Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
19 février 2012 7 19 /02 /février /2012 17:49

 

Blinde-gedichten.jpg

Op vrijdag 17 februari stelde uitgeverij De Bezige Bij de derde dichtbundel voor van Delphine Lecompte. Dat gebeurde in boekhandel De Zondvloed in Roeselare. Na twee dichtbundels van grafisch laag allooi bij uitgeverij De Contrabas, is de derde qua boekverzorging een pareltje. Het formaat, de bladschikking en het kaft zijn op maat gesneden van de poëzie van deze prettig gestoorde dichteres. Soms wat al te prettig, zodat het gevaar om de hoek loert dat zij een knuffeldier wordt. Een dichter [m/v] moet een rebels karakter behouden, zelfs wanneer hij behoort tot het type kamerplanten. De confrontatie zoeken is conflicten niet uit de weg gaan. De grote meerderheid van de jonge generatie Vlaamse dichters loopt er helaas met een flinke boog omheen.

 

Na het welkomstwoord van gastheer Roderik Six was het tijd voor het laudatio. Uitgever Harold Polis heeft daar geen moeite mee. In de onderste lade van zijn bureau liggen een twintigtal laudatio’s. Het enige wat hij hoeft te doen is de naam van de auteur en de titel van de bundel wijzigen, en er een kort slot aan breien dat niet vloekt met wat volgt. En wat volgde was het volgende. Een aantal collega’s waren bereid gevonden om een gedicht voor te lezen van de boreling. Het talrijk opgekomen publiek – in een ruimte voorzien voor een beperkt publiek zijn zeventig bezoekers terecht een ‘talrijk opgekomen publiek’. Koenraad Goudeseune verscheen als eerste aan de startlijn. Hij stamelde, wat het gedicht deed belanden in een donker gebied. Tine Moniek deed het een stuk beter. Hoewel. Haar voordracht roept de geest op van een kleuterleidster, die het nu eens gaat zeggen, zie. Reinout Verbeke kwam net op tijd. Zijn voordracht pompte de aandacht weer op. Je hoort een Berlijnse invloed. Statig als de Spree, stijlvol als Unter den Linden, de Allee waar men zowel paradeert als flaneert.

 

De volgende collega was Michaël Vandebril. Hij was trouw aan zijn manier van voordragen, een licht nonchalante pose die smaakt naar ‘mij kan niets gebeuren’. Hij besloot zijn voordracht met een oproep aan Koenraad Goudeseune om zijn netwerk te gebruiken om de vorige uitgever van Delphine Lecompte, een redelijk bekend contrabassist, onder druk te zetten haar eindelijk wat goudstukken uit de opbrengst van de door hem uitgegeven bundels toe te schuiven.

Sylvie Marie bracht het morrend volk weer tot rust mè u voordracht woa da de West-Vlamingn’ oengetwiefeld bliede mè woarn.

Roderik Six las ook een gedicht voor, keurig zoals het een gastheer betaamt. En toen was Didi de Paris aan de beurt, de knock-a-bouter van het Vlaamse poëziecircus. Ondanks zijn hoog showgehalte respecteerde hij de diepere laag van zijn toegewezen gedicht. Dat iedereen zijn hoge hoed voor hem afneemt, zoals de dalende heer en de klimmende heer vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx doen, en zet het weer op het hoofd, men versta mij wel, elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd.

De voordracht van muzikant Bruce Bherman was integer en hij kan het touw zo spannen dat de toeschouwer er niet koud maar warm van wordt. Een aangename verrassing. Hanna Kirsten las geen gedicht voor. Zij bedolf de dichteres en haar poëzie onder een lofzang in poëzievorm. Haar wijze van spreken heeft een pedant muziekje en haar tempo houdt het midden tussen een voordracht bij een uitvaart of een doop.

 

En toen was het de beurt aan madam Delphine zelf. Als je haar gedichten hoort, voel je ze geboren worden. Vanuit een gelukkig gestoorde geest, soms struikelend over de zelfs voor de dichteres plotse weersomslag. Vanuit het anekdotische ontstaat een verrassende interpretatie. De maatschappij is een voor haar bekende maar onbeminde wereld, al tracht ze haar verbazing te verbergen achter een lucide constructie.

De gedichten van haar derde bundel zijn – en nu volgt een vuil en lelijk woord – volwassen. Ze openen zich pas bij de derde lezing. En die nodigt uit op een vierde. Dan mag de bundel in het rek tot wanneer de eigenaar een dip heeft. Hij is een gezonde medicijnkast. Hopelijk wordt zij geen bandwerkster, maar blijft zij een laborante. Want Delphine Lecompte is de Florence Nightingale van de hedendaagse Vlaamse poëzie, in het harnas van Jeanne d’Arc.

Guido LAUWAERT

Delphine LECOMPTE, Blinde gedichten, De Bezige Bij, 64 p., 19,95 €.

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche