Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
13 février 2013 3 13 /02 /février /2013 20:50

 

Het Berlijnse Filmfestival is wereldberoemd. Zijn evenknie is dat niet en dat is jammer. In zijn genre, het festival, staat het hoger in aanzien dan het theaterfestival van Avignon, dat door de echte kenners toch eerder als een propagandafestival beschouwd wordt. In Berlijn ligt de klemtoon op de theatermakers, in Avignon op het festival zelf.

 

Zoals dat gebruikelijk is bij alle festivals heeft de zeven leden tellende jury de voorbije maanden 420 producties bekeken. Op de laatste bijeenkomst, zaterdag 10 februari, heeft de jury een beslissing genomen. Het resultaat werd gisteren wereldkundig gemaakt: tien voorstellingen zullen van 3 t/m 9 mei 2013 te zien zijn. Opvallend is dat ze allemaal afkomstig zijn uit slechts drie landen: Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.

 

Het lijkt een bizarre zaak, op het eerste gezicht, ware het niet dat net die drie landen hoog scoren op de kwaliteitsladder. De reden hiervoor is niet ver te vinden. Ze investeren in theater. Aangezien dat in de andere Europese landen niet het geval is, is dat aan de kwaliteit te merken. Al zijn er uitzonderingen. Toneelgroep Amsterdam verdiende een bezoek van de jury. Ongetwijfeld heeft meegespeeld dat niet alleen de financiële maar ook de morele houding van de overheid tegenover het theater een bezoek heeft verhinderd. De desinteresse blijft niet binnenskamers. Die is sneller de grens over dan eender welke hogesnelheidstrein.

 

Genoeg gezeur. Een blik op het programma van de 50ste Berliner Festspiele. Daaruit blijkt dat twee ons vrij goed bekende mensen in de prijzen vallen. Twee die het in eigen land voor bekeken hielden, precies door die neerbuigende houding van hun overheid. Ze kregen elders de ruimte, de macht en het geld die bij hun status en het theater als prominent maatschappelijke plaats past. En niet toevallig zijn het twee theaterleiders die prachtige producties maken, vertrekkend vanuit een dwingende sociale boodschap.

 

Van Luk Perceval en zijn gezelschap, het Thalia Theater Hamburg, is Jeder stirbt für sich allein, een bewerking van een stuk van Hans Fallada uit 1947 te zien. Daarin wordt de nadruk gelegd op de eenzaamheid van de burger in een grootstad, zelfs al participeert hij aan het sociale leven. Iedereen staat er alleen voor, er valt niet aan te ontkomen, wat hij ook onderneemt.

Van Johan Simons werd een stuk van een van zijn meest geliefde auteurs gekozen, Die Straße. Die Stadt. Der Überfall van Elfriede Jelinek. De relativiteit van de luxe, zoals die in München bestaat, wordt in het stuk sterk benadrukt. Aan grandeur en parade geen gebrek in de rijkste stad van Duitsland, en iedereen gedraagt er zich naar. Om het gebrek aan kunstontwikkeling achter te verbergen, volgens Jelinek. Het stuk werd door de auteur speciaal voor die stad en het gezelschap van Johan Simons geschreven, de Münchner Kammerspiele.

 

De gekozen producties en de uitvoerige motivering van de selectie door de jury kan de lezer vinden op www.berlinerfestspiele.de. In het Engels. Succes.

Guido LAUWAERT

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche