Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
18 octobre 2009 7 18 /10 /octobre /2009 08:13


Als gewetensvolle en verantwoordelijke ambtenaar huldigde Bert Decorte vanzelfsprekend de principes van de verdelende rechtvaardigheid, daarbij strevend naar die objectiviteit die als absolute eis uiteraard nooit te bereiken is. Dat kan alvast niet gezegd worden van de commissieleden van het Vlaams Fonds voor de Letteren die al te vaak de eigen subjectieve poëticale opvattingen als alleenzaligmakende norm hanteren.

In dat verband schreef Bert Decorte in Kortom een geloofsbelijdenis die blijkbaar na zowat vier decennia niet aan actualiteit ingeboet heeft:

Het enige wat ik voor de schrijver te verdedigen heb is dat er niet aan zijn persoonlijke vrijheid mag worden geraakt en daarom moet overheidsinmenging in zijn persoonlijke status zoveel mogelijk worden vermeden. Het gaat niet op dat slimmerds, die voor geen vijf centiem begrip hebben voor hetgeen schrijven voor een schrijver betekent, allerhande middeltjes zitten te bedenken om zich als verdedigers van de auteurs te kunnen aandienen. Een schrijver is vóór alles iemand die wat hij voortbrengt niet mag geconditioneerd zien door de boterham de hij eet. Nu kan een minister of administrateur wel zo breeddenkend zijn dat hij een jaarrente laat uitbetalen aan een dichter die spotrijmpjes of pamfletten uitgeeft waarin de regering in haar hemd wordt gezet, maar de meeste staatsroergangers zijn helemaal niet zo breeddenkend en daar begint dan het euvel. Sommigen denken dat om van geketende schrijvers te kunnen spreken men hem werkelijk in de boeien moet slaan. Veel erger kun je de schrijver knevelen door hem uit je hand te laten eten. Ik weet dat protesteren van mijnentwege weinig kan baten als er een stelletje slipdragers zijn die, zogezegd om voor de literatoren uit te komen, er voor gaan zorgen dat een of ander organisme wordt opgericht, waarin zij de eerste viool zullen spelen en dat al dit georganiseer vooral betekent dat zij er zelf vetbetaald uitkomen.

Als ik dat gesmeek van sommige schrijvende goede jongens en flinke meiden hoor om toch maar een statuut voor de schrijver uit de grond gestampt te krijgen, dan moet ik vaak denken aan de fabel van de malcontente kikkers die absoluut een koning willen en als puntje bij paaltje kwam de ooievaar als vorst bekwamen. Heren en dames van de pen, stel het niet al te zeer op prijs van dit schrijfgerief te kunnen leven. Slaagt u erin in dit te kunnen realiseren, des te beter, maar als het bij de gratie der potentaten moet geschieden, nou dan maar niet. […] Maar ik denk dat ik voor dovemansoren predik, want de knapen die 't zo goed kunnen zeggen zullen wel de bovenhand halen. Er zal dan wel een staf ambtenaren en bedienden aantreden, die meer aan de schatkist zullen kosten dan aan de literatuur wordt gespendeerd en het resultaat zal ongeveer hetzelfde blijven: de miskende genieën zullen briefjes blijven schrijven omdat Hyppoliet [...] meer subsidie heeft gekregen dan Theophrastus, die zulke snertpoëzie schrijft.

Aandachtig lezen kan echt geen kwaad...

HFJ

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche