Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
17 octobre 2013 4 17 /10 /octobre /2013 18:00

 

BorreWalschap.jpg

Een ernstig gebrek aan Gerard Walschap. Een biografie van Jos Borré betreft het personenregister. Dat rammelt als de gereedschapskist van een loodgieter.

Laten we beginnen met het trefwoord 'Depeuter'! Tot mijn niet geringe verbazing heeft dit lemma slechts 1 (lees: één) verwijzing: 248. Nochtans had ik tijdens de lectuur mijn naam ook aangestipt op een aantal andere pagina's, zoals 556, 588, 676, 711, 731… Rarara, wat is er met Depeuter gebeurd? In de tijd van Gutenberg had men nog kunnen denken dat er wat letters uit de zetbak gevallen waren, maar in de digitale 21e eeuw? Met de geavanceerde zoekfunctie van Windows is het opmaken van een register een fluitje van een duitje. Ach, misschien heeft de biograaf per abuis op de deleteknop gedrukt en zijn de andere verwijzingen bij Depeuter uit het bestand gedonderd. Zelfs de beste pianist slaat al eens een verkeerde toets aan.

Een paar steekproeven kunnen wellicht klaarheid scheppen…

Laten we pakweg Teilhard de Chardin nemen, achter wiens naam ook maar één verwijzing staat, nl. naar pagina 471… Nochtans komt het me voor dat ik die Franse jezuïet-theoloog-paleontoloog ook elders ben tegengekomen. Even zoeken dus. Zie je wel: op de bladzijden 543, 546, 550… Guido Walschap valt door hetzelfde mandje: hoewel hij talloze keren in Borrés dikkerd optreedt, o.m. op de bladzijden 635, 636, 662, 656, 604, 673, 490…, krijgt hij in het register slechts twee vermeldingen: 460, 682.

Bij de naam André Demedts stellen we dan weer een andere rariteit vast. Van pagina 108 tot 199 wordt die regelmatig geregistreerd, maar daarna: niks meer. Terwijl ik toch meende meer dan eens op 'Demedts' gebotst te zijn. Nogmaals feuilleteren dus. En ja hoor, op bladzijde 200 is het al raak. En even present is Demedts op de bladzijden 222, 223, 275, 286, 504, 563, 601, 613, 631, 632… en waar misschien nog overal? Ach, ik geef het op om verder naar Demedts te zoeken.

Hetzelfde gebeurt Dan maar eens toetsen met Marnix Gijsen. Achter die naam signaleert het register elf bladzijden, gaande van 105 tot 190, hetzij van het jaar 1920 tot 1931, waarna het stilvalt, ofschoon Gijsen nog verscheidene keren in het boek ter sprake komt. Idem voor Constant Godelaine, wiens naam vanaf pagina 164 niet meer geregistreerd wordt, hoewel hij na 164 nog meermaals voorkomt in de tekst.

Dan maar eens toetsen met een paar priesters-schrijvers. Misschien heeft de H. Geest de biograaf bijgestaan om tenminste tegen die gewijde heren niet te zondigen. Voor Armand Boni verwijst het register uitsluitend naar 731. Midden in de voetnoten is dat. De betreffende voetnoot blijkt betrekking te hebben op pagina 604, en jawel hoor, daar treffen we "de vereenzaamde priester Armand Boni" aan. En voor Jozef De Vocht is het alweer wat anders: voor deze eerwaarde worden we verwezen naar bladzijde 47, waar zijn naam inderdaad voorkomt in een uitvoerig citaat uit Westerlincks Gesprekken met Walschap. Edoch, de brave man heette niet De Vocht maar De Voght, en in die spelling vinden we zijn naam ook terug op bladzijde 149, zij het met een kleine 'de', maar naar die pagina wordt in het register nergens verwezen.

Ook voor anderen blijkt het register onvolledig. Bij Pedro Salinas bij voorbeeld, bij Jacques De Strycker, Piet Vinck, W. M. Roggeman, Richard Declerck, J. Weisgerber en Leo Collard, bij R.F. Lissens, Karel Jonckheere, Hubert Lampo, Paul Jans, enz. Op pagina 505 komt ook "professor Donkersloot van de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam" zonder diens roepnaam 'Nico' ter sprake, maar in het register is er van Donkersloot geen spoor te vinden. Wel geregistreerd wordt Anthonie Donker, voor wie gerefereerd wordt naar de bladzijden 259 en 457, maar nergens in het boek wordt erop gewezen dat Donker zónder en Donker mét -sloot dezelfde personen zijn.

Het fluitje van een duitje blijkt dus wel behoorlijk vals te klinken.

En daarmee is het klosje niet af want bij een aantal namen blijkt ook de nummervolgorde door elkaar gegooid, zoals bij Jan Grauls, Louis Roppe, Karel van Acker, Piet Van Aken, en er staan ook gewoon foute verwijzingen in het register, zoals voor Paul Hardy bij wie verwezen wordt naar pagina 491, waarop echter alleen de titel van hoofdstuk 9 voorkomt, of voor Henry Miller die zou voorkomen op pagina 532, terwijl het 523 moet zijn. Bepaalde personen zijn zelfs helemaal niet geregistreerd, zoals J. C. Bloem, Jean Absil, Julia De Bier, Orola Nenni, Henry Furst, P. H. Ritter, Jozef De Borger, Anna De Ridder, Anton van Duinkerken, Rob Calot, Hugo Nijs, R. Roelants, Pieter Lambrechts – die op pagina aanwezig is als "rector Lambrechts", zonder dat we mogen vernemen hoe zijn voornaam is.

Enzovoort… Enzovoort…

Zelfs Pieter Paul Rubens ontbreekt op het appèl. En met Jezus Christus is er iets vreemds aan de hand: op pagina 633 lezen we de bemerking: "J. van Nazareth (waarom Borré niet 'Jezus' schrijft, is ons een raadsel) en Karl Marx heten 'wereldbeschouwelijke tafelspringers', maar terwijl het register bij Marx verwijst naar die bladzijde, is er van de nevengeschikte Jezus geen lemma te bekennen, noch als 'Nazareth' noch als 'Christus'. Nochtans is Christus even historisch als Marx, dachten we, zelfs voor een vrijdenker.

Een soepke van jewelste is het. Ook in verband met de namen die in de afdelingen 'Noten', 'Secundaire bibliografie' en 'Verantwoording' voorkomen, schort het een en ander. Waarom sommige van die namen worden opgenomen in het register maar de meeste andere niet, mogen God en Kleine Pierke weten.

Een mooi voorbeeld daarvan is Daniël Robberechts, die alleen 731 achter zijn naam krijgt. Nu is 731 een pagina met voetnoten, en jawel, in voetnoot 8 treffen we niet alleen Daniël Robberechts aan, maar ook Piet van Aken, Ivo Michiels, Georges Adé, Jan Emiel Daele, Freddy de Vree, enz., terwijl nochtans in het register achter de namen van al die anderen niét verwezen wordt naar pagina 731. Moeten we ervan uitgaan dat Borré zich voor verwijzing naar de 'Noten', net als naar de 'Secundaire bibliografie' en de 'Verantwoording', beperkt heeft tot de namen die niét voorkomen in het tekstcorpus? Zoals voor Joris Note, die 679 (secundaire bibliografie) en 683 (noten) achter zijn naam heeft staan, maar daar is dan weer een ander probleem, want op bladzijde 683 is geen Note te vinden.

Ook in deze is volgehouden systematiek hopeloos zoek. Zo wordt bij voorbeeld Rombouts E. in het register vermeld voor zijn aanwezigheid op pagina 505 van de tekst, maar hij krijgt eveneens een vermelding voor een voetnoot over hem op pagina 703. Hetzelfde voor Godfried Benn, die een vermelding heeft voor zijn optreden in de volle tekst op pagina 573, maar ook gementioneerd wordt voor een voetnoot op pagina 709. Anderzijds krijgen bij voorbeeld de namen van Christine D'haen en Rost van Tonningen, die nochtans uitsluitend in de voetnoten voorkomen, géén registeraanduiding. En terwijl voor W. M. Roggeman, Harold Polis, Hans Renders in het register zowel naar de secundaire bibliografie als naar de voetnoten verwezen wordt, ontbreken de meeste andere namen uit de 'Verantwoording' of de 'Noten' volledig.

Begrijpe wie begrijpen kan, maar één zaak kunnen we er wel uit besluiten: door die superrommelige opmaak van het personenregister is "het belangrijkste non-fictie boek dat de afgelopen jaren in Vlaanderen is verschenen", zoals Karl Van den Broeck, de culturele hoofdredacteur van De Morgen (12 juni 2013) schrijft, als naslagwerk – wat het op de eerste plaats zou moeten zijn – compleet onbruikbaar.

Frans DEPEUTER

Jos Borré, Gerard Walschap. Een biografie, De Bezige Bij Antwerpen, 2013, 750 p., 49,95 €.

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche