Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
21 avril 2011 4 21 /04 /avril /2011 22:36

 

Hoewel het wonderbaarlijk mooi weer was voor een Witte Donderdag bleek er toch een veertigtal poëzieliefhebbers bereid om in Het Letterenhuis meer dan een uur lang de mond te houden. In het kader van de Donderdagen van de Poëzie was deze keer Chrétien Breukers te gast. Hij werd geïnterviewd door de charmante Jelle Van Riet, die (en dat is - neemt u dat van mij aan - beslist geen vanzelfsprekendheid bij interviewers van dichters) 's mans werk daadwerkelijk gelézen bleek te hebben.

Chretien-Breukers-en-Jelle-Van-Riet--foto-Bert-Bevers-.JPGChrétien Breukers en Jelle Van Riet (Foto: Bert Bevers)

De oorspronkelijke opzet van de Donderdagen van de Poëzie is op zoek te gaan naar de literaire inspiratiebronnen van de gasten. Die wilde ze van Breukers (º 1965, Leveroy) ook wel weten, maar ze was toch ook wel benieuwd naar de reuring die hij regelmatig veroorzaakt (met het samenstellen van de bloemlezing 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten bijvoorbeeld, maar vooral met zijn dagelijks geactualiseerde poëzienieuwssite De Contrabas), en of hij daar niet veel vijanden aan overhield? Die zijn er volgens hem wel ("Niet dat die me iets doen hoor, als we elkaar al tegenkomen kijken ze me meestal niet aan"), maar hij zei toch ook niet uit te sluiten dat hij her en der nog wat vrienden heeft. De dikwijls platvoerse reacties van gefrustreerde dichters die vinden dat ze ook gebloemleesd hadden moeten worden of die het niet eens zijn met Breukers' definitie van hen en hun werk laat hij tegenwoordig van zich af glijden. "Vroeger zat ik daar nog wel eens over te piekeren, maar ik heb een speciale hersenfunctie ontwikkeld die me in staalt stelt me daar voor af te sluiten," glimlachte hij. Hij zei het gewoon belangrijk te vinden man en paard te durven noemen. Iets dat velen volgens hem nalaten omdat ze bang zijn degene(n) die ze eigenlijk kritisch zouden willen benaderen nog wel eens nodig te hebben in 'het circuit' van dichters die ook nog ergens juryleden, organisatoren en toelagebedelers zijn.

Jelle Van Riet had het katholicisme als rode draad in Breukers' oeuvre ontdekt, en vroeg zich af hoe hij zichzelf ziet. Als dominee (die hebben ze niet in het katholicisme, maar soit), profeet, voorganger, voorzanger? Breukers wist het niet precies, maar kon zich wel vinden in een door Van Riet gesuggereerde rol als die van Herman De Coninck ("Maar dan wel zonder Kristien Hemmerechts!"). Overigens zijn het vooral de rituelen en symbolen van het katholicisme waarin hij opgroeide die hem aanspreken, en niet meer zozeer het geloof zelf. Zijn twee dochters groeien zelfs niet-kerkelijk op. "In het Leveroy van begin jaren zeventig was het katholicisme lang niet meer zo beklemmend als dat waarmee mijn ouders groot werden, er speelde zelfs al eens orkestje in de kerk," aldus Chrétien Breukers die in religieus opzicht dan wel zijn voornaam meeheeft, maar nog steeds niet vergeten is dat die als Chritien op zijn geboortekaartje staat. Aardig detail. Zoals ook de culturele bagage die hij thuis - zijn ouders dreven een kruidenierswinkel - meekreeg leuk was om te vernemen. Een reproductie van De Nachtwacht, een huilend zigeunerjongetje en lp's met Beierse fanfaremuziek. Klanken waarvan hij nu eigenlijk nog steeds wel houdt. Hij was ook lid van de fanfare, en heeft zelfs gevoetbald. Het kennismaken met cultuur ging op eigen kracht. "Gewoon in de bibliotheek beginnen bij de A en op naar de Z. Dan krijg je vanzelf in de gaten wat je aanspreekt." Maar op zijn 18de hield hij zijn geboortedorp voor gezien en moest het naar de grote stad. Tegenwoordig woont hij in Utrecht waar hij zich gaandeweg steeds vaker realiseert (net als Manuel Kneepkens in Rotterdam) dat hij meer Limburger is dat hij ooit had verwacht.

Chretien-Breukers--foto-Bert-Bevers-.JPGChrétien Breukers (Foto: Bert Bevers)

In zijn geboortedorp realiseerde hij zich reeds op zijn 15de dat hij 'de poëzie in' wilde. Dat gebeurde toen op weg van school terug naar huis een gedicht van Adriaan Roland Holst hem dusdanig boeide dat hij volledig vergat van de bus te stappen. Met Holst kwam de eerste grote literaire invloed voor de microfoon. De tweede was Jan Kostwinder, van wie hij leerde dat poëzie niet per definitie duidelijk moet zijn, maar wel hélder. Hij las Kostwinders pakkende Afscheidslied voor. De derde Grote Meneer voor deze 'Limburger in diaspora' is Jos De Haes, wiens Rouwhij bracht. Het verheven taalgebruik, de symboliek. Hij herkent die zeker bij De Haes.

Van zijn eigen recente werk kwamen vooral de mooie bundels Tongebreek & Niemendal (2008) en Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt (2009) ter sprake. Chrétien Breukers besloot deze interessante editie van de Donderdagen van de Poëzie met het voorlezen uit eigen werk. Waaronder Urbi, orbu, ufarsin:

 

Op een paarse slee word ik gebracht.

God is loom, nee, God is dood. Vanuit

mijn kist geef ik geen zegen: urbi,

orbi, ufarsin. Het lijkt alsof

 

het kaf van eeuwen opstuift waar ik

langs de wegen word gevoerd. Mijn keel

is als vergrendeld. Heel mijn lichaam

is geolied en gezalfd. Memento

 

dat er altijd iemand ergens wakker

schrikt en naar zijn lichaam tast. De slee

glijdt verder. God is bijna wakker.

 

Prevelt onomkeerbaarheid. Stevent

op de voordeur af. Vér weg staat een

verse roedel tamme honden klaar.

 

Het was voor veel van de aanwezigen een aangename kennismaking met deze notoire brombeer, die in het dagelijks leven eigenlijk gewoon een aardige jongen kan zijn....

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche