Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
15 décembre 2010 3 15 /12 /décembre /2010 01:21

 

duinker.jpg

Arjen Duinker [Delft, 31 december 1956] is een Nederlands dichter en prozaïst. Hij studeerde psychologie en filosofie in Amsterdam, Groningen en Leiden. Het typeert hem ten volle. Een zwerver die het gelijk altijd in vraag stelt en zoekende is. Het zoekende zelf in vraag stelt. Een slopende maar verhelderende bezigheid. Hij verfoeit uitvluchten en verontschuldigingen. Heeft lak aan voldongen feiten, omdat ze het gisteren niet waren en morgen nog minder zullen zijn. Al onvoldongen zijn, door de pretentie van hun voldongen presentatie. De waarheid bij Duinker bestaat niet. Hij reist om zijn visie dat de werkelijkheid een imaginaire realiteit is te versterken.

De poëzie van Arjan Duinker is on-Hollands. De gevoelens spatten van het blad af. Nuchterheid moet je in zijn poëzie niet zoeken. Wel dronkenschap door een teveel aan impressies waaruit hij met enige moeite toch zeer geslaagde gedichten puurt. Met enige moeite, schrijf ik, al lijkt dit niet zo. Eerder dat de versregels op het blad gevallen zijn als de dauw op de weiden. Toch is dit schaaf- en beitelwerk. Tot alle franje verdwenen is. Zijn gevoelens kleven niet aan bloed en aders, aan vet en darmen, maar aan bot en beenderen. Om de lezer, de luisteraar het merg op te dringen, maar zo dat het lijkt of het zelf zijn bewustzijn is binnengedrongen. Duinker vindt wat de lezer, de luisteraar zoekt.

Zijn inspiratie vindt Arjen Duinker door het afstoten van zijn Hollandse karakter en zigeuner te worden, een Indiaan die thuis is waar het onverwachte, de nieuwsgierigheid hem opneemt. Daar kan hij loeren en gewaarwordingen opdoen. Ze zijn zijn eten en drank. Ze houden hem in leven. Zonder zou hij verpieteren. De geest gaat voor het lichaam.

Sinds 1992 publiceerde Arjen Duinker in talrijke tijdschriften, hoe meer hoe liever hij het heeft. Een bewijs van onblusbaar enthousiasme. In 1988 verscheen zijn eerste bundel, Rode oever, in 2009 zijn laatste [maar niet allerlaatste, hoop ik, veronderstel ik], Buurtkinderen, waaruit dit gedicht geplukt werd. Tussen het eerste en het laatste liggen elf boeken, van eigen hand of in samenwerking met anderen. Origineel werk en vertalingen. Een roman. De rusteloosheid als delicatesse, dat gevoel komt bovendrijven als je over zijn leven leest en zijn werk ontleedt.

Een drietal prijzen vielen hem in Nederland al te beurt. In Vlaanderen is hij nauwelijks bekend. Daar moet dringend verandering in komen. Want hij hoort thuis in het rijtje van de grote performers, die ook in de heerlijke eenzaamheid van het eigen hoekje zich een plaats verwerft met de kracht van een tatoeage.

Guido LAUWAERT

En het is donker

 

Niets boven

Het bewijs

Voor de spottende grijns

Van het woord.

 

Wat moeten wij doen

Voor zo’n bewijs?

 

We moeten ons voorbereiden

Op stappen van enorme grootte.

 

We zullen ons moeten

Wassen en invetten.

Godverdomme, dan gaan we slapen!

Om wakker te worden

Met licht in de mond,

Het gevolg van zuippartijen,

De oorzaak van evolutie,

De samenhang tussen

Het kapmes en de buik,

De motieven voor humeurigheid,

De nasleep van leven

Zonder lippen.

Arjen Duinker

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche