Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
4 mars 2014 2 04 /03 /mars /2014 13:02

 

JanHoet.jpg

Telkens als ik Jan Hoet bezig hoorde, en vooral: bezig zág, was ik door de man gefascineerd. Misschien nog meer door hoé dan door wát hij vertelde. Want Hoet kón praten, ja zeker – maar dat betekent nog niet dat al wat hij zei, ook zin- en waardevol was. En Hoet wás een enthousiast, zeker voor kunst – maar dat impliceert niet per se dat zijn enthousiasme ook een graadmeter was. Hoet was gedreven, ja – maar dat houdt niet noodzakelijk in dat de onderwerpen die hem dreven, ook begeestering verdiénden. Jan Hoet was een fantast, ongetwijfeld – maar daaruit dient nog niet te worden afgeleid dat zijn fantasieën meteen ook valabel waren. Hoet was een visionair, best mogelijk – maar dat omvat niet automatisch dat zijn visies ook betrouwbaar en duurzaam waren.

Jan Hoet was zovéél en was ook zoveel het tegendeel van wat hij leek te zijn: messias én charlatan, bouwer én ondergraver, kenner én miskenner. Wát bij hem doorwoog, was en is een open vraag, maar één zaak is zo rond als een o: Hoet was een megalomaan 'pur sang', die bijna even vaak de keizerlijke absoluutheid van zijn woorden onderstreepte met 'ongelofelijk' als Eddy Wally dat deed met "gewéldig" en "onvoorstelbaar".

 

Jan Hoet werd op 23 juni 1936 geboren in Leuven, als middelste van zeven kinderen. Tijdens de oorlogsjaren groeide hij op in Geel, waar zijn vader als psychiater werkte in de toenmalige Kolonie voor Geesteszieken (nu OPZ). Omdat vader Hoet een enthousiast kunstverzamelaar was, kwamen er vaak artiesten over de vloer, zoals Constant Permeke en Paul Delvaux.

In 1945 verhuisden de Hoeten naar Gent. Na zijn studies aan het Sint-Lievenscollege aldaar ging Jan naar de kunstacademie, maar hij werd van de school gegooid omdat hij, in plaats van naar de lessen te gaan, liever bij de kunstenaars in het atelier rondhing. Hij ging dan maar naar de Rijksnormaalschool in Gent, waar hij in 1959 het regentaat in de plastische kunsten behaalde.

Aan de normaalschool was Jan bevriend geraakt met de fotograaf Rony Heirman. Na hun studies begonnen ze allebei les te geven, Jan aan de rijksmiddelbare school te Oostakker. Ze droomden echter van een artistieke carrière en tekenden samen verscheidene strips – Heirman tekende de figuren, Hoet de achtergronden –, die ze publiceerden bij Vooruit, de Goede Pers Averbode, De Standaard en De Ronsenaar.

In 1964 gaf Hoet, die dan 28 jaar is en een gezin heeft gesticht, de droom om zelf kunstenaar te worden op, omdat hij begreep dat hij als schilder nooit hoge toppen zou scheren, en ging kunstgeschiedenis studeren aan de universiteit van Gent. Intussen bleef hij wel les geven aan de school te Oostakker. Van 1971 zou hij ook doceren aan de WAK (Westhoek-Akademie), die hij samen met een andere schoolvriend, de beeldende kunstenaar, dichter en componist Walter Vilain, had opgericht.

 

Maar in 1975 maakte hij een eind aan het lerarenschap. Jan had namelijk gesolliciteerd voor de post van artistiek directeur van het pas opgerichte Gentse Museum voor Hedendaagse Kunst en was gekozen. Dat museum, toen nog gehuisvest in enkele zalen van het Museum voor Schone Kunsten, had in het begin niet zoveel te betekenen en was traditioneel elitair. Het duurde dan ook niet lang of Jan besloot er nieuw leven in te brengen. Zijn tentoonstellingen rond de abstracte kunstenaar Dan Van Severen en de als 'charlatan' bestempelde Antwerpenaar Panamarenko, vielen echter niet bij iedereen in goede aarde. In 1980 baarde hij opzien met 'Kunst in Europa na '68', waarin werk werd tentoongesteld van onder andere Arte Povera-kunstenaars, Joseph Beuys, Christian Boltanski en Tony Cragg.

Onder het beleid van Hoet groeide de collectie van hedendaagse kunst stelselmatig aan en kreeg het museum internationale bekendheid. De roemrijkste tentoonstelling werd 'Chambres d'Amis' (1986), waarbij vijftig internationaal befaamde kunstenaars werden uitgenodigd om in door de bewoners ter beschikking gestelde woningen in de Gentse binnenstad een kunstwerk te realiseren. Met die veelbesproken tentoonstelling plaatste Jan Hoet niet alleen Gent maar ook zichzelf op de artistieke kaart. Ze zou een belangrijke rol spelen bij zijn aanstelling als hoofdcurator van Documenta IX.

 

Dat gebeurde in 1992 en was ongetwijfeld het summum van Hoets carrière. De vijfjaarlijkse Documenta-tentoonstelling te Kassel mag zo niet als de grootste dan toch als een van de grootste tentoonstellingen – of zullen we zeggen: happeningen? – van de hedendaagse kunst ter wereld worden beschouwd.

Hoet volgde daarmee de Duitse kunsthistoricus Manfred Schneckenburger op, die ook al in 1977 Documenta 6 had verzorgd, waarbij 622 deelnemers zo maar even 2700 werken hadden geëxposeerd. Aan de 9e editie, waaraan Hoet de titel 'From body to body to the bodies' gaf, namen 189 kunstenaars deel met 1000 werken. Onder hen Jan Fabre, Wim Delvoye en Luc Tuymans, die er internationale bekendheid door kregen.

Hoet maakte een gewaagd avontuur van de expositie door er zijn eigenzinnige stempel op te drukken. Van bij de aanvang stelde hij: "Documenta moet volledig nieuw bedacht worden. We moeten beginnen vanaf nul. We vergeten alle kunstenaars die we kennen, we vergeten alle scènes die we kennen, we vergeten tijdschriften en bibliotheken. Ja, we gaan op reis en berichten het publiek over onze ervaringen!"

Hoet deed wat hij zich voornam: hij trok Documenta open door de hele stad Kassel bij de happening te betrekken. Waar het evenement tevoren steeds doorging in het Museum Fridericianum en enkele andere gebouwen, daar realiseerde hij het thans op meerdere plaatsen in de stad, veelal in openlucht, zodat elke inwoner erbij betrokken werd en de kunst naar het stadsleven kwam.

Uiteraard werd het gebeuren op die manier een peperdure aangelegenheid, die fel omstreden was, maar de curator zorgde ervoor dat alles zonder verlies werd afgesloten. Niet alleen omdat het bezoekersaantal een record van 603 456 bereikte, maar ook dankzij de sponsoring die in de tentoonstelling werd verwerkt. Voor de eerste en laatste keer werden op grote schaal T-shirts, baseball-caps, regenschermen... op Documenta verkocht.

 

Het jaar 1999 zou voor Jan Hoet en het Gentse artistieke leven een 'annus mirabilis' worden. In dat jaar kreeg het Museum voor Hedendaagse Kunst eindelijk zijn eigen gebouw, recht tegenover het Museum voor Schone Kunsten. Hoet, die zich hiervoor al jaren had ingezet en er zelfs voor in de politiek (CVP) was gegaan, doopte het onmiddelijk om tot 'Stedelijk Museum voor Actuele Kunst' (S.M.A.K.). Boven op het dak van S.M.A.K. liet hij een sculptuur van zijn vriend Jan Fabre plaatsen: "De man die de wolken meet". Een betere symboliek voor de grenzeloze ambitie en dynamiek van Hoet is moeilijk denkbaar.

 

Eind 2003 ging Hoet als conservator van het SMAK met pensioen, maar hij bleef niet op zijn lauweren rusten. Dat zelfde jaar nog stampte hij in het Noord-Duitse stadje Herford het MARTa uit de grond, een prestigieus museum voor hedendaagse kunst en design – M staat voor museum, ART voor kunst, en de laatste a voor 'ambiance' –, waarvan hij tot 2008 ook artistiek leider was.

Dit initiatief, dat een werktuig moest zijn voor de vernieuwing van de plaatselijke economie, maakte heel wat los in het stadje, dat qua grootte vergelijkbaar is met Genk. Voor het ontwerp en de bouw had Hoet een van 's werelds grootste architecten geëngageerd, de Canadees-Amerikaan Frank O. Gehry. Opgetrokken uit 5000 vierkante meter plaatstaal en 180 000 lokale klinkers staat het Marta in fel contrast met de Duitse vakwerkhuisjes verderop in de hoofdstraat.

Voor de bouwkosten alleen al hing er aan het project een prijskaartje vast van 28 800 000 euro. En dan kwam het 'Direktorat' van Hoet nog. Jan wist de vroede vaderen van het stadje te infecteren met zijn mateloos enthousiasme, zodat hij ongehinderd zijn gangen kon gaan. Een protestbetoging van burgers, die het museum een buitensporige geldverspilling vonden (en vinden), mocht niet baten. Ook heerste er misnoegdheid omtrent de opbouw van de collectie door de artistieke directeur, die niet alleen uitpakte met de getatoeëerde varkens van Wim Delvoye, maar de Noorse kunstenaar Bjarne Melgaard ook een performance wilde laten uitvoeren met een geit in een latex pak. Hoewel de geit tenslotte verwijderd werd, kreeg de Belgische kunstpaus na enkele turbulente jaren in 2008 de bons van het "onwillige provincienest" (zoals hij Herford zou noemen), dat zo goed als failliet gegaan was aan dit megalomane project.

 

Maar nog bleef Jan niet stilzitten. Ondanks zijn gezondheidsproblemen (nierkanker begin jaren '90 waarna nierdialyse, hartaanval in 2010, virale longinfectie en kunstmatige coma in 2012) bleef hij grootse manifestaties najagen.

Zo organiseerde hij in 2012, in samenwerking met de curator Hans Martens, in Sint-Baafs de tentoonstelling Sint-Jan, met religieus geïnspireerd werk (hoofdzakelijk installaties) van 51 kunstenaars (onder wie alweer dezelfde vrienden Fabre, Delvoye, Borremans…). Ondertussen werd hij ook gevraagd voor de organisatie en vormgeving van de biënnale van Yinchuan in het Chinese binnenland, die in oktober 2012 doorging en onder de bescherming van de Britse kunstenaar Damien Hirst stond. En als sluitstuk van zijn hectische leven organiseerde Hoet in 2013 in zijn geboortestad Geel een uitgebreide tentoonstelling onder de titel Expo Middle Gate Geel '13, die liep van september 2013 tot januari 2014.

Ook werd hij nog gevraagd als medecurator voor de grootschalige internationale tentoonstelling georganiseerd door MuZee in Oostende onder de titel 'De Zee', die zal doorgaan van oktober 2014 tot april 2015. Maar die opdracht zou op de wachtlijst blijven staan, want op 27 februari 2014 viel Jans sputterende motor stil en ditmaal voorgoed. Met Hoet is een kleurrijke, flamboyante, controversiële figuur weggegaan, omtrent wiens moed en overmoed, droom en waan, smaak en wansmaak, het laatste woord nog niet gezegd is…

Frans DEPEUTER

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche