Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
12 octobre 2011 3 12 /10 /octobre /2011 22:06

 

filmfestival 5

Ik zal u leren dat ook de verloofde van een artiest geen onbeschermd wild is. Ik zou u kunnen uitdagen, ware het niet dat ik lid ben van de liga tegen duelleren. U moet niet denken dat ik laf ben. De mensen kennen mij. Ik heb de bekende Martin Popovics, zijn naam zal u vast wel eens gehoord hebben, de kunstglasblazer Popovics, twee keer een oorvijg gegeven, omdat hij een domme grap maakte. Overigens ben ik amateurbokser. U ziet dus dat ik niet laf ben. Maar ik verloochen mijn principes niet. Consequent zijn is het belangrijkste in het leven. Weest u een consequent man en draagt u de gevolgen!

Joseph Roth [Rebellie]

 

Mee bezig zijn

De rode loper heeft mij nooit wat gezegd. Een beetje het paradepaard spelen, daar pas ik voor. De officiële opening heb ik dus niet meegemaakt. Geef mij maar de klap vóór of na de voorstelling, tussen de mensen die zich niet opdirken. Met beide voeten op de grond blijven staan en eerlijk zeggen waar het om gaat. Maar opdirken doen de mensen wel, op dit festival. Is het niet letterlijk dan is het figuurlijk. Op dat gebied verschilt de toneelwereld niet zo’n klein beetje van die van de film. Wandelend door de catacomben van het festival, waar de ontmoetingsruimte voor de pers & vaklui gevestigd is, heb ik al heel wat dikke nekken gezien. Ze stonden op springen. Haast niemand die bescheiden blijft. Jonge mensen, studenten, vooral Nederlanders, meten zich een air aan van belangrijkheid. Ze doen zich voor als de toekomstige kunstpauzen, terwijl ze niet beseffen hoe belachelijk hun gedrag is. Dat hun spel ze vernedert in plaats van verheft.

Waar ben ik in godsnaam mee bezig! Ben ik voor de film gekomen of om mensen te beoordelen? Het een kan echter niet zonder het ander. Op straat, en daarmee bedoel ik de totaliteit van de openbare ruimten, vermengt zich het volk met de kunst. Het is het leven van het bestaan. Of zou het moeten zijn. Want de meeste mensen denken dat ze leven, terwijl ze enkel maar bestaan. De rest is show. Gisteren heb ik twee films gezien, en verdween toen de voorbereiding tot de feestelijke opening zijn laatste fase inging. Ziek ben ik thuisgekomen en ziek ben ik vandaag. Uitgeput, lichamelijk en geestelijk. In plaats van in mijn bed te blijven liggen, ben ik opgestaan en aan het werk geschoten. Ik kan het schrijven niet laten. Het is ook een medicijn. Misschien vindt u dit lachwekkend. Lacht u maar. Ik lach ook. De lach van elke mens klinkt niet alleen anders, hij zinkt ook verschillend. Let op de echo! Die vertelt u meer, het echte verhaal.

 

THE CONSPIRATOR

 

Een film van Robert Redford. Hij tekende voor de centen en de regie. Keurige films maakt hij. Ze zijn mij echter te salonfähig. Sociaal engagement is goed zolang het geen kanselgekraai wordt. En dat zit in de boeggolf van al zijn films, dus ook zijn laatste.

Een zwarte bladzijde uit de Amerikaanse geschiedenis is de notenbalk. Na de moord op Abraham Lincoln worden acht mensen gearresteerd. Zij hebben niet enkel een plan bedacht voor de moord op de president, maar ook de vice-president en de staatssecretaris. Ze troepen samen bij Mary Surratt, een pensionuitbaatster. Dat de samenzweerders bij haar thuis vergaderen komt omdat de moordenaar van de president bevriend was met de zoon. Omdat de zoon gevlucht is, wordt zij gearresteerd en beschuldigd van medeplichtigheid. De burgeroorlog woedt nog volop. Een militaire rechtbank is het gevolg.

Een jonge advocaat krijgt van een oudere collega de opdracht om haar te verdedigen. Aanvankelijk tegen zijn zin begint de lagere officier aan de zaak, gaandeweg raakt hij enthousiast. Onderdak verlenen is geen bewijs van medeplichtigheid. Helaas denkt de procureur, de rechter en de militaire raad er anders over. Hun oordeel lag trouwens al vast voor het proces begon. De advocaat krijgt het zelfs gedaan om het proces nietig te laten verklaren, op grond van het feit dat een militaire rechtbank onbevoegd is in burgerlijke zaken. Helaas legt de nieuwe president de nietigverklaring naast zich neer. Enkele uren later wordt zij met drie andere samenzweerders opgehangen.

Eind van het verhaal? Nee. De reputatie van de verdediger is om zeep. Hij is niet meer welkom in de officierenclubs. Slechts achter de hoek wil men nog met hem praten. Zelfs zijn verloofde laat hem in de steek.

Eind van het verhaal? Nee. Op het scherm verschijnt in enkele zinnen, om beurt geprojecteerd, de nawee van het verhaal. Kort na de ophanging geeft de laatste zuiderse generaal zich over. Een jaar na de ophanging komt er een wet die bepaalt dat burgers niet voor een militaire rechtbank gedaagd kunnen worden. De laatste zin is voorbehouden aan de advocaat. Hij is geen rechter meer maar jonge journalist bij de kort voordien opgerichte krant The Washington Post.

En zo is de cirkel rond. Voor Redford. Want was hij niet een van de twee stadsjournalisten van dezelfde krant in All the President’s Men, een film uit 1976, eveneens gebaseerd op een waargebeurde verhaal, de Watergate-affaire?

Robert Redford is tegelijk scout en schout. Hij is de Rudyard Kipling van de filmwereld. Zijn broeken werden met de jaren groter van maat, maar ze blijven kort. Kniehoogte.

 

MARGIN CALL

 

Een film over de wereld van Wall Street en de financiële crisis van 2008. Een investeringsbank gaat ten onder en rijst uit zijn as weer op. Alvorens het echter zo ver is, is iedereen het ene moment schuldig en het andere onschuldig, het is maar hoe je het bekijkt. Scheurde je zonet nog met een laptop naar de directiekamer, even later mocht je naar de uitgang sloffen met een kartonnen doos. Nog geen vierentwintig uur later word je weer binnengehaald, krijg je een nieuwe gsm, laptop, bureau, auto, secretaresse, allemaal van betere kwaliteit, want ben je niet bevorderd? Dat verdient beloond te worden. De geldhandel is virtueel geworden, maar wat er niet is veranderd, is de ruilhandel.

Het is allemaal zo bekend en geweten. Meer houdt het verhaal niet in dan the usual bad things of the well-known world of Money. En omdat deze film geen diepgang heeft en zelfs een kleine, nauwelijks met het oog waarneembare verrassing mist, is hij vervelend, ja, saai. Ondanks het goede acteerwerk van Kevin Spacey en Jeromy Irons. Zij krijgen van mij een goed glas wijn als ik ze tegen het lijf loop. Regisseur J.C. Chandor een flink glas van de beste azijn.

 

Uitsmijter

De tijden van de voorstellingen ga ik vanaf nu niet meer vermelden. Ze zijn te vinden op www.filmfestival.be

Staat u mij toe terug naar de previews te hollen? Ik heb dringend nood aan een Europese film.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche