Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
25 décembre 2013 3 25 /12 /décembre /2013 07:18

BenKLein-copie-2.jpg Ben Klein, 1 juni 2013

 

In de woelige jaren '60 van vorige eeuw was Ben Klein een van de vele Antwerpse 'angry young men' die de Koekenstad deden bruisen van literair leven. Het experiment was 'in', ook Klein stond op de barricaden. In tegenstelling met sommige estheten die een eerder vrijblijvend experiment bedreven, was het experiment van Klein doordrenkt van een socio-maatschappelijke bewogenheid. Inlijving in het gevestigde bestel was geen optie voor deze onbuigzame 'vechter' die, afkerig van elke vorm van arrivisme, geen compromissen, geen kazakdraaierij, geen middenwegen kende.

Uiteraard is een dergelijke attitude niet de ideale sleutel om deuren te openen naar succes. Dat stelde ook Henri-Floris Jespers op deze blog: "De vaak kwetsende egelstelling van Ben Klein heeft zijn geheel persoonlijke 'pohesie' genadeloos (maar niet minder onterecht) naar de marginaliteit verwezen. So what?" (17.01.2011) In een andere 'mededeling' noemt Jespers deze "weerbarstige" dichter"schromelijk onvolprezen" (22.04.2012). Ook ik heb altijd bewondering gehad voor de schone koppigheid van deze 'woordenaar' die de volstrekte consequentie tussen schrijven en leven huldigde, kortom: bij wie de Vorm niet afweek van de Vent, bij wie woord en daad één waren.

Dat over Kleins werk niet zoveel werd geschreven, is dan ook te begrijpen. Zo gaat dat immers in het Vlaamse literatuurland, waar dwarsliggers in een 'cordon sanitaire' worden gedrongen. Bij het zoeken naar internet-informatie over Klein, kon ik slechts op een paar sites terecht. En ook in de gedrukte literatuuroverzichten is zijn naam zo goed als onvindbaar. Hoewel Klein met zijn poHesie mede aan de basis lag van de evolutie naar het Nieuw-Realisme, ontbreekt zelfs in 'Nieuw Realistische Poëzie in Vlaanderen' van Lionel Deflo (jrg. 4, nr 3 van Kreatief, 1970) en 'Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen. Ontstaan, doorbraak en profilering van een literaire beweging' van Dirk de Geest en Stefaan Evenepoel (themanummer van Spiegel der Letteren, 1992) elk spoor van hem.

Gelukkig is er nu iemand die zich heeft vastgebeten in zijn werk. Liesbeth De Rijcke heet ze. Onder begeleiding van promotor prof. dr. Hans Vandevoorde (VUB) heeft zij voor het behalen van de graad van Master in de Taal- en Letterkunde Nederlands (Academiejaar 2012-2013) een scriptie gemaakt: 'Ben Klein, dichter van het compromisloze experiment', die werd gepubliceerd in aflevering XVII van het mooie digitale tijdschrift 'De Vallei' van François Vermeulen. Het is een vrij uitvoerig essay geworden van 32 178 woorden, hetzij 10,64 MB of 91 A4-pagina's.

En jawel hoor, in meer dan een opzicht werpt het essay een verhelderend licht op de figuur en het werk van Klein en geeft de onderzoekster interessante informatie over de geest en het literaire gebeuren van de jaren '60. Helaas durft zij ook wel eens de bal mis te slaan. Zo rept zij slechts in één zin over het verisme (zie intermezzo), dat nochtans dé drijfkracht was van Kleins in 1970 verdwenen tijdschrift Het Kahier: "[Klein] transformeert Het Kahier tot een heus tijdschrift waarin hij zijn 'reine' experimentele 'pohesie' ventileert en zijn manifest van het verisme publiceert". Waarna ze een citaat van Bobb Bern aanhaalt: "De aanvankelijk sociale bekommernis van Het Cahier werd zo al snel verlaten voor de 'dictature du mot magique'."

Met permissie, maar dat is larie en apenkool. Klein is aldoor een verist gebleven, zoals overduidelijk blijkt uit zijn tijdschrift HA, dat hij vóór enkele jaren opstartte en sinds 2012 in digitale vorm gratis toezendt aan geïnteresseerden (contact via ftf.vermeulen@gmail.com.).

HA staat vol met 'antigedichten', 'anti-art', 'saladeproza', 'elastisch proza' en collages die een bewuste aanfluiting zijn van alle vormen van 'mooie' kunst en schoonschrijverij. Op zijn blog, 'ben klein, experimenteel', schrijft de auteur overigens zelf dat in HA"humor, engagement en schoppen tegen het 'establishment' de hoofdingrediënten zijn". Zo is het 'saladeproza' één kruidige macedoine van verse (actuele) groenten overgoten met een pikante taalsaus, één spitante cocktail van nieuwsjes die hem onder de ogen komen en ideetjes die door zijn hoofd flitsen. Ze worden zo maar op het scherm geworpen in ongeordende telegramstijl. Één paternoster over alles wat in deze maatschappij/wereld scheefloopt, verontwaardigt, ergernis of afschuw of verbazing opwekt, doet lachen of grijnzen of vloeken.

Intermezzo

Het verisme (etym: Lat. verus = waar) was/is een avant-gardistische beweging, die ontstond uit de oorlogsweeën en haar grootste bloei kende in het Duitsland van de Weimar Republiek (1918-1933). Samen met het dadaïsme vormde ze de hoofdstroming in de Neue Sachlichkeit, die zich kenmerkte door de emotieloze weergave van alledaagse onderwerpen en de voorkeur voor eenvoud.

De veristen hebben veel aandacht voor wat er volgens hen mankeert aan de maatschappij. In het boek 'Die Kunstismen' (1925) van Hans Arp en El Lissitzky zegt de veristische schilder George Grosz: "De Verist houdt zijn tijdgenoten een spiegel voor de neus", m.a.w. hij neemt een bijtende sociaal-kritische houding aan.

Aan de grondslag van het verisme liggen een heilige verontwaardiging en een afschuw van de burgerlijke cultuur. Het dadaïsme oogt speelser dan het verisme. "Der Dadaismus () hat die Kunst für einen magischen Stuhlgang erklärt (). Der Dadaismus hat das Bejahen und Verneinen bis zum Nonsens geführt," zei de voorman Hans Arp in 'Metamorphosen 1915-1965'. Al bij al is het dadaïsme echter niet minder ernstig dan het verisme, alleen gaat het niet zo prat op zijn eigen ernst.

In tegenstelling met de kwakkel die in 2011 werd verspreid, dat Ben Klein het loodje had gelegd, lééft de man dus nog, en zelfs heel intens. Ondanks zijn 84 jaar heeft zijn strijdvaardigheid nog geen deukje gekregen. HA toont aan dat hij nog even alert, even compromisloos is als in de jaren '60-'70. Zijn taal bliksemt, zijn lemmet flikkert. Niets wordt gespaard. Alles wordt in de mengpot gelegd. Zowel de politiek als de literatuur, zowel de kerkelijke als de geestelijke leiders, zowel de straatveger als de bankdirecteur, zowel de migrant als de autochtoon, zowel de burger als de outlaw. Niets is heilig voor de scherpe en kolderieke pen van de auteur.

Maar toch is er verandering merkbaar: het ernstige gewicht dat in de jaren '60 wel eens de overhand nam, is namelijk verdwenen en wat rest is een schaterlach om dit ridicule, hypocriete, kwasterige, maffiose gedoe dat zich 'de mensheid' noemt. Door zijn spottende bril ziet Klein de wereld als één groot Absurdistan. Door de realiteit te verbinden met dartele, schalkse fantasieën, verkrijgt hij een bizar, nonsensikaal effect. De brokken werkelijkheid die hij uit de media oppikt, vormen via allerlei gekke associaties een fantastische onwerkelijkheid, die nog aangevuld wordt met zelf verzonnen absurditeit.

Ja, het verisme is er nog, maar het heeft 'lucht' gekregen, het ademt niet meer zo zwaar, is geiniger en grolliger geworden. Kortom: Klein is meer naar dada geëvolueerd. In 'contra contra contra' blikt hij overigens terug op het dadaïsme en hij besluit met: 'être dada c'est être courageux'. Die moed, die het hele werk van Klein heeft 'gepekeld', ontbreekt nog steeds niet. Zoals Klein in een telex-bericht van 1966 Heibel begroette met "Heibel is een salvo" en zijn toenmalige strijdmakker Gerd Segers met "Forza Heibel", zo zeggen wij thans: 'HA is een salvo' en 'Forza Ben Klein!'

Frans DEPEUTER

(wordt morgen vervolgd)

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche