Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
18 février 2014 2 18 /02 /février /2014 12:00

 

DantonsDood.jpg

Het eerste toneelstuk van Georg Büchner[1813-1837] is eerder een leesstuk dan een speelstuk. Actie ontbreekt zo goed als en de ene lange monoloog volgt de andere op. De dood van Danton is de essentie noch de climax van het stuk. De soberheid op het doen door het denken van Maximilien Robespierre botst frontaal met het denken ná het doen van Georges Danton.

 

Het conflict moet lijden tot de ondergang van een van beiden. Het is Danton. Omdat Robespierre door zijn leep denken het publiek tegen Danton weet op te zetten. In de ogen van de auteur is het toneelstuk een ode aan het slachtoffer. En dat is het ook geworden in de ogen van regisseur Johan Simons. Zijn Dantons dood ademt de sfeer uit van de ziel uit Büchners stuk. Als denken en doen lijnrecht tegenover elkaar staan, komen we er niet uit. Wat momenteel zo is. Geen revolutie heeft een oplossing gebracht, geen republiek de ware democratie. De wereld is daardoor één grote chaos, waar geen filosoof raad mee weet, geen politicus een oplossing in de hoge hoed heeft.

 

Symbool van de revolutie

Robespierre heeft bij de ondergang van Danton geen goed of slecht gevoel. Voor hem is de individuele vrijheid ondergeschikt aan het algemeen belang. Wat het zijne is, natuurlijk. Wie geen gevoel heeft rest niets anders dan een koud, rechtlijnig denken. Wat uitmondt in extremisme. Zijn mening begint bij zijn pen en eindigt bij het mes van de guillotine, een wetenschappelijk ontworpen liquidatieapparaat. Het staat symbool voor de revolutie, net zoals elke revolutie een symbool heeft. Het kruis voor het katholieke, de rode vlag voor de communistische en de dollar voor het kapitalisme. Wat het conflict tussen de twee protagonisten nog versterkt is de gedachte dat voor Robespierre de revolutie in het hoofd geboren wordt en nooit ophoudt, terwijl voor Danton de buik de moeder is van de revolutie, die de republiek baart en klaar is kees. De rest is toekomst. Die twijfel verzwakt zijn positie tegenover zijn tegenstander.

 

Vertaling en bewerking

Hugo Claus hield van praatstukken. Maar hij was geen politicus en zeker geen revolutionair. Hij liep er omheen. Die omweg is onder meer Büchner en zijn eerste stuk. Hij heeft het vertaald, vrij losbandig, zoals dat bij Claus de gewoonte was. Dramaturg Koen Tachelet heeft Claus’ Bourgondische insteek weggesneden en het stuk teruggebracht tot zijn taalkundige kaalheid. Maar ook hij heeft zijn stempel op de versie van Toneelgroep Amsterdam gezet. Met de inbreng van een paar statements van Peter Sloterdijk en Michel Houellebecq. Zelfs een jeugdgedicht van Pablo Neruda is in de bewerking geslopen.

 

Monoloog voor zes acteurs

Het eindscript, en dus de gebruikte speeltekst, is een zware dobber voor het publiek. Is de voorstelling een historische les of een monoloog voor zes acteurs? Danton herrijst uit de dood doorde vertolking van Hans Kesting. Het geldt ook voor Gijs Scholten van Asschat als Robespierre. Moeilijker heeft het Halina Reijn die vier personages speelt. Haar spel is overtuigend, op het sublieme af. Door een nauwelijks veranderde kostumering en eenduidig spel heeft de toeschouwer het echter moeilijk haar personages uit elkaar te houden. Indrukwekkend is de stem van de burger, gebracht door Benny Claessens. Hij verschijnt niet lijfelijk maar op video. Toch stapt hij met zijn spel als het ware uit het doek en glijdt in het hoofd van de kijker en bezet zijn gevoelens en beïnvloedt zijn gedachten.

 

Schitterend idee

Een belangrijk aandeel is voorbehouden aan de muziek van Ludwig van Beethoven, zijn zevende symfonie. Een schitterend idee van Johan Simons. De zevende is de embryonale versie van de negende. De eerste drie delen van de zevende zijn vormstudies tot het vierde deel. Het is een explosie van gevoelens, eerder dan van mathematische tonaliteit. Met de wetenschap in het achterhoofd dat Beethoven voor deze beweging zich baseerde op boerendansen, is duidelijk dat de nuchterheid om wat is, en de woede om wat wordt, bij Simons gezocht moet worden in de mest en de grond van de natuur in zijn oorspronkelijke en puurste vorm. Koppel componist en regisseur aan elkaar en je hebt één revolutionair in twee gedaanten. Ze streven beide naar vreugde en bevrijding, zonder te [willen] weten wat de juiste keuze is voor een oplossing van het wereldconflict dat tot een wereldwijde diaspora heeft geleid.

 

De Bastille van de kunst

Beethoven heeft die wens in de vierde beweging van zijn negende gestoken. Johan Simons door aan het slot een honderdtal mensen van alle rassen, generaties en godsdiensten het podium, de Bastille van de kunst, te laten bestormen. Leek de voorstelling bij aanvang een gekkenhuis, slaat over naar een parlement, wordt het na het laatste woord een opvangcentrum. De wereld in zijn huidige toestand weergevend.

 

Fixatie

Dantons dood van Johan Simons is puur klasse, een meesterwerk. Niet eenvoudig te volgen, maar dat zal Simons een zorg wezen. Wie zijn parcours volgt ziet, dat hoe ouder hij wordt, hoe meer hij zich fixeert op de gedachte dat niet een regisseur een publiek moet zoeken, maar het publiek een regisseur moet vinden. Voor een natuurmens pur sang is nu eenmaal de belangrijkste maand van het jaar september. Wie dat voor ogen houdt, neemt deze voorstelling aan zijn schoenen mee naar huis.

Guido LAUWAERT

 

DANTONS DOOD– productie toneelgroep Amsterdam – in eigen huis en op reis tot 13 april – www.tga.nl

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche