Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
7 juillet 2010 3 07 /07 /juillet /2010 23:00

Van 20 juni tot en met 30 september 2010

De Stad van Elsschot presenteert Elsschot on the Road, een caravan ingericht als een minitheater waarin u in minder dan vijf minuten een boek van Willem Elsschot leert kennen.

Voor de locaties van de caravanzie:

http://www.destadvanelsschot.be/eCache/MJN/30/17/191.cmVjPTgwNzQ4ODY.html

Negen auteurs, Joke van Leeuwen, Stijn Vranken, Saskia De Coster, Erik Vlaminck, Gie Bogaert, Guido Lauwaert, Peter Holvoet-Hanssen, Bart Van Loo en Jeroen Olyslaegers, laten de personages uit Elsschots boeken hun versie van het  verhaal vertellen.

Neem plaats in de Elsschotcaravan, en maak kennis met Dikke Jeanne uit Lijmen/Het Been, Maria Van Dam uit Het Dwaallicht, Kareltje uit Een Ontgoocheling, Grünewald uit Villa des Roses, Boorman uit Kaas, de vrouw van Jacky uit Het Tankschip, Anna uit De Verlossing, Alfred uit Pensioen en Adèle uit Tsjip.

Het caravannetje staat tot 9 juli (van 14 u tot 18 u) in het Paleis aan de Meir (Meir 85).

Ziehier alvast in exclusiviteit het verhaal van onze medewerker Guido Lauwaert. Boorman uit Kaas.

 

DE VILLA DES ROSES VAN BRASSCHAAT

 

Op de achtergrond aan de muur hangt een landkaart van België, zoals elke klas

van de lagere school er vroeger een had.

Een gezette man van een jaar of vijftig in driedelig pak zit aan een bureau. Hij kijkt op van een blad papier dat voor hem ligt.


Ik ben makelaar in handelaars,

en woon in de Villa des Roses van Brasschaat.

Het is niet mijn gewoonte commentaar te geven,

op wie of wat dan ook, het brengt niets op,

maar de gemoedstoestand van de heer Laarmans, Frans Laarmans…

die hier zonet de deur is uitgegaan,

heeft me zo naar de strot gegrepen,

dat ik nu toch eens van mijn gewoonte afwijk.

Ik hoop dat het bij deze ene keer blijft,

want in zaken, ze wezen klein of groot, wit of zwart,

mag men geen gevoelens hebben.

En dat is nu net waar het de heer Laarmans aan ontbreekt:

de kunst om afstand te doen van zijn gevoelens.


Wie dat niet kan, zal nooit wat verkopen.

Geen paperclip, geen warmeluchtballon, geen bol kaas,

geen Guinness, al is hij in Dublin gebotteld.

Een handelaar is als een rechter.

Hij vonnist. Hij moet nuchterheid zoeken in een roes

en toeslaan op het moment waarop beide partijen elkaar vinden.

Of de koper er werkelijk behoefte aan heeft is niet zijn zorg.

De taak van verkoper is verkopen, meer niet.

Zodra de bon getekend is, is de zaak achter de rug.

De factuur, de betaling, het incasseren kortom,

mag dan wel het slot zijn,

dat nooit uit het oog mag worden verloren,

maar het is niet meer dan het bewijs van zijn talent.


De heer Laarmans is een familieman.

Iemand die de wijkagent beleefd groet, je weet maar nooit.

Ik zag het meteen toen hij plaatsnam tegenover mij,

aan de andere kant van mijn bureau.

Wat hem bezielt is het lot van zijn gezin.

Hij is geboren om te sterven voor zijn vrouw en kinderen.

Dat siert meneer Laarmans,

en eerlijk gezegd ben ik soms jaloers op mensen zoals hij,

want de aarde draait en de wereld leeft

om het geld en het goed van de familieman.

Maar het doel van zijn bezoek was om mij, Boorman,

Karel Boorman, makelaar in handelaars, advies te vragen

hoe te ontsnappen aan de strop van het saaie bestaan.


Ik heb naar de Gafpageschiedenis van Laarmans geluisterd,

zonder hem te onderbreken. Meneer Van Schoonbeke meende het goed.

Hij wilde Laarmans naar de hogere burgerij promoveren. Via de handel.

Even heb ik overwogen hem lessen te geven,

met als essentie dat willen belangrijker is dan kunnen,

maar hij wil het in wezen niet, dus heb ik het kort gehouden.

Gezegd dat twee zaken voor mij van belang zijn:

hoe ik binnen kom en wat ik zeg,

en dat een handelaar geen bedelaar is.

Ik meende het niet, en ik wist dat hij mij doorzag,

want dom was hij niet, dat voelde ik wel.

Een gevoel van opluchting overviel mij, toen hij opstapte.


Kijk niet neer op de kruk van een klerk op kantoor.

Wees niet bang van de chef, de druk van de routine.

Geniet van de jazz van de keuken, het gezang van de kinderen,

de geur van je eigen Indisch pension,

waar je, naar de maat van de klok, zo hard hebt voor gewerkt.

Want wie zijn plaats niet kent, is gedoemd te mislukken.

Dát had ik meneer Laarmans willen zeggen.

Ik kon het niet. Ik mocht het ook niet doen.

Had ik het gedaan, ik zou mijn eigen Judas zijn.

Want ik ben makelaar in handelaars,

en woon in de Villa des Roses van Brasschaat,

dankzij de gratie van de ijdelheid van de ene,

of van de twijfel, de aarzeling, van de andere,


in België, en het Groot-Hertogdom Luxemburg.


De man kijkt opnieuw naar het papier, neemt een belletje en rinkelt.

Een man komt binnen en neemt tegenover hem plaats. Hij draagt een bolhoed.

De toeschouwer ziet alleen zijn rug.

FIN

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche