Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
13 avril 2011 3 13 /04 /avril /2011 19:55

 

Wie zichzelf zonder enige bevangenheid een “echt dichter” durft te noemen, kan niet anders dan het ook zijn. Dat moet Hendrik Carette hebben gedacht toen hij zich zo betitelde in een ‘persbericht’ waarin geen zweem van satire te bespeuren valt. Hendrik méénde het, in volle overtuiging. Met rokende kruin meldde hij in elke mailbox dat hij niet was uitgenodigd om op het Poëziecircus van de Gentse Vooruit een nummertje te komen doen. Om de gegrondheid van zijn koleire nog mee kracht bij te zetten schaarde hij zich tussen een bonte zwerm van andere dichters, de ene al ‘echter’ dan de andere, zijnde Frans Boenders, Paul Claes, Lut de Block, Frank de Crits, Jozef Deleu, Frans Deschoemaeker, Aleidis Dierick, Philip Hoorne, Henri-Floris Jespers, Gwy Mandelinck, Bert Popelier, Renaat Ramon, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy, Lucienne Stassaert, Mark van Tongele, Geert van Istendael, Hubert van Herreweghen en de “Grote Drie van de Nederlandse poëzie: H.C. ten Berge, Herman Hendrik ter Balkt en Jacques Hamelink”.

Het is een literair schandaal,” schruwelde hij, dat die echtedichters en dichteressen “aldaar aldus niet mogen optreden en voorlezen”. En tegelijk vroeg hij zich af wie verantwoordelijk was voor het samenrapen van al die andere “potsenmakers, () valse poëten en proleten, () poseurs en parasieten, () postjesjagers en () prozaïsche prozaschrijvers” zoals de “wereldberoemde (cursief van Carette - FD) Steven Grietens, Andy Fierens, NoN, Jan Bucquoy, Kenny de Thaey, Antoine Boute en ACG Vianen” en andere “geestigaards” van wie “niemand al ooit één goed gedicht heeft gelezen”.

En hij sluit af met een aandoenlijk lamento voor de (alweer) “echte” poëzieminnaars die zich vreselijk te kort gedaan moeten voelen: “Dit is betreurenswaardig, niet zozeer voor de geweigerde, verzwegen of gecensureerde dichters zelf als wel voor de echte liefhebbers van poëzie die een verminkt geluid en een vertekend beeld van de poëzie krijgen en de stem van hun al dan niet geliefde of vermaledijde dichters daar in Gent helemaal niet kunnen zien, aanhoren en beluisteren.”

Het meest betreurenswaardig is het echter voor… Hendrik Carette zelf. Dat een 65-jarige nog in zijn keutel gebeten is omdat hij publiekelijk niet mag voorlezen in de Voor- of Achteruit, getuigt van een schromelijk gebrek aan relativering. Zo schromelijk zelfs dat de ‘echtheid’ van ‘s mans dichterschap er een rare bijklank door krijgt. Wie op zo’n gezegende leeftijd een optreden in een poëziecircus - en voeg er maar bij: de poëzie en het dichter-zijn zelf - niet weet te relativeren, moet dringend zijn vleugels en tenen laten bijknippen.

En dan die “stem van hun () geliefde dichters”, mama mia! Het klinkt bijna even eerbiedwaardig als het gefluister van mijn moeder wanneer ik als knaap van acht in de basiliek van Scherpenheuvel een kwartje in het offergleufje mocht steken en een gewijde kaars mocht branden voor het beeld van de Blauwe Dame… Het publiek en zijn geliefde dichters, ik krijg er zowaar een krop van in de keel. Alleen vraag ik me af of ‘het’ publiek dat op 2 april in de Vooruit naar de Nacht van de Poëzie kwam luisterkijken, misschien niet voor wat anders kwam dan voor gedichtjes, zelfs al zouden ze van Hendrik Carette geweest zijn!

En toch heeft Hendrik niet helemaal ongelijk. Dat het beeld van het literaire (en dus ook poëtische) landschap vertekend wordt, hangt als een volle uier onder de koe. Wie niet in de media aanwezig is, mag het vergeten. En wie niet bij ons-kent-ons behoort, zal niet in de media aanwezig zijn. En zeker wie het aandurft voor Vlaanderen op te komen, zal nooit bij ons-kent-ons behoren. Ja, Hendrik, zo simpel is het. Dus is het misschien toch nodig af en toe eens in een circus op te treden. Zeker voor iemand die ‘erbij’ wil horen!

Op verzoek van Carette heeft Henri-Floris Jespers diens persbericht op zijn ‘Mededelingen’ geplaatst. En ja, hoor, zoals te verwachten liepen er heel wat reacties binnen.

Van organisator Guido Lauwaert o.a., die op een stekelige, ietwat taalkwakkelige manier, waaruit meer sarcasme dan satire spreekt, schreef: “Beste Hendrik Carette, Bedankt voor de publiciteit. Kan je later op de week van de Gentse Boekentoren springen als protest? Dat garandeert ons 100 toeschouwers extra en zullen we er ons broek niet aan scheuren. Want dat dreigt nu voor de 5de maal het geval te zijn. Wat extra hulp kunnen we gebruiken. Grüβen aus Gent.” En die de suggestie van ene Richard Steegman(s) “waarom geen festival organiseren met vijftig bekende Nederlandstalige dichters die niet aantreden op 2 april in de Vooruit?”, voor de zwijnen gooide met: “Als tegemoetkoming wil ik wel een goed woordje doen bij de directie van de Universiteitsbibliotheek om een alternatieve Nacht van de Poëzie te organiseren. In de Panoramazaal is er plaats voor 50 toeschouwers, zijnde 45 protestanten + 5 volgelingen, indien de laatste niet elders ingehuurd zijn. 50 stoelen en 1 microfoon, dat moet ruim voldoende zijn, dacht ik.”

Ook blogbeheerder Henri-Floris geeft commentaar op het persbericht. Vooreerst laat hij weten dat hij in feite niet bij Carettes zwerm behoort, want hij was wél degelijk gevraagd, maar hij “zag dat niet zitten”. [Overigens was ook nachtburgemeester Vitalski van de partij, net als de alomtegenwoordige vetmester Jozef Deleu, die zijn 17e Liegend Konijn kwam aanprijzen.] Jespers heeft echter nog andere bedenkingen bij het lijstje van Carette. Ik citeer: “Lut de Block, zegt Carette? OK, maar hij vergeet dan Maris Bayar, Vera Alexander Beerten, Marleen de Crée of Annie Reniers? Frank de Crits en Frank Deschoemaeker? Jawel. En waarom niet Patrick Conrad, Marc Tritsmans of Werner Spillemaeckers? En zo kunnen we nog lang bezig blijven.”

Wie ook reageerde, is Walter Soethoudt, schrijft Jespers: “Volgens [Soethoudt] ontbreken ook () Maris Bayar, Anneke Brouwers, Toon Brouwers, Frans Depeuter en Vitalski”.Dat Walter ook mij naar de Vooruit zou willen lokken, vinden we bijzonder lief van hem. Maar in tegenstelling tot al die dichters die ontsticht zijn omdat ze niet uitgenodigd werden op “wat zij kennelijk als een normatieve prijsuitdeling ervaren(Jespers), wenst Frans Depeuter juist nietop te treden bij zo’n bedoening. Evenmin als Robin Hannelore, voor zover ik kan inschatten. En als pakweg Frans Deschoemaeker, Aleidis Dierick, Willy Spillebeen, Marc Tritsmans, Marleen de Crée… wier poëzie voor iets intiemers is gemaakt dan om in een circus te worden uit- en misschien weggebruld.

Nee dus, Walter, ik zou hetechtniet willen meemaken om daar de belangrijkerd te gaan uithangen, maar je bent wel bedankt voor de attentie. Wie 65 jaar wordt (zoals Carette) of ouder is (zoals Depeuter), mag toch worden verondersteld tot de jaren van discretie en verstand te zijn gekomen en afstand te hebben genomen van heel dat showgedoe, dat aan de literatuur verbonden is als een hoerenwinkel aan een windmolenpark. Zo dacht ik tenminste.

Dat blijkt ook het aanvoelen te zijn van Henri-Floris die terecht schrijft: “Jongens, waar gaat het om?! Een optreden? Samen de Gentse burgemeester Daniël Termont die als Buffalo verkleed de Internationale zal zingen? Onder waakzaam toezicht van Marc Reynebeau en Herr Seele die in een hoge loge op het balkon van de concertzaal op een ironische manier, als Statler en Waldorf (van de Mupetteshow zaliger), kritiek zullen leveren op de gaande en komende dichter? Waar zijn jullie toch mee bezig? “

Ja, waar zijn we toch mee bezig? Of beter: waar zijn ‘ze’ toch mee bezig? Want mij niet gezien, hoor, ik heb helemaal geen behoefte om daar wat te staan fladderen tussen al die kraaiende hanen - want de kippen houden zich meestal gedeisder. Als het toch niet anders kan, geef mij dan maar een klein publiek dat echt “echt” van poëzie houdt. Een avond met begeleiding van ‘Prana’ bij voorbeeld, het ensemble van Koen Vermeiren, Paul Gyles en Tex Vandelooverbosch, die uit mijn sonnettenbundel Landschap met Duif veertien gedichten selecteerden en op muziek zetten.

Toch wel vreemd dat een “echte” dichter als Hendrik Carette jaloers is omdat hij niet mocht “optreden” tijdens de Nacht van de Poëzie. Ik mag er niet aan denken dat ik op de scène zou moeten staan naast een Jules Deelder, die begeleid met een dwarsfluit (!) zijn 'Kutgedicht' voordroeg: “Oh kut, o snee, o pruim, o spleet,/ o gleuf, o naad, o kier, o reet,/ o gat, o dot, o doos, o meut,/ o muts, o klier, o bef, o preut” en zo gaat de “topdichter”, dankbaar gebruik makend van Jaap Bakkers Rijmwoordenboek,28 regels door, van peer naar vijg, van deur naar scheur, van rits naar snits, van dal naar kwal, van spons naar plons…

Of naast Dirk van Bastelaere die onder de titel ‘Poetry is porn’ een videomontage toonde vol pompende pornosnorren en brutale taferelen. Of naast een opgeblazen puit als Andy Fierens met zijn “grote smerige vlinder die op de mat heeft gekakt”. Of naast ene Frank Starik, die - misschien omdat hij in feite Von der Mohlen heet? - het nodig vond bij wijze van poëtisch statement zijn broek te laten zakken. Of naast ene Théophile de Giraud, die pleitte voor (nog) meer bloot op openbare plaatsen en, de daad bij het woord voegend, the full monty deed. Of naast Jan Bucquoy, die ‘Masturbatie in drie minuten’ bracht, wat erop neerkwam dat hij, na drie minuten lijdzaam gekreun, over het publiek een geschud blikje frisdrank liet rondsproeien dat hij ter hoogte van zijn kruis hield - hij had tenminste champagne kunnen gebruiken, dat doen de coureurs toch ook!

Een deel van het “echte” poëzieminnende publiek was na de act van Van Bastelaere al weggelopen, en ook daarna bleef het door het vergiet wegsijpelen, zodat na middernacht vooral het minder “echte” publiek overbleef, en dat zat/stond te roepen en te lachen en te drinken en te dansen. En ja, ook de wiet en wiet-weet-wat-nóg-allemaal mochten niet ontbreken op dit verheven festival van fijne ontwikkeling, evenmin als de rollebollende jongens en meisjes die elkaar zonder onderscheid van kunne lagen te snavelen en beroeren.

Toen Peter Verhelst zijn ding kwam doen, was alle aandacht zo goed als weg. Terwijl de postmodernist zich stond af te sloven om zijn “Kraanvogels” door de zaal te laten vliegen, kletste en kwekte het publiek als op een vogelmarkt. En toen het de beurt was aan Saskia De Jong kwam vanuit de zaal de ‘poëtische’ aanbeveling “Tetten bloot!”

Ja, mensen, de Nacht van de ‘Poëzie’ noemen ze dat. Moet ik nu bewondering of medelijden opbrengen voor iemand als Adriaan de Roover, die 87 jaar zijnde toch aan het circus deelnam door in een stoel neer te ploffen en minutenlang voor zich uit te zitten turen tot de autocue zou oplichten, en daarna wippend op zijn voet van wal te steken met: "Ik dicht zoals een haan een ei legt"?

Of voor Leonard Nolens die stomdronken terug naar Antwerpen gevoerd moest worden, omdat hij, pas bevallen van een nieuwe bundel, met een postnatale depressie zat te kampen en zijn toevlucht had genomen tot een ‘medicijn’ van ietwat te hoge gisting?

God, wat moet Remco Campert zich achteraf gelukkig hebben geprezen dat hij ziek was geweest en had moeten afhaken. En wat heeft Peter Holvoet-Hanssen chance gehad dat hij wegens hartklachten forfait had moeten geven!

En wat zijn wij blij dat we er niet bij waren!

Frans DEPEUTER

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche