onderstreept terecht het belang van de bloemlezing Hotel New Flanders (Poëziecentrum, 2008):

Toch valt het de jongste jaren met die miskenning van Adams alles bij elkaar nog mee. Zo is de dichter postuum herdacht in enkele mooie essays, niet alleen van de hand van de verwante dichter Henri-Floris Jespers (op zijn belangrijke persoonlijke blog), maar ook van de veel jongere poëziecriticus Patrick Peeters, die met postmoderne tijdschriften als Nieuw-Zuid en nY wordt geassocieerd. Minstens even belangrijk is de literaire erkenning die Adams te beurt viel in de recente bloemlezing uit de Vlaamse poëzie Hotel New Flandres. De samenstellers – die met hun uitgave een duidelijke herziening van de gangbare canon beogen – nemen van Wilfried Adams niet minder dan vijf gedichten op (jammer genoeg enkel uit de periode tot en met Geen vogelkreet de roos). Die ruime selectie wordt verantwoord door te onderstrepen dat Adams als een authentieke ‘oeuvredichter’ kan gelden.

Toen Wilfried aan zijn verhandeling werkte (“Mijn gegeven woord” van Hugues C. Pernath. Een syntaktische benadering. KUL, Fakulteit Letteren en Wijsbegeerte. Promotor: prof. dr. M. Janssens. 1972, 118 p.) bracht ik hem als go-between in contact met de ongenaakbare Hugues.

Ik besprak twee bundels van Wilfried: Geen vogelkreet de roos  (Soethoudt, 1975) in het Nieuw Vlaams Tijdschrift (waar Wilfried publicatiemogelijkheden kreeg) en Uw afwezigheid – een strategie van het verdriet  (Hadewijch, 1986) in Diogenes. (Ik zetelde trouwens in de jury die Uw afwezigheid  met de prijs van de Provincie Antwerpen bekroonde.)

Hoewel hij kon rekenen op reguliere uitgevers was Wilfried erg verbitterd. Hij voelde zich zwaar miskend. Ikheb nooit begrepen waarom hij toch zo gesteld was op de waardering van bepaalde critici over wie hij zich slechts laatdunkend kon uitlaten...

AdamsVan l. naar r.: Luc Boudens, Wilfried Adams en Henri-Floris Jespers in Thalamus

Dirk De Geest werkt aan een boek over De Tafelronde. Ik hoop dat hij buiten de betreden paden treedt en de aandacht zal vestigen op twee tot nu toe m.i. verwaarloosde aspecten: nl. de aandacht van Paul de Vree voor 'la Belgique sauvage' en, vooral dan, zijn rol als gangmaker van de concrete, sonore en visuele poëzie. (Prof. em. Piet Tommissen (°1925) heeft de jongste jaren herinneringen aan DeTafelronde in strikt privé-edities gepubliceerd.)

*

Tsja, het toeval bestaat niet. Mijn vriend Hubert Lampo initieerde mij decennia geleden in (zijn opvatting van) de Jungiaanse synchroniciteit. En, jawel, deze middag had ik een afspraak met de dichter Bert Bevers in BatoBatu aan het Mechelseplein ('het dorp), uitgerekend de plek waar ik geregeld met Wilfried nachtelijk overleg pleegde. De laatste jaren van zijn leven zat Wilfried daar ook elke donderdag middag met Michel Bartosik (soms ook in het gezelschap van de eigenzinnige en erudiete Peter Bormans).

Bert en ik zouden overleggen over de verdere opbouw van de CDR-blog (een soortement 'redactievergadering' dus...). In de loop van het gesprek vielen de namen van o.m. Erik van Ruysbeek, Karel Jonckheere en... Wilfried Adams – 'een uitmuntend dichter die een mooi oeuvre nalaat', aldus Bert.

Achteraf gingen we foto's nemen van de woning van Emma Lambotte (zie de blog van 17 mei) en werden we gekiekt voor de Sint-Joriskerk (zie de blog van 31 mei), op de plek waar Paul van Ostaijen c.s. op 16 september 1917 'door' daden, woorden, gebaarden, zijne Eminentie Kardinaal Mercier, aartsbisschop van Mechelen, in de uitoefening van zijn bediening' hebben gesmaad.

7-juni-2011.JPG

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche