Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
5 novembre 2014 3 05 /11 /novembre /2014 19:33

 

CaretteKatten.jpg

Hendrik Carette (2005)

Het liefst zou ik nu willen dat mijn nieuwe (achtste) dichtbundel uitgegeven zou worden bij Van Oorschot in Amsterdam of bij Vantilt in Nijmegen. Ook bij uitgeverijen als Nieuw Amsterdam, De Harmonie, Cossee, Atlas, Bert Bakker, Prometheus, Augustus, Ambo, Querido, Het Wereldvenster, De Geus of Hollands Diep zou ik uiteraard niet neen zeggen (Alleen die mooi klinkende namen al!). En het blijft een feit dat een dichtbundel die in Nederland werd uitgegeven in Vlaanderen meer aandacht krijgt en als het ware meer prestige geniet. Hoewel mijn gedichten daardoor natuurlijk niet beter of niet slechter worden.

Vroeger was natuurlijk alles beter, want vroeger gaf Geert Van Oorschot dichtbundels uit van Jan van Nijlen en Richard Minne. Vroeger had je hier nog uitgeverijen als Orion-Desclée de Brouwer, Sonneville (die soms een coproductie met Nijgh & Van Ditmar kon presenteren), Soethoudt (idem), Heideland-Orbis, De Roerdomp, Kritak, De Gulden Engel, Van Hyfte en Danthe en dan vergeet ik nog namen. Al deze Vlaamse uitgeverijen zijn nu verdwenen wegens wanbeheer of wegens amateurisme, wegens gebrek aan kapitaal of gewoon wegens een slechte distributie in de boekhandel en uiteindelijk wegens een gebrek aan interesse. Slechts één zeer typerend Vlaams voorbeeld : iemand als Luc Devoldere (toch niet de eerste de beste, want hoofredacteur van Ons Erfdeel en het Franstalige Septentrion en auteur van zeer leesbare literaire essays of literaire journalistiek), had voor zijn vijf zèlf geschreven boeken al niet minder dan vier diverse uitgevers: in 1994 uitgeverij Pelckmans voor zijn Grand Hotel Italia, in 2002 uitgeverij Lannoo voor zijn Wachtend op de Barbaren, in 2006 uitgeverij Atlas voor zijn boek Mijn Italië, in 2009 ditmaal dezelfde uitgever voor Lucifers bij de brand en ten slotte voor zijn meest recente boek Tegen de kruideniers dit jaar weer een andere uitgever en met name (o ironie!) dan nog De Bezige Bij Antwerpen. Mij stoort dit niet, ik lees met mijn potlood in de hand en ik geniet of ik geniet niet, maar het illustreert wel de malaise in de uitgeverswereld of in de boekenwereld en dan is dit nog iemand die allicht een groot netwerk heeft en goed schrijft en citeert… Ook een dame als Lucienne Stassaert die wel meer boeken op haar naam heeft staan heeft al een ware zoektocht naar een goede uitgever achter de rug. Het zou hier een hele opdracht zijn om al haar voormalige diverse uitgevers te citeren, maar het moeten er minstens zeven of negen of nog meer zijn (Desclée de Brouwer, Orion, Johan Sonneville, Contramine, Manteau, Hadewych, Corrie Zelen, om ten slotte te belanden bij uitgeverij P te Leuven). En ik herhaal het; op zich is dit misschien helemaal niet zo erg maar het bewijst wel dat deze diversiteit of deze wildgroei en woekering van veelal kleine (bibliofiele) en grotere uitgeverijen hier zowel in het noorden als in het zuiden ten koste gaat van de lezer en de boekhandelaar die zich in deze doolhof van al lang gevestigde of uiterst marginale uitgeverijen moet begeven.

Bovendien zijn hier niet minder dan vijf à zes literaire tijdschriften verdwenen (Kruispunt, Kreatief, De Vlaamse Gids, Diogenes, het N.V.T. en in al deze tijdschriften werden nota bene mijn gedichten gepubliceerd!). En ook hier vergeet ik wellicht nog andere namen van andere tijdschriften. Ook het uitstekende Nederlandse tijdschrift Maatstaf (De Arbeiderspers) verschijnt trouwens niet meer. Zoals Parmentier, Gedicht, Kentering, Raam, en zelfs het oudste literaire tijdschrift van ons taalgebied De Gids was bijna verdwenen (verschijnt nu als een supplement bij het weekblad De Groene Amsterdammer), De Revisor (verschijnt nog slechts tweemaal per jaar als een soort halfjaarboek) en wellicht nog andere periodieken.

Maar dat is een ander verhaal. En nu hoor ik u zeggen; nu is alles digitaal. De versnippering, de fragmentering is alom. Wat te doen? is de titel van een boek van V.I. Lenin dat in 1902 voor het eerst verscheen. En ook ik vraag mij af : wat te doen?

Mijn antwoord is duidelijk : ofwel schrijf ik niet meer (uitgesloten), ofwel schrijf en lees ik toch nog onverstoorbaar verder, niet zozeer uit ijdelheid, maar omdat ik weet dat ik iets te vertellen heb (letterlijk en figuurlijk) en altijd maar opnieuw (en niet altijd vergeefs) op zoek ben naar een goed, een onthullend, schokkend, leerrijk en/of gevaarlijk boek.

Het was de nu bijna geheel en al vergeten Nederlandse schrijver Petrus Spigt (een Multatuliaan, vrijdenker en humanist) die voor de inleiding van zijn boek Het ontstaan van de autobiografie in Nederland (Amsterdam : Van Oorschot, 1985) de titel bedacht ‘Wie schrijft die blijft’. En hoewel deze Amsterdammer nog lang leefde (1919-1990) vrees ik dat ook deze spitante Spigt helaas niet in het geheugen van vele lezers en schrijvers is gebleven. Daarvoor was ook hij wellicht te keurig in de contramine.*

Hendrik CARETTE

* De titel van zijn boek over Multatuli (uit 1975) Keurig in de contramine.

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche