Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
27 juillet 2014 7 27 /07 /juillet /2014 18:49

 

De-Sirenengedichten-copie-1.jpg

Fascinerend hoe talen zich weinig aan grenzen gelegen laten liggen. Zo viel het me in Aken en Maastricht op hoe de inboorlingen, hoewel officieel Duits en Nederlands, elkaar in een soort tussentaal begrijpen. Ook in de Achterhoek, een van de mooiste streken van Nederland overigens, trof me dat. Mensen uit Winterswijk en Vreden (aan de andere kant van de landsgrens) verstaan elkaars dialect makkelijk. Daar is dat het Westfaals, een variant van het Nedersaksisch, dat ondertussen voor de Europese Unie als officieel erkende streektaal geldt.

Bijzonder aardig vind ik dat ook sommige dichters hun moedertaal af en toe aanwenden voor hun poëzie. Enkele mooie voorbeelden staan in De Sirenengedichten 1999-2014, een charmant uitgaafje van de Stichting Eeuwig Erbarmen (wat een práchtnaam!). Die organiseert sedert het eind van de vorige eeuw jaarlijks (behalve in 2004, waarom is me niet bekend) wandelingen over de landgoederen Idink en Nibbelink in het Gelderse Sinderen onder de naam ’nDrom. Die bieden de deelnemers onderweg muzikale, poëtische en theatrale verrassingen. In De Sirenengedichten  is een keuze opgenomen van verzen die in de loop van de laatste vijftien jaar speciaal voor ’nDrom  werden geschreven. Het boekje, dat net als vele Franse uitgaven voordat je het kunt lezen aan de bovenkant nog moet open worden gesneden, bevat bijdragen van Jolanda van Erkel (eentje) en Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter. Die drie vormen samen ook het Instituut Praktische Poëzie (HiPP), en weten zich in hun gewest geworteld. Dat komt steevast liefdevol beschreven uit hun gedichten naar voren. Bert Scheuter is er ‘een houtman in een houtdorp’, oude landbouwwerktuigen worden door alle drie gekoesterd. Je ruikt gorgelend zompig moer  en de geur achter de vraag is bos nog bos als het gehakt  is?

Om terug te komen op het Nedersaksisch, enkele voorbeelden: Zet blauw baoven gruun / en dreum owwen drom / in de bos, in de weide. // Dan zette owwe oorne los en luustert, / dan kiek owwen drom diep in de ogen / en ziet eerst maor’s wat eur d’r van duch.(Bert Scheuter) en ’n Vlucht schoolherinneringen, / Pas op, i’j daor! // ’n School opgeviste dingen, ónbedaorbaor. // ’n Zwarm vluchtige vraogen, jao èh nea maor…. // ’n Dróm vraogteikens te raoden, ónafzienbaor.(Hans Mellendijk) Het heeft hier en daar wel wat van West-Vlaams weg. Als je het hardop leest begrijp je het prima. Mooi ook, van Scheuter: Ik bun dat kind veurbi-j ’egaon, / Het kind dat alles annemt. […] Want ik wet da’k niet vinne, / tut de tied zelf mien zelf wegnemt….

De Sirenengedichten waren een aangename verrassing in mijn brievenbus!

Bert BEVERS

 

De Sirenengedichten 1999-2014, Jolanda van Erkel, Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter, Stichting Eeuwig Erbarmen, Varsseveld, 2014

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche