Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
8 octobre 2009 4 08 /10 /octobre /2009 04:47

Romeins dagboek. Dag 4. Dinsdag 28 februari 1995.

Vanmorgen weer vroeg opgestaan, omstreeks kwart over zeven. Als ik beneden kom, blijken de zusters nog in hun kapel te zijn voor een ochtenddienst. Wil hen zeker daar niet storen. Rond kwart over acht verlaat ik het huis, om twintig voor negen al sta ik in het Archivio: bussen zat, en ze zijn erg snel.

Ik snuffel nog wat doorheen de bundels met documenten en tref ook een en ander interessants aan, maar vind opnieuw niks van of over Bérenger zelf. Hoe ook, de geschiedenis van de Kerk in Frankrijk rond de eeuwwisseling is op z'n minst erg bewogen te noemen, zoveel wordt duidelijk uit de stukken.

Eén gedrukte pauselijke brief aan de Franse bisschoppen lijkt me zeer de moeite voor het tijdskader. Ik vraag om wat fotokopies te maken. Geen probleem: een aanvraagformulier invullen, de kopies worden naar België gestuurd en ik betaal achteraf. Opnieuw bekruipt mij het gevoel dat ik de bedienden hier met al mijn vragen en verzoeken lastig val. Hun reacties zijn niet écht onvriendelijk te noemen maar op z'n minst koeltjes en volstrekt ongeïnteresseerd, nauwelijks behulpzaam. Het is toch onmogelijk om al de geplogenheden na twee bezoeken onder de knie te hebben? Bibliotheken zijn blijkbaar overal hetzelfde.

Het enige wat ik nu kan doen is pater A. opbellen en hem de stand van zaken meedelen, wat ik ook doe omstreeks kwart na elf. Hij verwacht me onmiddellijk in zijn bureau, gevestigd in een palazzo in Trastevere (leuk toeval dat ik precies daar terug heen moet); ik moet een bus nemen vanop Risorgimento tot aan de Ponte Sisto en dan Trastevere induiken.

Terwijl ik op Risorgimento op de bus sta te wachten word ik – onvermijdelijk? – aangeklampt door een kleine groep zigeunervrouwtjes. Altijd diezelfde mini-mensjes met hun progenituur bungelend aan borsten, buiken en kleren; altijd diezelfde smachtende, miserabilistische blikken die helaas even steevast compleet onbetrouwbaar blijken te zijn. Eentje vraagt mij hoe laat het is, hoewel ik een paar minuten geleden toevallig zelf een enorme straatklok had opgemerkt die hier ergens tegen een gevel hangt. Zet een norse blik op, zeg haar vlug het uur terwijl ik haar kroost met het andere oog voortdurend in de gaten hou, en doe een paar passen achteruit. Ze druipen af. Een oudere Romeinse dame – zoals alle oudere Romeinse dames geraffineerd gekleed, geschminkt en geparfumeerd – komt naar me toe en waarschuwt mij voor de grijpgrage handen van dit opdringerige volkje. Ik antwoord haar dat het niet de eerste keer is, dat ik dit soort contacten uit eigen ervaring ken, dat het jammer is voor de stad en vooral voor die duizenden argeloze toeristen en meer van die clichématige flauwekul. Zij beaamt gretig, doet er nog een paar schepjes bovenop. Ze wenst me verder nog een prettige dag toe en uiteindelijk stappen we samen op dezelfde bus. Plezierig contact met deze bezorgde Romeinse dame, dat wel, maar het gênante incident stemt me onbehaaglijk en zelfs wrevelig.

Ik vind makkelijk het bewuste palazzo in de buurt van Santa Maria: "un édifice de style mussolinien", zoals pater A. het noemde, en het is eraan te zien ook. Rond twaalf uur ben ik er al: imposant, kubusachtig, koel, streng. A. komt me oppikken in het wachtzaaltje, we wandelen samen naar zijn bureau door kraaknette, wijdse gangen van spiegelend marmer. De vriendelijke pater schrijft nu onmiddellijk een aanbevelingsbriefje voor het nieuwe archief waar ik moet zijn en belt meteen een bevriende priester die daar werkt. Die verwacht mij vandaag nog op de ‘Congrégation’, om vijf uur deze namiddag, vanaf dan wordt er opnieuw gewerkt. Neem dankbaar afscheid van pater A. en beloof hem nog voor mijn vertrek ten minste te telefoneren, al was het maar om hem op de hoogte te houden.

Ben dus een vijftal uurtjes vrij. Wandel wat rond in Trastevere, op goed geluk: een inderdaad bijzondere, heerlijke wijk. Ga opnieuw Santa Maria binnen – prachtig gewoon, telkens weer – en vind nu eindelijk toevallig de marteltuigen (of althans iets wat daarop lijkt, denk ik toch) tegen de muur in de rechterbeuk, bijna bij het koor. De mozaïeken zijn werkelijk schitterend, de sacristie blijkt eveneens interessant. Alleen het labyrint blijft onvindbaar.

Naar het Tibereilandje, waar ik een bar binnenstap. Prima: veel Romeins lawaai, zo hoort het. Niemand stoort zich aan mijn aanwezigheid. Wij Romeinen... Aan de andere oever van de Tiber, die snel en zelfs met de allures van een stormachtige bergrivier onder de brug doorstroomt, loop ik direct naar de synagoge, die op dit uur helaas al gesloten blijkt; maar ik kan zonder probleem vanaf 16 u. terugkomen. Via het ghetto – er zijn nogal wat duidelijk pro-Israëlische graffiti te zien op de muren – beland ik andermaal op het pleintje dat ik voor geen geld ter wereld zou willen missen: Piazza Mattei. Zoveel jaren geleden hier ook met Pitje geweest en het is nog altijd even romantisch, knus, mooi, een beetje duister en ingesloten, maar ook beschut door de hoge huizen als in een liefdevolle beschermende geste voor de fragiele fonteinsculpturen. Het fonteintje met de knaapjes en schildpadjes is een droom hoewel ze dringend gereinigd zouden mogen worden; de mosbegroeiing neemt schrikwekkende afmetingen aan en bedekt bijna volledig de figuren.

Van hier naar de Via del Sudario, aan de Largo Argentina. Een regelrechte ontdekking hier: de Chiesa dei Fiamminghi of de kerk van de heilige Julianus. Een kaartje op de deur vertelt me dat dit de titelkerk is van onze splinternieuwe kardinaal Jan Schotte. Pech alleen dat die deur gesloten lijkt, hoewel ik door de hoog aangebrachte ramen fel licht zie branden in het kerkinterieur. Toevallig gaat een oude Romein net het huis ernaast binnen. Hij ziet me staan, vraagt vriendelijk wat er aan de hand is en raadt me aan de deur van het kerkje gewoon open te duwen, binnen zijn werklieden bezig met restauratiewerken (wat meteen het felle licht in de kerk verklaart). Maar al even toevallig verschijnt op dat zelfde moment een tweede oudere heer, die de directeur blijkt te zijn van de Fondazione die zich om dit kerkje bekommert. Ik zeg hem dat ik een Vlaming ben, waarop hij mij onmiddellijk glimlachend mee naar binnen troont: een kleine cirkelvormige, ietwat overdadig versierde ruimte met tegen de wanden grafstenen van Belgische edelen (een De Mérode bijvoorbeeld) en een Brugse kunstschilder. De woorden 'Flandriae' en 'Belgarum' die hier overal, zowel tegen de buitengevel als aan de binnenmuren, te vinden zijn, vervullen mij met trots – en met, nogmaals, de stellige zekerheid dat Rome voor mij gewoon een tweede thuis is. Ook even een bezoekje aan een piepkleine cortile, jammer genoeg ligt hij nu vol materiaal voor de restauratie. Ja, ik heb koning Boudewijn hier ooit nog ontmoet, vertelt de directeur van de Fondazione mij. Door deze onverwachte ontdekkingen en persoonlijke contacten wordt Rome interessanter, vertrouwder ook.

Steek de Corso over en bereik de Santa Maria sopra Minerva, een kerk die ik totnogtoe slechts één keer, en dan nog vluchtig én alleen aan de buitenzijde, heb gezien. Potdicht natuurlijk. Maar ik bekijk nu aandachtig de waterpeilmarkeringen van diverse overstromingen tegen de gevel. En dag gezegd aan dat merkwaardige olifantje van Bernini. Ik lees ook eindelijk de volledige tekst op de sokkel. Kan daarna niet omheen het Pantheon. De piazza ervóór ziet zwart van de toeristen, precies het soort carnaveleske troepen die ik vooral in deze stad eindelijk eens zou willen ontwijken. Zulke massa's zijn echter helaas onontkoombaar, zeker hier. Wat is dat Pantheon mooi, indrukwekkend, waardig en streng, maar toch op een bepaalde manier uitnodigend. Even binnenwippen. Een aantal tombes staan in de steigers, maar ik loop gedecideerd naar Victor Emmanuel II en Rafaël, die ik beiden gehaast groet.

En dan, al even onvermijdelijk, naar Navona. Als ik vanuit het smalle zijstraatje – altijd hetzelfde – het plein betreed, heb ik opnieuw de indruk een theaterruimte te betreden. Andermaal heerlijk, en de zon schijnt. Teveel groepen vreemde jongeren ontsieren het plein (Duitse en Spaanse schoolkinderen, denk ik), zoals dat bijna altijd het geval is, maar dit keer worden ze in aantal ruimschoots overtroffen door de aanwezige Romeinen met hun kinderen. Ze bereiden een carnavalstoet voor die over een kwartiertje rond het plein zal defileren. Er zijn musicerende steltlopers, ruiters in historische kostumering, er wordt gezongen, gelachen, gedanst, gek gedaan, confetti gestrooid. Blijf hier zowat drie kwartier plakken. En Sant'Agnese bewaart ook vandaag voor mij haar inwendige geheimen: we zijn er nog nooit, maar dan ook nooit in geslaagd zelfs maar een blik in het interieur te werpen. Een Romein vertelt me dat de kerk nog maar zelden open gaat. Héél jammer. Zal ik deze kerk dan nooit kunnen bezoeken? Dan maar Pasquino groeten. Hij staat er nog altijd, maar verweerder dan ooit; en die afschuwelijke graffiti rondom. Via de Parione-wijk en de Corso beland ik weer in de Via della Conciliazione en uiteindelijk “in de schoot van onze Moeder de Heilige Kerk”. Alle wegen leiden, etcetera.

Op de ‘Congregation’ word ik ontvangen door een erg jonge, zeer vriendelijke priester, maar... ik moet morgen terugkeren voor de definitieve permesso. Hij zal ondertussen de secretaris op de hoogte brengen en hem mijn aanbevelingsbrief bezorgen. Nog even geduld dus. Lichte kramp in de maag. Stap dan maar opnieuw Sint-Pieter binnen; de kerk begint vertrouwd te worden, de ruimte krijgt ondanks haar onvoorstelbare majestatische monumentaliteit zelfs menselijke dimensies.

Te voet terug naar de zusters. Heb alvast, tegenover Giardinaccio, als aperitief een wijntje gekocht in een 'Olio e vini'. Ik kan moeilijk uitdrukken hoe gelukkig Rome mij maakt. Tot morgen, bacio à tutti.

Luc PAY

 

Zie ook de blogs van 23, 25 en 28 september.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche