Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
16 juillet 2014 3 16 /07 /juillet /2014 05:16

 

Kopie-van-Hendrik-Carette--c-Bert-Bevers-.jpg

Foto: Bert Bevers

Stel je even voor dat ik gastheer zou mogen zijn om op onze televisiezender Canvas gedurende acht zomeravonden acht bijzondere gasten te ontvangen. Op de VPRO in Nederland is het programma Zomergasten elk jaar weer (dit jaar begint het op zondag 20 juli) een aangenaam avondvullend programma dat ook hier navolging zou verdienen. Wie zou ik uitkiezen als gasten die de hele avond in een drie uur durend interview hun favoriete beeldfragmenten zouden mogen uitkiezen en becommentariëren?

Een programma verspreid over de twee zomermaanden juli en augustus van bijvoorbeeld het jaar 2015. De voetbalgekte is dan al voorgoed voorbij en ook de geforceerde (gesubsidieerde) herinneringen aan de Groote Oorlog zijn dan al verdampt en verdrongen. En ik ben zeker dat deze onverwachte gasten, alle acht, niet enkel goede vertellers zullen zijn, maar ook de zwoele hitte binnen de ruimte van de studio zullen weerstaan. En dat de kijkcijfers tijdens deze avonden pardoes de hoogte in zouden gaan. Geen enkele gast wordt gecensureerd en mag vrijuit kiezen wat hij aan de verbaasde en verdwaasde kijkers wil laten zien en om welke reden. Heel Vlaanderen zou elke week gekluisterd zijn aan de hier soms zo treurige beeldbuis en eindelijk worden wakker geschud uit een bijna letale lethargie.

P.S. : En beste lezer, luisteraar en kijker voor elke gast heb ik – in geval van weigering, ziekte of dood – ook een vervanger (vervangster) voorzien. Maar deze namen mag ik nu nog niet vrijgeven of openbaren.


1. Hubert van Herreweghen


Onze oudste (°Pamel, 1920) en allicht meest speelse dichter. Bovendien illustreert hij het versleten cliché van de wijn die verbetert met te verouderen alsmaar meer. Zijn meest recente dichtbundels Webben & Wargaren (Leuven : Uitgeverij P, 2009) en Een Brussels tuintje (Leuven: Uitgeverij P, 1999) zijn parelwit en pikzwart als etsen in het Brabantse landschap. Luister maar naar zijn kort gedicht met de titel ‘Luisteren’: “Ik, als ik scherp toeluister / en ik werk een beetje mee, / hoor ik ’s nachts, te Brussel, / de zee.”


2. Hubert Decleer


Deze oosterse Oostendenaar woont al dertig jaar in Nepal waar hij als een Tibetaanse boeddhist zijn contemplatieve leven leeft. Hij heeft nu een zware vergrijsde snorbaard, maar al in de jaren zestig van de vorige eeuw klonk in Oostende en omstreken zijn naam als een magische goeroenaam. Binnenkort (in september van dit jaar) verschijnt een boek Himalayan Passages: Tibetan and Newar Studies in Honor of Hubert Decleer door Benjamin Bogin (USA: Wisdom Publications, 2014). Ik wilde allang naar het koninkrijk Bhutan dat ingeklemd ligt tussen China en India, maar misschien kan deze unieke man op deze zomeravond onze wijsheid verhogen en onze domheid laken. De V.R.T. moet dan wel bereid zijn om zijn hoge reis- en verblijfkosten te betalen.


3. Frans Boenders


Wie ooit de Antwerpenaar Frans Boenders heeft horen spreken in het heldere Nederlands, het fraserende Frans, het engelachtige Engels en het diepste Hoogduits weet dat deze voormalige radioman (geen klaterende Klara, maar BRT 3) ten onrechte niet meer of slechts zelden in de media komt. Ik laat hem de hele avond aan het woord als een hommage aan andere schrijvers als prins Kropotkin, Bakoenin, F.C. Terborgh, Maurice Gilliams en Marguerite Yourcenar. En misschien kiest hij ook nog voor een filmfragment over de Japanse Yukio Mishima want deze erudiete Frans is ook nog een kenner van het mysterieuze Nippon.


4. Pjeroo Roobjee


De exuberante en provocatieve Gentenaar Pjeroo Roobjee is een zeer kleurrijke (letterlijk en figuurlijk!) kunstschilder, romancier, toneelschrijver en bijna geniale geestigaard. Ik ben de gelukkige bezitter van het boek met de lange titel Hoe crapuleus het licht op het tempermes (dat de verzameling van harten in scherven met kerven doorsnijdt)Kabinetportretten 1962-2006 (Gent: Zebrastraat, 2007). Tijdens ons gesprek mag hij van mij gerust rustig verder roken (hij heeft toch altijd een sigarettenpeukje in de mond).


5. Charlotte Mutsaers


Deze Hollandse dame van Vlaamse afkomst is de levende incarnatie van de vrouwelijke charme, de eruditie en de schrijfkunst. Niemand schrijft zo’n heerlijk verrassende essays zoals alleen zij nog kon en wilde schrijven: ik verwijs hier graag naar drie boeken van haar : Kersebloed, Paardejam en Zeepijn. Alle drie bij Meulenhoff in de jaren negentig van de vorige eeuw. Eén van haar hink-stap-sprong essays heeft trouwens als omineuze titel ‘Le plaisir aristocratique de déplaire’.


6. Leo Camerlynck


Deze tolk-vertaler is een oeverloze prater over Zuid-Afrika (hij spreekt ook het succulente Afrikaans van de Afrikaanders en bruinmense), Zuid-Vlaanderen of Frans-Vlaanderen, het land van Kleef, het land van Gelre en Gulik en… Friesland. Hij reist alom en allerwegen op zoek naar de laatste sporen van voormalige Nederlandse nederzettingen of cultuurhistorische restanten in de randlanden van ons verboden en verloren vaderland. Hij is al jaren voorzitter (voor het leven) van de vereniging en stichting Zannekin en tijdens zijn culturele strooptochten vindt hij elke keer weer zijn vondsten.


7. Peter Holvoet-Hanssen


Peter Holvoet-Hanssen heeft geen last van de zwaartekracht. Hij is een exuberante dichter die zich graag als een kleine zeekapitein voordoet en zijn boot is zeker geen modderschuit en ook geen ouderwetse trekschuit. Hij vaart soms op een hoge zee, klimt naar de masttop van zijn zeevaarder en roept ons vanuit de uitkijk zijn zeer zeewaardige uitroepen. Zijn verzamelbundel De reis naar Inframundo met een woord vooraf van zijn vrijpostige muze Noëlla Elpers (Amsterdam: Prometheus, 2011) is verreweg de meest originele dichtbundel van de afgelopen vijf jaren. Peter H.-H. doet mij denken aan het gedicht ‘Böhmen liegt am Meer’ van Ingeborg Bachmann met die strofe : Kommt her, ihr Böhmen alle, Seefahrer, Hafenhuren und Schiffe / unverankerrt . Wollt ihr nicht böhmisch sein, Illyrer, / Veroneser, / und Venezianer alle. Spielt die Komödien, die lachen / machen…


8. Herr Seele


Het moet toch niet altijd Kamagurka zijn en Herr Seele staat te vaak in de schaduw van zijn veel bekendere kompaan. Laat deze pianostemmer, tekenaar, schilder, cartoonist en performer maar eens vertellen waar hij zijn inspiratie vindt en hoe ver zijn bewondering voor James Ensor reikt. Tot waar durft hij te gaan en hoe geestig is zijn bijna natuurlijke excentriciteit. Zijn magere gestalte en zijn kale schedel maken hem ook zeer fotogeniek. En zijn levendige geest zorgt ongetwijfeld voor een verrassend slot van deze acht spetterende zomeravonden.

Hendrik CARETTE

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche