Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
6 décembre 2009 7 06 /12 /décembre /2009 17:57


2 december. Niet zonder enige weemoed lees ik in Knack (nr. 49 van 2 tot 8 december) een openhartig, lucide en daarom des te boeiender gesprek van Jan Vanriet (°21 december 1948) met Frank Hellemans.

Weemoed? Terugblikkend op zijn Lehrjahre heeft Jan het immers bij herhaling over Pink Poets (“ik kende veel van die mensen, sommigen waren goede vrienden”), vooral dan over Nic van Bruggen en Hugues C. Pernath.

Ik was een heel goede vriend van Nic van Bruggen. Ik kende hem aanvankelijk als voetbalreporter bij Beerschot, 'van op het Kiel', zoals dat toen heette, die erg fraai geformuleerde commentaren gaf. Ik ontmoette hem als voetballiefhebber en achteraf hoorde ik dan dat hij ook gedichten schreef. We gingen voetballen met andere teams die in de reclamesector werkzaam waren. Nic van Bruggen was een briljante copywriter. Zjef van Uytsel speelde bij ons in de ploeg, en Paul Koeck was doelman. Ik reed toen altijd mee met Nic in zijn groene Porsche. Eigenlijk was Nic een eenvoudige, lieve en vooral eenzame man.

Toen Jan anno 1967 of 1968 Pernath (“veel warmer dan hij zich voordeed en alleszins veel minder hautain dan je zou denken”) thuis bezocht, kwam dat neer op “een lokale Bildungsreise”:

Pernath had een schitterende collectie van Dan van Severen, allemaal heel streng en ascetisch. […] Het bevreemdde mij dat Pernath zo opliep met mijn tekeningen, die toch helemaal anders van stijl waren. Er waren kunstenaars, oude vrienden van Pernath, die toen zeer jaloers waren. Ze gunden mij die aandacht niet en reageerden als bedrogen minnaars. […] Toen ik in mijn laatste jaar op de academie zat, heeft Hugues mij in contact gebracht met diamantair-galeriehouder Jan Lens. [...] Hij vond dat ik als beginnend tekenaar onderdak moest vinden bij die toenmalige grootste Antwerpse galerie. Ik volgde dat hele wereldje niet en wist zelfs niet van het bestaan van Lens af. Nu is dat helemaal anders en beginnen kunstenaars al vanaf hun eerste stappen te netwerken, maar ik was in de jaren zestig echt een onbeschreven blad. Het is Hugues die voor mij een afspraak heeft geregeld bij galerie Lens en zo was ik als schilder gelanceerd.

Uiteraard komt het Comité van Waakzaamheid en de fameuze “anticensuuravond” (1968) ter sprake, waarbij Jan een treffend voorval openbaar maakt dat ten volle illustreert hoezeer “verbindingsman” Hugues “Claus exclusief voor zich wilde houden”.

Hij behoorde tot diens inner circle en wilde die bevoorrechte positie exploiteren. Het was de eerste keer dat ik het machtsspel binnen zo'n soort hofhouding, zoals die rond Claus cirkelde, meemaakte. Een wit voetje willen halen, proberen te scoren. En ik begreep het al te goed. Want als tiener dweepte ik ook met Hugo. En je kon niet anders dan van die man houden.

Zonder veel omhaal schetst Jan een gevoelig en treffend portret van Claus, die hij pas goed leerde kennen eind jaren tachtig.

Hij was natuurlijk een immense figuur, die je heel veel kon bijbrengen en je attent maakte op van alles en nog wat. […] Hij was ook een heel bescheiden man. […] Ik ken niemand die zo'n leegte bij mij heeft achtergelaten. Je kon je echt koesteren aan zijn aanwezigheid. […] Hij was een van de knapste tekenaars die ik ooit gekend heb […].

In het gesprek komen ook o.m. Frans Verleyen (“Faust in zijn zwarte ogen”), Ivo Michiels, Wim de Craene, Jef Geeraerts en Pierre Alechinsky om de hoek kijken; maar men vergisse zich niet: Jan laat zich geenszins tot meerdere eigen glorie verleiden tot ijdele name dropping. No-nonsense!

*

Jan Vanriet heeft het over gesprekken waar hij veel van opstak, “vooral met de jong-verongelukte Jan de Roek en met Henri-Floris Jespers, hét geheugen van de Vlaamse modernistische literatuur”.

In 't Pallieterke (2 december) wordt Jan Berghmans herdacht. Brederode (schuilnaam van Erik Verstraete) citeert mijn in memoriam op de webstek van Knack. Hij bestempelt mij als “de Antwerpse 'paus van de literatuur'”...

Brederode maakt me nieuwsgierig naar het alternatieve onderzoek van Frans Depeuter over Het verborgen leven van Gerard Walschap, een recente publicatie van Berghmans uitgevers. Als derde bijdrage op de boekenpagina van 't Pallieterke bespreekt PFS Vuil geld, het jongste boek van Bob Mendes, “de Vlaamse koning van de faction”.

*

Wanneer ik dit alles lees, denk ik even aan Karel Jonckheere:

Niets voor niets

geheim voor geheim

ik onthul wie je bent

vertel mij wie hier uit woorden bestaat.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche