Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
28 octobre 2011 5 28 /10 /octobre /2011 22:35

 

Wie perfectie wil, blijft eeuwig ontevreden.

Paul Claes, Het hart van de schorpioen

 

Niets of niemand is volmaakt. Ook de kamergeleerde Paul Claes is dat helaas niet. Naast zijn honderdste boek C met als ondertitel ‘Honderd notities van een alleslezer’ van deze Claes (geen familie van Ernest Claes) dat vol van opgeloste raadsels, geestige riedels en heerlijke roddels staat, verscheen ook de toch nog ontgoochelende bloemlezing Onvergetelijke verzen van zijn hand. Beide keurig en fraai uitgegeven boeken verschenen zopas bij De Bezige Bij te Amsterdam (niet te Antwerpen). Het eerste boek is gewoon uniek, het tweede is een onverwachte ontgoocheling. De nu vergeten schrijver en dichter F.C. Terborgh zei het ooit in een interview : “Haast is de vijand van alle literatuur.”

De inleiding bij zijn bloemlezing is zeer helder en steengoed, maar het resultaat dat volgt na deze inleiding laat de lezer na het doorbladeren en herlezen van al deze fragmenten of flarden van verzen wat verbaasd en verweesd achter. Was het maar dat? Kon de zo belezen en ja kon, de soms bijna geniale, Claes hier niet meer goud delven en vondsten vinden? Kon hij geen betere vorm vinden voor zijn bloemlezing die zich nu laat lezen als een verzameling losse flodders, losse verzamelde brokstukken, losse beenderen uit het skelet van veelal dode dichters of kleine lappen vlees gerukt uit het literaire lichaam van nog levende dichters. Claes kent goed Claus en citeert dan ook zijn meester : “In mijn kelders is de delfstof der kennis aangebroken.” Maar de delfstof die Claes hier opgraaft biedt slechts weinig verrassend glanzende ertsen. En ik lees graag bloemlezingen, niet enkel om te kijken of ik en anderen er wel instaan, maar echt waar ook om af te dalen in de mijnen en schatkamers van de poëzie, maar hier had Claes beter een andere vorm voor zijn boek gekozen en de gedichten in extenso geciteerd of gewoon thematisch of chronologische geordend. Zoals hij in zijn prachtboek Lyriek van de Lage Landen (Amsterdam, 2008) deed, maar deze bloemlezing eindigde al in 1990 bij de dood van Hans Faverey. Het jaar 1990, toen Claes helaas nog maar 27 van zijn honderd boeken had! (Wat een uitslover!)

Soms maak ik mij curieus genoeg wel zorgen voor onze Vlaamse pendant van Umberto Eco. Leest Claes wel eens een boek van Peter Sloterdijk? Hij moet het daarom nog niet in het Duits lezen, maar ik denk hier aan het in helder Nederlands vertaalde boek Je moet je leven veranderen (Amsterdam : Boom, 2011, in de vertaling van Hans Driessen) . En beheerst hij nu a het Oud-Gotisch, het Hebreeuws en het Sanskriet? (Het wordt de hoogste tijd) Beheerst hij al de beginselen van de Angelsaksische grammatica? Kan hij al zijn eigen brood bakken? Eet hij wel genoeg? Eet hij genoeg vis (vis is immers goed voor de hersenen)? Hoe verwerkt hij de dood van Christine D’haen? Wanneer komt zijn volgende boek uit? Drinkt hij wel eens zo’n heerlijke Ierse koffie (met suiker, slagroom en whisky)? Fietst hij wel eens door de brede dreven van de verbeelding? Wandelt hij wel eens door een donker woud? Zou ik hem niet eens meenemen naar de wadden om te waden door de Waddenzee? Wat weet hij van het hart van West-Vlaanderen? Van de bossen van Beernem? Wie is zijn intieme vijand? Kan hij het land bezeilen? Kan hij biljarten of schaken? Had hij ooit een echt ernstig gesprek met Hugo Claus of met Willem Frederik Hermans? En wat bedoelt hij in zijn ‘ABC van de Nederlandse literatuur’ met de hierna volgende zinnen : “Hermans’ oeuvre staat vol blunders en taalfouten.”, of “Streuvels behandelde zijn eigen zoon net als boer Vermeulen in De vlaschaard.” Of nog straffer “ Timmermans was onder de Duitse bezetting gouwleider.” Terwijl hij vergeet te vermelden dat Gerrit Achterberg een moordenaar was (zoals A. Den Doolaard), dat Alice Nahon allicht een nymfomane was en Albrecht Rodenbach wellicht aan syfilis leed. Ook over de al dan niet vermeende diefstal van Hugues C. Pernath weet hij niets te vertellen en ook geen woord over de verkleedpartijen van Maarten ’t Hart, de hysterie van Kristien Hemmerechts (vraag het maar aan de mooie Marion van San, een criminologe en sociologe, die ooit van oog tot oog in een debat zat met deze zwarte weduwe). Want wie a zegt moet ook b en c zeggen of wie wil roddelen (in de privéclub waarvan ik lid ben hangt de volgende tekst aan de muur : deze ruimte is roddelvrij) moet serieus roddelen.

Maar goed al deze vragen en antwoorden kwellen me niet. Zijn bloemlezing is opgebouwd omheen de letters van ons alfabet. Laten we samen op zoek gaan naar zijn leemten en hiaten, zijn omissies, zijn lacunes en andere gapende gaten in zijn alfabet. Want Claes weet als allesweter ook niet alles en wat niet zichtbaar is, maar onzichtbaar blijft, intrigeert de literaire detective.

Laat ik maar één letter uitkiezen (riemen vast) , bij voorbeeld de B van Barbertje, Babel, Babylon, of de zachte niet ontploffende b van boerenbedrog, bijbel, berkenbos, barbier, babbelwater, bottelbier, bedelbroeder, bedbeest, braambos (meestal brandende), boezemboek ( The Big Book of Breasts), bubbelbad, Boules de Berlin, bonobo… Ik hou dus erg veel van woorden die beginnen met de letter B en bovendien meer dan één b bevatten.

Maar helaas, bij de letter B vind ik niet één versregel van Louis de Bourbon, Henri Bruning, Herman Hendrik ter Balkt (Habakuk de Balker), Michel Bartosik, Lut de Block, Dirk van Bastelaere, Benno Barnard (wel zijn vader bij de G) en zelfs niet één versregel van de groothertogin Maris Bayar… Ook Nic van Bruggen, Stefaan van den Bremt, Anneke Brassinga en Marc Braet komen niet voor in dit citatenboek omdat niet één van deze dichters dus een onvergetelijk vers zou hebben geschreven. In het geval van de boerendichter H.H. ter Balkt uit de Achterhoek is dit zeker niet waar en dus een onvergeeflijke omissie. (Met de o van een onyx of van een oxymoron!)

Bij de warme letter M van magma, moedermelk, meester Hans Memlinc en mimesis ontbreken Marcel van Maele, Gwy Mandelinck, Victor Alexis dela Montagne, Pol de Mont en Erwin Mortier. Ook zij hebben dus nooit, nee nooit één onvergetelijk vers geschreven.

Claes is de kampioen van de ontraadseling van literaire raadsels, cryptogrammen, kruiswoordraadsels, woordspelletjes, lijsten, opsommingen, geestige bon mots, mystificaties, maskers die hij afrukt, rijmelarijen, stafrijmen, paradoxen, pastiches en spotternijen. En daarom lees ik graag zijn boeken, maar dit 99ste boek dat voorafgaat aan het honderdste is een broddelwerkje voor breiende huismoeders en ingedommelde gepensioneerde leraars. En terwijl ik in zijn honderdste boek bij de c de lijst van zijn honderd boeken lees (ook dit boek is opgebouwd omheen het alfabet) beken ik graag dat ik blij ben dat ik toch minstens een tiental van deze boeken bezit. Terwijl wellicht niemand in dit land (behalve de auteur zelf) al deze honderd boeken, boekjes, brochures en bibliofiele boekuitgaven in zijn bibliotheek heeft staan. Ik vermoed dat Claes ons nog meer dan eens zal overdonderen met een nieuw boek. De heren van Gruuthuuse in Brugge hadden een mooi devies dat Paul Claes zou moet kennen : Plus est en vous.

Hendrik CARETTE

Nec spe nec metu

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche