Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
11 avril 2014 5 11 /04 /avril /2014 17:27

 

arne_jpg_275.jpg

Er wordt volop met bloemen gestrooid in de nieuwe productie van auteur tevens regisseur Arne Sierens. Ensoris een verhaal over de vreugde van het verdriet, de kunst van de clown als harlekijn en goochelaar. Het verhaal is zo dun dat je het wel hoort maar niet ziet. Het is de kracht van deze parel van een voorstelling. Hoe iets te vertellen dat stoeit en boeit zonder vuile handen en te wijde mouwen.

VDE 7912

Het speelvlak is een rechthoekige piste, gevuld met zwart zand. Waarom het zwart is wordt later in de voorstelling duidelijk. Bij het binnenkomen wordt het publiek een plaats aangewezen door de acteur, genaamd Guido [Johan Heldenbergh], en twee circusartiesten, Antoine/Antonio [Danny Ronaldo] als grollenmaker en de naamloze dokter als charlatan [Karel Creemers], die in zijn rol doet denken aan Peter Sellers in de film The wrong Box uit 1966, en waar tevens Michael Caine in schittert. Nooit te zien op de televisie, jammer.

 

Het eerste half uur lijkt Ensor een vrolijk spektakel te worden. Geleidelijk sluipen er speldenprikjes in. Een sneer van het circus naar het theater, als pretentieus adellijk huis, en een schimpscheut van het theater naar het circus, als volkshuis ver voorbij het verval. Verwijten vallen er niet, oordelen worden er niet geveld; het is wat het is: de wereld verarmd in al zijn kunstvormen. Wat er gebeurt zijn slechts variaties op eeuwenoude thema’s. Ook deze voorstelling probeert niets nieuws onder de zon te brengen. Hij wijst slechts op de trieste, onomkeerbare evolutie zonder revolutie. Niet diep tragisch maar uiterst komisch.

 

Ensor verwijst kort na aanvang naar de schilder, zijn maskerades en zijn jaarlijkse, meest geliefde uitstap naar het kursaal van Oostende, voor Le bal du rat mort. En via Ensor passeert Sierens langs Fellini en de film 8 ½, de lievelingsfilm van circusartiesten in alle maten en gewichten, wereldwijd, en waarin [entre nous] de hoofdacteur ook Guido/Gwido heet. Vaagweg verschijnt schoorvoetend in de luwte het taalspel van Michel de Ghelderode. Via de Brusselaar en de Romein belanden Sierens en zijn spelers bij Dario Fo en zijn kompaan Arturo Corso, de briljante regisseur van satirische sociodrama's. Tussendoor pauzeert de voorstelling bij Jacques Tati. De hilarische strandstoelscène uit Les Vacances de monsieur Hulot [1953] wordt overgedaan én, oef!, een teder element aan toegevoegd. Via een poppenspel.

VDE_8320.jpg

Van de vrolijkheid blijft na anderhalf uur niet veel meer over. Triestheid komt in de plaats, ver weg van het dramatische. Het huwelijk tussen theater en circus vervlecht zich tot één spelvorm met twee gezichten. Zodat de toeschouwer zich de vraag stelt naar wat hij eigenlijk zit te kijken. Sierens en kompanen geven de toeschouwer inzicht, zoals de moeder de baby zijn fruitpapje geeft, lepeltje voor lepeltje. Het strand blijkt geen speelveld voor kleuters te zijn maar een strooiweide, waar de asurn van een overleden collega wordt geledigd. De as verschilt niet van het zand. Een schok bevangt de toeschouwer. Het zwarte zand is de as van alle beroepskomedianten en het stof van de circusruïnes.

 

Waarna de vrolijkheid het weer van de droefheid overneemt. Met een klokkenspel van koeienbellen met een aantal toeschouwers als muzikanten. De grollenman is de dirigent. Het afscheidslied met een tranende lach, is de indruk. Maar dat is zonder de waard en zijn kelners gerekend. Een ander afscheid volgt, en een derde, en een vierde, een vijfde en een zesde. Een mooie vondst, de circus- en theaterartiest kan niet stoppen. Het einde van de voorstelling is een onvermijdelijke kleine dood, maar liefst naar eigen godsvrucht en vermogen.

VDE_8654.jpg

Tot zover het goede nieuws. En nu het minder goede. Een muzikant [Jean-Yves Evrard] ondersteunt het spektakel. Hij doet dat voortreffelijk maar bouwt te weinig pianissimo en te veel crescendo in. De situaties en de mimiek van enkele scènes worden er door ondermijnd. Een treffend voorbeeld van de stilte als macht is de tennisscène in de film Blow-Up [1966 ] van Michelangelo Antonioni. Een lichte bijsturing en de voorstelling kent geen stoormoment. Maar buiten dat ene, en de repetitieve afscheidsscènes met een ietsje meer tempo, waar ongetwijfeld, Arne Sierens’ werkwijze kennende, nog wat aan gedaan zal worden is de voorstelling zijn geld en zijn twee uur dik waard. Ik ga zeker nog een tweede maal kijken. Tijdens de Gentse Feesten. Want net als een prachtfilm meer dan eens gezien kan worden, is dat ook het geval met een blinkend theaterspektakel.

Guido LAUWAERT

 

 

ENSOR – tekst & regie Arne Sierens – info: www.compagnie-cecilia.be

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche