Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
23 octobre 2010 6 23 /10 /octobre /2010 00:37

 

In ‘Boven de wet’, het Antwerpse eetcafé met de toepasselijke naam (gelegen in de schaduw van het Justitie- alias Vlinderpaleis), werd dinsdag de nieuwe thriller van Bob Mendes  voorgesteld. Uitgever Wim Verheije verwelkomde de genodigden als volgt:

Verheije.jpg

Wim Verheije leidt in (foto: Kris vdS)


Ditmaal geen groot episch verhaal dat zich afspeelt op verre continenten en over een lange tijdspanne, maar meer een eerder korte Antwerpse roman die wat setting en omvang betreft aansluit bij
Overspel. Ging het in Overspelom de farmaceutische wereld en in Vuil geld over de rol van de maffia in de Vlaamse samenleving, in Scherprechtergaat het wel over een heel brandend actueel thema: justitie.

Dezer dagen konden we nog in de pers lezen dat vooraanstaande magistraten in Brussel verhoord werden i.v.m. hun rol in de Fortisgate. Wat was en is daarbij de rol van Ghislain Londers, de hoogtste magistraat van België die met zijn brief aan de voorzitter van het parlement de regering ten val bracht. Staat hij boven de wet, maar ging hij toch zijn boekje te buiten? Wij zijn hier in het cafe Boven de wet, maar wij plaatsen ons hoop ik niet boven de wet. Sommige magistraten doen dat wellicht wel omdat ze vanuit hun ivoren toren het zicht op de maatschappij hebben verloren.

Bob Mendes, de grote man van de faction thriller, brengt met deze Scherprechter weer een gruwelijk actueel thema aan. Hij heeft er een neus voor om steeds die onderwerpen te kiezen die op het ogenblik dat het boek verschijnt brandend actueel zijn. Ondanks zijn hoge leeftijd is Bob nog steeds supergemotiveerd om boeken te schrijven die geïnspireerd zijn op de werkelijkheid.
Het plezierige van Scherprechter is bovendien dat Bob private eye Sam Keyzer weer ten tonele voert en dat was al even geleden.

Scherprechter is ook een heel persoonlijk boek geworden, want zoals wellicht elke schrijver zijn personage ent op echten mensen van vlees en bloed, zo heeft ook Bob zich bij het neerzetten van de protagonisten laten inspireren door mensen die hij gekend heeft.

MiekeMendes.jpg

Thrillerschrijfster Mieke de Loof belichtte Mendes' nieuw boek.

 

Kunst is de leugen die ons toelaat de waarheid te ontsluieren.”Als we deze uitspraak van Pablo Picasso toepassen op Scherprechter, de nieuwe, heel spannende Sam Keizer-roman van Bob Mendes, dan wordt dit: Scherprechter is een verzonnen verhaal dat Bob Mendes toelaat de waarheid over de Belgische justitie aan het licht te brengen.

Scherp, kritisch, goed gedocumenteerd en met veel zin voor nuance, legt Bob de zwakke plekken van de Belgische justitie bloot en hij doet dat met zoveel naturel dat je niet eens opmerkt hoe vernuftig hij feiten in fictie weeft. Als schrijver kan ik alleen maar met bewondering naar dit vakmanschap kijken: naar de heldere, klare plotlijnen, naar de perfecte spanningsboog, naar de manier waarop hij de lezer bespeelt, verleidt en op het verkeerde been zet en naar de subtiele technieken die hij gebruikt om kritisch commentaar op de actualiteit te geven – op de Fortiszaak, de guerre des juges, de Operatie Kelk, de installatie van de Hoge Raad voor Justitie. Nooit cynisch, wel sociaal bevlogen.
Die morele verontwaardiging is een constante in Mendes’ oeuvre. In een interview in de boeiende Mendesmonografie
Bob Mendes, Meester in Misdaad van Henri-Floris Jespers, verwoordt Bob het zo: ‘… Ik heb ondervonden hoe de kleine man af en toe slachtoffer werd van bestuursbeslissingen in multinationale ondernemingen. Ik kon daar niets tegen ondernemen. Misschien verklaart dat waarom ik nu een wereldverbeteraar ben geworden, nu ik als schrijver een stem heb om onrecht aan te klagen.’
Scherprechter is het zevende verhaal in de Sam Keizer-reeks, een internationaal gewaardeerde serie rond de hoofdfiguur Samuela, Sam, een avontuurlijke, joodse privédetective met een heel eigen erecode, die op eigengereide wijze naar waarheid zoekt.

Sams’ kantoor in de Vestingstraat 16 is het vertrekpunt van zoektochten in allerhande milieus. In Scherprechter bezoeken we deze keer niet de Hollandse synagoge aan de Bouwmeesterstraat maar trekken we naar een luxebordeel waar politici, captains of industry, modekoningen, mannequins, filmregisseurs en topcriminelen elkaar treffen. We leren dat ‘Yab Yum’ Sanskriet is voor ‘neuken’ en horen Sam in het Pomphuis zeggen hoe jammer ze het vindt dat de Lange Wapper-brug is weggestemd. We vangen zelfs een glimp op van cultuurschepen Philippe Heylen, die, als cameo, op een receptie in het MAS (het Museum aan de Stroom) opduikt. Kortom, de Antwerpse couleur locale weet Bob als geen ander op te roepen. Dat doet hij ook, heel subtiel, door Sams vader schijnbaar achteloos Jiddische uitdrukkingen, wijsheden of woorden te laten rondstrooien. Tedere, talige strelingen waarmee hij zijn liefde voor zijn dochter uitdrukt. ‘Bist vorsight’ of ‘shoyn forgessen’ drukken meer uit dan een ellenlange liefdesverklaring.

Scherprechter begint in medias res, midden in de actie, en aan de beginzin herkennen we de hand van de meester: ‘De eerste keer dat ik Danny Stein in levenden lijve te zien kreeg, lag hij naakt op zijn rug en in diepe slaap op een bed, met naast zich een al even naakte, slapende Perzische schone.’ Sam maakt daar kennis met Danny Stein, een infiltrant, die zijn opdracht blijkbaar nogal letterlijk neemt. De scène is perfect gesneden en perfect gemonteerd. Daarna bouwt Bob twee verhaallijnen rustig op die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben. In de ene verhaallijn zoekt Sam naar de persoon die de voorzitter van de correctionele rechtbank van Antwerpen met de dood bedreigt en in de andere helpt ze haar vriendin, die wanhopig toekijkt hoe haar minnaar, na een zware beroerte, verandert in een gekwetst dier dat wild om zich heen slaat. Bob vervlecht de twee verhalen steeds vaster met elkaar tot ze in een apocalyptische, zeer filmische eindscène, volledig in elkaar overvloeien.
Volgens Van Dale is een scherprechter zowel iemand die het vonnis uitspreekt als de beul, die het vonnis uitvoert. Zonder al te veel van de plot prijs te geven kan ik zeggen dat de beide betekenissen in
Scherprechter aan bod komen. Meer nog, de gelaagdheid van dit ogenschijnlijk eenvoudige, knap opgebouwde misdaadverhaal, zorgt ervoor dat we ook de auteur, met zijn intelligente en kritische commentaar op de samenleving, als scherprechter kunnen zien. Een van de dominante thema’s in Bobs werk is, zo lezen we bij Henri-Floris Jespers, ‘ … de ambivalentie van de macht die ten kwade en ten goede aangewend kan worden; de ambivalentie ook van de machtsdenker die in eigen ogen eerlijk en consequent handelt, en geheel blind blijft voor de perversie van zijn drijfveren en de verdorvenheid van zijn handelingen.’ Scherprechter is hier een prachtige illustratie van. Daarbij komt nog dat Bob ook heel interessante, morele vragen stelt. Vragen die bijvoorbeeld Jean-Paul Sartre stelt in Les mains sales: Of het mogelijk is onkreukbaar te blijven in een systeem dat aangetast is door corruptie, partijpolitieke spelletjes en vriendjespolitiek. Of je het recht in eigen handen mag nemen als je weet dat een crimineel, die nog veel onschuldige slachtoffers zal maken, vrijuit zal gaan. Of je een systeem moet tolereren waarin machthebbers zichzelf controleren. Of je een weerloos slachtoffer van zo’n systeem bent. Uitdagende, actuele vragen die Bob in Scherprechter, zijn beste Sam Keizer-verhaal tot nu toe, niet uit de weg gaat.

Scherprechter is spannend, maatschappijkritisch maar zit ook vol humor. Ik citeer weer uit de monografie van Henri-Floris Jespers: ‘ … Het is soms of hij de personages en situaties vaste vorm laat aannemen in een droom, of in een nachtmerrie. Groots opgezette taferelen hebben niet zelden een Jeroen Bosch-achtige connotatie.’ In Scherprechter gaat het niet zozeer om groots opgezette taferelen maar om beklijvende close-ups van bijvoorbeeld een aftakelende sportgod, die zijn laatste missie tot een goed einde wil brengen. Inderdaad, surrealistische, Bosch-achtige taferelen.

Ik wil eindigen met een vraag: Zou Sam het vrouwelijke alter ego van Bob Mendes kunnen zijn? Dat Bobs romans diep geworteld zijn in de eigen emotionele ervaring, staat buiten kijf. Dat is zo bij iedere goede schrijver. In Henri-Floris Jespers’ monografie zegt Bob: ‘Ik schrijf het allemaal niet van me af, maar weer naar me toe.’ Bobs queeste naar zijn joodse identiteit, zijn moedige zoektocht naar het uiteindelijke lot van zijn vader in de aangrijpende Canvasdocumentaire, zijn verbeelding als kunstenaar die verdriet, gemis en schuldgevoelens weet om te zetten in gelaagde misdaadromans, bevestigen deze uitspraak. David Grossman eindigde zijn aanvaardingsspeech van de Duitse Vredesprijs met de bedenking dat hij, na het rouwen om zijn zoon Uri, die op het einde van de tweede Libanon-oorlog sneuvelde, opnieuw begon te schrijven en met een soort verbazing de vreugde van het schrijven weer ontdekte. ‘Opnieuw ontdekte ik dat schrijven voor mij de beste manier is om te vechten tegen alle soorten willekeur en tegen het gevoel dat ik er het weerloze slachtoffer van ben. Soms is dat ook de manier waarop een mens kan ophouden met slachtoffer te zijn.’ Of, vertaald voor Scherprechter: door een protagonist op te voeren zoals Sam, die een diepgeworteld gevoel voor rechtvaardigheid heeft en geen slachtoffer maar een ‘winner’ is, creëert Bob Mendes een fascinerend personage dat in staat is om verborgen wensdromen te verwerkelijken. De zijne en de onze.

 

Naast (golf)vrienden en famileleden (...en Bobs eerste klant), woonden ook o.a. René Broens, Stan Lauryssens, Leen Lever, Kris van der Sande en Gert Vingerhoets de presentatie bij.

Scherprechter

 

Bob MENDES, Scherprechter, Antwerpen, Manteau / Standaard, 224 p., 21,95 €, ISBN 978-90-223-2565-0.

 

 

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche