Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
15 octobre 2013 2 15 /10 /octobre /2013 18:00

 

 

Ashetu--nieuw-.jpg

In Het verdwenen gedicht  (zie de blog van 14 september) voegde ik een stukje toe aan de biografie van Bernardo Ashetu (1929 – 1982). Deze dichter van Surinaams/Europese afkomst laat zich in zijn prachtige werk en in wat wij weten van zijn leven kennen als een Einzelgänger. Wie de bloemlezing Dat ik je liefheb leest, zal beamen dat Ashetu een volstrekt eigen en onvergelijkbare stem heeft. Ergens in zijn nawoord merkt samensteller Michiel van Kempen op dat de dichter zich nooit in schrijverskringen heeft bewogen. In vervolg op Het verdwenen gedicht zal ik, meer uitgebreid, aantonen dat hij wel degelijk een bescheiden literaire band onderhield. Het door mij gesignaleerde contact met de dichter Jozef Eijckmans (1907 – 1996) is hierbij het uitgangspunt.

In de periode van belang (eind jaren vijftig – begin jaren tachtig) woonden Ashetu (pseudoniem van Henk van Ommeren) en Eijckmans in Den Haag. Het vrij kleine centrum van de stad was het brandpunt van haar artistieke leven. Op een paar vierkante kilometer bloeiden onder meer de Koninklijke Schouwburg, Pulchri en de Haagse Kunstkring, maar ook kunstenaarsstekken als café De Posthoorn en de Wiener Konditorei.

Jozef Eijckmans woonde nabij het centrum in een hofje aan de Zwarteweg. Hoewel sterk gefocust op zijn eigen werk en zeker geen allemansvriend had hij veel contacten in de Haagse kunst.

jozef-eijckmans-copie-1.jpgJozef Eijckmans


Dé centrale ontmoetingsplek was Bodega De Posthoorn. Schilders, schrijvers, dichters, acteurs, musici, journalisten: ze troffen elkaar vrijwel dagelijks in dit ultra Haagse etablissement aan het Lange Voorhout. Een vanzelfsprekend artistiek netwerk bestond daar. Ook voor dichters heel belangrijk. Eijckmanswas er in de jaren vijftig en zestig kind aan huis. Hij dronk niet of nauwelijks; het ging hem vooral om het gesprek (altijd over poëzie en muziek, zeker niet over onbenullige onderwerpen).

Destijds dichter in spe Piet Boekestijn beschrijft in zijn herinneringen hoe het er in de Posthoorn aan toeging.

Duidelijk was voor ieder, dat een vast gespreksonderwerp de dichtkunst betrof, waarbij uiteraard ieders persoonlijke inspanningen bij de beoefening aan de orde kwamen en om voorrang streden. Immers, ook op dit terrein verbetert concurrentie en competitie de kwaliteit van de productie! Dat laatste werd echter zeker niet bewust beleefd. Gevoelens van saamhorigheid en vriendschap zorgden voor een sfeer waarin persoonlijke belevenissen en bekentenissen onbedreigd konden worden geuit. Stokpaardjes, die ieder wel had, werden met begrip aangehoord. Meer dan eens stond in gesprekken centraal waar en bij wie werk een goede kans zou maken op publicatie.

Beeldend kunstenaars en dichters als Willem Hussem, Jaap Nanninga, Cor Stutvoet en Gerrit Kolkman waren onder meer Eijckmans’ gesprekspartners. De grenzen tussen de disciplines vervaagden spontaan. Jonge dichters en schilders wisten de artistieke Posthoorn-habitués zeker ook te vinden.

In het bovengeschetste perspectief wil ik de relatie Ashetu – Eijckmans plaatsen.
Het feit dat Jozef (die graag over zijn
eigenwerk sprak) mij uit zichzelf vertelde over zijn vriend Bernardo Ashetu is veelzeggend. Ook zijn spontane voordracht uit de enig gepubliceerde bundel van Ashetu is opmerkelijk. Niet aangestipt in mijn vorige artikel is Eijckmans’ opmerking dat Ashetu in de cafetaria waar hij vaak zat niet alleen las, maar ook veel afbeeldingen van beeldende kunst bekeek.

Eijckmans heeft Henk van Ommeren ergens in het Haagse artistieke/bohemien biotoopje leren kennen, wellicht in De Posthoorn. Ashetu moet het werk van de oudere dichter (Eijckmans debuteerde in 1955) gekend hebben. Eijckmans kocht of kreeg Ashetu’s bundel Yanacuna  (1962). Er ontstond een geregeld vriendschappelijk contact. Contact met Jozef betekende (zeker als ‘de ander’ dichter was) dat er veel (ongepubliceerd) werk over de tafel ging.

Het zou goed kunnen dat de soepele invloed die de bevlogen Eijckmans als vanzelf had door Ashetu werd gevoeld. Alleen al qua vorm heeft Eijckmans’ poëzie iets heel kenmerkends (korte strofen, ‘smalle’ langgerekte gedichten). En meer inhoudelijk: zuivere, maar zeker geen barokke/breedsprakige poëzie van een dichter met talent om naar het randje van het begrijpbare te gaan.

Die kentrekken vind ik ook meer of minder in Ashetu’s gepubliceerde werk terug.

Het ingetogene van Ashetu’s verzen doet overigens niet speciaal Surinaams/Caraïbisch aan. Dit gevoegd bij het feit dat de etnische afkomst van een kunstenaar nooit een rol speelde in Eijckmans’ kringen levert op dat Van Ommeren/Ashetu niet ‘als Surinamer’ opviel. Zijn gedichten (met al hun eigenheid) pasten wonderwel in laten we zeggen het Haagse poëtische landschap.

Eijckmans was een eigenzinnige verfijnde grensganger. Voor Ashetu geldt hetzelfde. Zij moeten elkaar als dichter vanzelfsprekend begrepen hebben.

Je gaat dichten uit een innerlijke noodzaak, maar er kan tegelijk een fascinatie zijn voor het werk van anderen. Veellezer Ashetu zal verschillende favorieten/voorbeelden gehad hebben. Wie weet is de beeldende kunst (Willem Hussems sobere elementaire vormen) van invloed geweest.

De dichters in de Posthoorn zetten elkaar (zelfs onbewust) aan tot kwaliteit en een soort artistieke overtreffende trap (vrijheid en risico, experiment). Ashetu kan hier iets van hebben meegekregen.

In hoeverre is Ashetu door Eijckmans en het artistieke klankbord van De Posthoorn beïnvloed? Onderzoek van het niet gepubliceerde werk kan deze vraag beantwoorden.

Ashetu, een schimmige figuur? Ashetu, een dichter zonder literaire contacten? Het valt te bezien. Ashetu’s gedichten staan niet alleen in de letteren. Zij hebben iets te maken met het Haagse literaire klimaat en met Jozef Eijckmans.

Het is trouwens jammer dat de ‘samenzwering’ van Posthoorn-kunstenaars niet meer bestaat. Het is al jaren afgelopen met de wederzijdse uitdaging en beïnvloeding. Heel aardig was dat de Haagse beeldende kunst, muziek en literatuur moeiteloos samenspanden en samenwerkten. Tegenwoordig kent Den Haag alleen nog politieke samenzweringen.

Erick KILA

http://mededelingen.over-blog.com/article-het-verdwenen-gedicht-120041913.html

http://www.pietboekestijn.nl/herinneringen/herinneringenstart.php


Bernardo ASHETU, Dat ik je liefheb, Haarlem, Uitgeverij In de Knipscheer, 2011.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche