Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
21 mai 2010 5 21 /05 /mai /2010 00:27

De festivaljury maakte haar selectie bekend. Het lijkt eerder op een kermisprogramma dan op een theaterprogramma.

Vandaag werden de kermisattracties van het Theaterfestival 2010 bekendgemaakt. We ontkennen niet dat de jury geen aandacht had voor experimenterende jongelingen of getalenteerde ‘multiculturele’ theaterkunstenaars. Maar veeleer dan een ijzerbrekende visie op het landschap te poneren, reflecteert deze selectie de door vriendjespolitiek besmeurde evenwichtsoefening die een theaterfestivalselectie geworden is.

Opvallend is bijvoorbeeld de afwezigheid van de drie stadstheaters. Voor de KVS is dat misschien nog het minst verwonderlijk (ook al zorgde Gielens’ Bezette Stad voor een moment de gloire). Maar Toneelhuis en NTGent maakten wél producties die ver boven attracties uitstijgen.

Twee zaken worden duidelijk. De jury, bestaande uit Manja Topper [actrice Dood Paard], Bernard Van Eeghem [theatermaker] en Karel Vanhaesebrouck [journalist rekto:verso en docent], beledigt met deze selectie zowel NTGent als het Toneelhuis en de juryleden tonen aan dat hun (psychologische) kennis van wat theater is en hoort te zijn, héél klein is.

Een voorstelling als Onder de vulkaan van Toneelhuis zou een logische keuze geweest zijn. In die creatie haalt Josse De Pauw de zich dooddrinkende consul helemaal naar zich toe en, wonderbaarlijk, behoudt toch de geestelijke kronkels van Malcolm Lowry in het oorspronkelijke tijdsbeeld.

De keuze van Gif van het NTGent, tekst van Lot Vekemans in een regie van Johan Simons, zou ook een pluim op de hoed van de jury zijn geweest. Het intimistische karakter van de voorstelling zal de uitverkiezing helaas de das hebben omgedaan. Want dat is wat Elsie de Brauw en Steven Watermeulen, samen met altzanger Steve Dujardin, voor elkaar brachten. Ze maakten een voorstelling waarin je een goedaardige voyeur wordt. De overige toeschouwers verdwijnen.

Hetzelfde geldt overigens voor Godses, een productie van Campo, Toneelgroep Ceremonia en Unie der Zorgelozen. Een monoloog jazeker, maar door zijn opzet is het een monoloog met figuranten geworden, zijnde de toeschouwers. Deze worden zo intens betrokken bij de geschiedenisles van de onderwijzer, dat aangevoeld wordt hoe schoolkinderen zich hadden te gedragen en werden geïndoctrineerd. Door er dorpsvetes van tijdens en na de Tweede Wereldoorlog tussen te wringen wordt de sterkte van deze voorstelling onderstreept.

Maar deze jury koos jammerlijk voor spektakel. En ‘spektakel’ mag u in de meest brede zin van het woord begrijpen. Van onversneden entertainment (Snorro van Ro Theater), over geslaagd locatietheater (Rail Gourmet van Wunderbaum, bijvoorbeeld) tot uitdagende performance die twijfelt tussen theater, beeldende kunst en lezing (denk aan Miet Warlops Springville). Kortom, het implosieve moest de duimen leggen tegen het explosieve.

De enige echte uitzondering op de regel is de keuze voor Bakchai. Het koppelgezelschap Bloet van Jan Decorte, i.s.m. De Roovers en met dank aan de kassa van het Kaaitheater, heeft een voorstelling gemaakt waar niet naast kan worden gekeken. Dat heeft de jury – wellicht om niet als een stel idioten te worden bestempeld – ingezien. Afgevraagd mag worden of het juiste inzicht de doorslag gaf. Bij het ter perse gaan, was het juryrapport nog niet beschikbaar. Mijns inziens heeft het komische aspect het gehaald. De sterkte van deze voorstelling ligt in werkelijkheid elders. Meer en beter dan in vorige producties heeft Jan Decorte bewezen dat hij een repertoirestuk kan fileren, zonder het skelet van de oorspronkelijke auteur, Euripides, te schenden. En hij toont tevens dat hij met moderne middelen toch een voorstelling kan maken ‘op z’n Grieks’. Deze voorstelling zou nog sterker tot zijn recht komen in een amfitheater.

Aan deze selectie ziet men hoe de jury zich er met een Jantje van Leiden heeft van afgemaakt. De juryleden hebben onderling geen broederband en, wat het allerbelangrijkste is, deze jury mist een uitgesproken stijl en klasse. Jammer genoeg is deze jury hiermee géén uitzondering op een klaarblijkelijk ongeschreven ‘Theaterfestivalregel’. Want jaar na jaar wordt aan de waarde van het Theaterfestival geknabbeld door dergelijke non-jury’s. Muizen zijn het. Die vrienden een extraatje willen gunnen. De voorstellingen lijken voor hen van minder groot belang te zijn dan het behagen van ‘het wereldje’.

Het juryrapport, dat op de valreep dan toch arriveerde, spreekt van ‘mee-kijken, mee-denken, mee-begrijpen. Wat verder lezen we ‘alle gekozen voorstellingen schuwen valse toneelmatigheid – het is hardcore theatre, live as hell. Vanuit de buik, maar steeds ook in het hoofd.’ Tot slot spreekt het rapport over de essentie van het medium: ‘het voorrecht bij d’eerste te zijn.’

Zulke zever is al zo vaak herhaald dat we dachten dat zelfs tweedeplans er zich voor zouden hoeden. Neen dus. Er blijkt zelfs nog een lagere categorie te bestaan, veel lager dan de figuranten. Och arme, kunstencentrum én festivalcentrum DeSingel. Het verdient beter dan groot huisvuil. Want veel meer dan dat is deze selectie eigenlijk niet.  

Guido LAUWAERT

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche