Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
19 octobre 2011 3 19 /10 /octobre /2011 04:38

 

filmfestival 5

Ilsa

Hallo, Sam.

Sam

Hello, Miss Ilsa. I never expected te see you again.

he sits down and is ready to play.

Ilsa

It’s been a long time.

Sam

Yes, ma’am. A lot of water under the bridge.

Ilsa

Some of the old songs, Sam.

Sam

Yes, ma’am.

Sam begings to play a number. He is nervous, waiting for anything.

[Casablanca – fragment scenario]

 

Als het deze prutser gelukt is, hebt u de kamer gezien waarin Isabelle Huppert tijdens haar verblijf in Gent geslapen heeft. De Franse steractrice is opgedaagd voor de Belgische première van haar nieuwste film, Mon Pire Cauchemar. De suite par excellence van het Gentse Marriott Hotel, Korenlei 10, Gent, was voor haar bestemd. Vanuit het raam uitzicht op de Leie en de Graslei, waar zelfs zonder zon de jeugd flaneert en een terrasje meepikt. Van de muren zeikt de geschiedenis de straat op en verspreidt zich tussen de kasseien. Langs beide kaden van de oorspronkelijk haven van de Arteveldestad staat in de boordstenen het gedicht van Paul van Ostaijen gegrift, Melopee.


Een kwestie van


Rond een uur of drie was ik in de lobby aanwezig. Om te loeren. Journalisten, camera- en geluidsmensen, fotografen lopen over en weer, hangen aan de pijpen, trekken aan de truien van de persploeg van het filmfestival. Iedereen wil een voorkeurbehandeling, de eerste zijn, want misschien geeft Mademoiselle Huppert, zoals zij graag aangesproken wordt, er na een uur de brui aan en wil ze douchen, dutten, uit het raam staren. Dames moeten dagelijks, vaak tweemaal per dag, zichzelf restaureren. Het is dus voor het journaille een kwestie van dringen en janken. De enige die er kalm bij blijft is Roel van Bambost, de voormalige steun en toeverlaat van Jo Röpcke, 30 jaar lang de filmjournalist van het NIR, vervolgens BRT, daarna BRTN en momenteel VRT. Een geboren Gentenaar, gestorven in Cannes, in het zadel. Roel weet dat hij hoe dan ook aan bod komt. Hij zit in de raad van bestuur van het filmfestival, haast sinds het ontstaan en is de ziel van een zeer gewaardeerd filmprogramma van AVS, de regionale reclamezender van Gent en omliggende streken.


Tati, Richard Burton en Elisabeth Taylor


De drukte tovert de Franse filmacteur, komiek en regisseur Jacques Tati te voorschijn, en in het bijzonder zijn film Trafic uit 1971. Waar het in essentie om draait in Tati’s films: veronderstelde misverstanden zorgen voor opperste verwarring, met als gevolg artificiële stress, waar men mee showt, want stress is een bewijs dat men iets betekent.

Acteurs die zich aanstelden voor de interviews en fotosessies zitten na afloop doelloos in de lobby van het hotel en zijn blij dat uw dienaar hen aanspreekt. Het ene moment is de mens een reus en het andere een dwerg. Ze zijn vergeten, want het journaille is haar wapens al voor een volgende prooi aan het invetten en scherpen. Straks, op de rode loper, staan zij nog even in het spotlicht. Daar snakken ze naar met gemengde gevoelens. Omdat de toeschouwers de gloriemomenten zien, maar niet de vele eenzame tijden. Beroemdheid is o zo relatief.

De rode loper doet me denken aan mijn tweede bezoek aan New York, in 1983. Ik had een via een vriend een kaartje weten te versieren voor de voorstelling Private Lives van Noël Coward. De hoofdrollen werden gespeeld door Richard Burton en Elisabeth Taylor. Na de voorstelling spoedde ik mij naar de artiesteningang. Ik wilde ze van nabij zien. Misschien zat er een praatje in. Nog maar net de hoek om of ik botste tegen een massa volk. Het leek wel een stilstaande betoging. Geen doorkomen aan. Tijdens de voorstelling waren er dranghekken geplaatst. Honderden mensen waren opgedaagd. Mensen die zich geen kaartje konden permitteren, want prijzig waren ze. Toen begreep ik dat er twee soorten publiek zijn, arme en rijke. Elke avond staan de armen halsreikend uit te kijken naar hun sterren. Meer mensen dan dat er in het theater waren. Die waren na afloop alle kanten uitgelopen. Naar hun auto’s, taxi’s, beide met chauffeurs. En wachtend op de sterren en loerend naar de armen begreep ik dat de filmsterren de Amerikaanse prinsen en prinsessen zijn. Sommigen, zoals Taylor en Burton, hebben het gebracht tot koningen en koninginnen. Eindelijk kwam Richard Burton naar buiten. De blik neerwaarts liep hij naar zijn limousine met draaiende motor. Een man opende het portier en Burton dook op de achterbank. De wagen schoot de nacht in. Een half uur later kwam eindelijk Elisabeth Taylor te voorschijn. Ze stapte fluks door, maar halverwege hield ze even halt, draaide in het rond, liet zich enkele seconden lang fotograferen om meteen daarna een andere limousine in te duiken. Lachende gezichten. Ja, de arme mensen zijn gauw tevreden.


Lobby


Issaka Sawaogo, de hoofdacteur van de film The Invader, vertelde me dat hij de ‘vergeten’ momenten wegdrukt door aan zijn volgende rol te denken, een nieuwe film, een ander project. Issaka is een rijzige Afrikaan. Ik breek het ijs met de opmerking, ‘Het blanke ras is het lelijkste ras ter wereld.’ Hij lacht, ik lach en een dialoog ontstaat die eindigt met het uitwisselen van geschenken, ’t is te zeggen, naamkaartjes, mobiele telefoonnummers en de beloften van eeuwige vriendschap. ‘Call me, man. You are always welcome. Sure.’

Hoe hotelmensen ook hun best doen, en ze doen werkelijk hun best, de gasten zitten liefst van al in de lobby. Zeker wanneer ze weten dat er gelijkgestemden te vinden zijn. Hotelkamers zijn luxecellen. Daar komen de logés toe, gooien wat spullen in het rond in een poging de ruimte te claimen, maar wennen doen ze er nooit aan. Daarom dat ze er geen gasten ontvangen. En ze blijven er niet voor hun plezier. Zodra het kan vluchten ze. Liever in de taxfree van de luchthaven. Het aantal mensen dat uit eenzaamheid zelfmoord pleegt in een hotelkamer, is niet te tellen. De beroemdste Belg in dat rijtje is Frank Pepermans, van 1963 tot zijn dood op 16 december 1976 directeur-generaal van Bell Telephone Compagny, Antwerpen.

Een jongeman lucht zijn hart. Hij is twee jaar journalist. Freelance. Een job waarin je je eigen werkritme kan bepalen, zeg ik. Vergeet het, zegt hij. Twee jaar werk, zeven dagen op zeven, tegenover vier dagen vakantie. Je moet je waarmaken en dat kost tijd en spanning. Een week weg en je kan opnieuw van vooraf aan herbeginnen. Er staan honderd wachtenden achter jou. Eén gat en ze springen er met z’n allen in.


De rode loper


Om zes uur laat ik de lobby voor wat hij is. Het gros van het journaille is naar Kinepolis verhuisd. Opzij van de ingang wacht mijn vriendin me op. Kom, zeg ik, hoewel ik tegen de parade van de rode loper ben, wil ik het toch eens proberen. Om te weten hoe het voelt. - Nog maar een voet op een trap gezet of het legertje fotografen schiet wakker. Een stortvloed van flitslichten. Ik ben nochtans maar een keizer zonder kleren. Maar nee, ach ja, het is mijn vriendin die ze in het vizier hebben. We belanden in bar van sponsor Jameson, waar de Ierse whiskey wacht. Met of zonder ijs, meneer, mevrouw? Wat later druppelen de usuals suspects binnen en het wordt verdomd nog gezellig ook. Zeker wanneer haast gelijktijdig Jan Fabre en Isabelle Huppert arriveren. Er wordt getoast, de sfeer is ontspannen, een grapje hier en een grapje daar en hup naar de zaal die afgeladen vol in spanning zit te wachten op de intrede van de gladiatoren. Applaus. Patrick Duynslaegher dankt het publiek en houdt een kort openbaar gesprek met Melle Huppert, om vervolgens de uitreiking van de Jozef Platteau Award voor haar hele oeuvre over te laten aan Jacques Dubrulle. En dan is het tijd voor de film. De lichten doven en de festivaltrailer, opgejaagd door een muziekscore die de Harry Potter-films voor de geest roept, begint aan zijn rijk geanimeerde galop langs sponsors, subsidiënten en partners. 99 minuten later een flink applaus en iedereen verheugd naar de bar, en dan naar huis, naar bedje toe, naar bedje toe, want men is zo blij maar o zo moe.

Voor mijn mening over de film, zie mijn vorige verslag.


Envoy


Geen filmimpressies vandaag. Toch een paar mooie gezien. Maar daarover in een volgende aflevering. Toch nog dit. Een aanrader, de tentoonstelling. Expo 'Ingmar Bergman: Over Waarheid & Leugen'
Op initiatief van en in samenwerking met het Filmfestival Gent, presenteert de Provincie Oost-Vlaanderen ‘Ingmar Bergman: Over Waarheid & Leugen’. De tentoonstelling, georganiseerd door de Deutsche Kinemathek – Museum für Film und Fernsehen, Berlijn in associatie met de Academy of Motion Picture Arts and Sciences, Beverly Hills, Cailfornië, graaft diep in de carrière en het persoonlijke leven van de legendarische Zweedse regisseur. Ze loopt van 14 oktober 2011 tot 15 januari 2012 in het Provinciaal Cultuurcentrum Caermersklooster, gelegen in het hart van het Patershol.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche