Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
17 septembre 2009 4 17 /09 /septembre /2009 21:32

Carine, verwanten, vrienden.

 

1972.

Het jaar waarin de naam Marcel van Maele in de Ark van het Vrije Woord wordt gegrift.

Ik zwierf van het ene bed naar de andere bank,
van kroeg naar club, zonder verleden of toekomst.

Op een avond stapte de reclameman en dichter

Nic van Bruggen in de Vecu naar me toe,

twee druppels Filliers in de hand.

Gij, gij zou beter iets nuttigs doen. Voor de poëzie.’

Ik verstijfde. De bliksem had me getroffen.

 

Waarlijk, Nic had gelijk.

Tijd om aan het rottingsproces een einde te maken.

Tijd om de poëzie uit zijn winterslaap te bevrijden.

De dagen daarop sprak ik de dichters van de Vecu aan.

Enthousiasme alom. De Filliers stroomde mijn kant uit.

Ze stelden hun vrienden voor,

en de vrienden op hun beurt hun vrienden

en de vrienden van de vrienden andere vrienden

die – zo bleek later – soms vijanden waren van

de dichters van de Vecu.

 

Ik geloof dat het Hugues Pernath was die zei…

terwijl we druppels Filliers achterover sloegen,

Marcel van Maele… heb je Marcel van Maele al gevraagd?’

Nee, ik had hem nog niet gevraagd.

Omdat ik hem eenvoudigweg niet kende.

Als nachtdier, ja, maar niet als dichter.

Ik stak mijn licht op. - Jezus! overal waar ik

de naam van de Koreaanse vink liet vallen

zeiden dichters wier namen ik niet wil noemen…

dat als Marcel meedeed

zij zéker niet zouden deelnemen. Onder geen beding.

Manneke, weet je wel wat je doet?

Je haalt je een hoop miserie op de hals.

Het eerste wat hij gaat doen is een voorschot vragen.’

 

Marcel woonde in de Van Beethovenstraat.

Wonen is eigenlijk niet het juiste woord,

want al was ik indertijd een zwerver,

het kon er bij mij niet in dat je kon overleven

in een rommelkot. Het groot huisvuil uit de wijde omgeving had hij geroofd, versierd, versleept naar zijn grot.

Hij liet me plaatsnemen op een kruk zonder zitvlak

en ik hield mijn lijmpraatje… in wankel evenwicht.

Toen ik klaar was zei Marcel:

Daar moet op gedronken worden.’

Hij toverde een fles jenever te voorschijn maar…

vond geen glazen.

Na een minuut zoeken en vloeken…

vroeg hij of ik bezwaar had tegen een asbak.

Een paar seconden later hieven wij de asbak

gevuld met een mix van jenever en as.

De eerste slok was nauwelijks verwerkt

of hij keek me vriendelijk aan en zei:

Zonder voorschot treed ik niet op.’

Gelaten haalde ik mijn kleingeld te voorschijn.

Zonder het te tellen stak hij het op zak…

schonk een tweede borrel uit, een derde, tot de fles leeg was.

Kom,’ zei hij. Samen trokken we naar de buurtwinkel

en hij kocht met het voorschot een nieuwe kruik.

Opnieuw naar zijn stapelplaats waar het drinken hervat werd.

De volgende avond werd ik in de Vecu voor rot gescholden

door dichters wier naam ik niet wil noemen.

En het geëmmer zwol aan toen ze vernamen
dat ik Marcel een tweede voorschot had gegeven,

de week daarop een derde, de dag daarop een vierde,

een uur later een laatste en tien minuten later een allerlaatste.

Enkele maanden later was het bang wachten.

Niet op de dichters wier naam ik niet wil noemen,

en onder geen beding wilden optreden

bij deelname van… neenee,

zíj waren ruim op tijd aanwezig, maar op Marcel.

Stipt om acht uur op zaterdag 17 februari 1973

verscheen hij, betrad het podium van Vorst-Nationaal,

haalde een alarmpistool te voorschijn,

schoot in de lucht en zei:

De eerste Nacht van de poëzie is begonnen!’

om vervolgens zijn gedichten de zaal in te slingeren.

Tien minuten later trad hij uit het spotlicht,

kwam op me toe en blafte: ‘Zonder voorschot treed ik niet op’.

Maar je hebt net opgetreden, Marcel!’

Zijn blik was een en al verbazing.

Hudo. Een voorschot voor de volgende Nacht!’

Ik haalde het kleingeld te voorschijn dat ik op zak had.

De volgende Nacht van de Poëzie was op 17 mei 1975

en ging door in de Hallen van Kortrijk.

Die Nacht was hij de laatste dichter.

Om acht uur ’s morgens dook hij de fontein voor de Hallen in,

gevolgd door Walter de Buck.

Druipnat de vijver uitstappend zei hij:

Ge moet toch proper naar huis gaan.’

 

Drie maanden later zag ik hem weer.

Hij bood me een jenever aan in de Hotsy Totsy

en vroeg een voorschot.

Marcel, sorry, er komt geen Nacht meer.’

Hij keek me opnieuw in opperste verbazing aan.

Moa, ge kunt toch wel een voorschot geven!’

 

Toen ik, na de zoveelste vraag om een voorschot,

vroeg waarom hij altijd aandrong op een voorschot,

antwoordde hij:

Als er iets misloopt, hebt ge ten minste uw kosten eruit.’

 

Carine, verwanten, vrienden,

de laatste jaren was het contact verminderd.

Zijn suiker, mijn hart.

Vaak heb ik echter aan Marcel gedacht. Heel vaak.

Dat ik hem moest bellen.

Dat jullie nog een keer moesten komen logeren.

In de hoop dat we samen nog een keer op stap konden.

Het heeft helaas niet mogen zijn.

Als compensatie las ik af en toe zijn gedichten.

Een paar maanden geleden belde ik Marcel,

toen de plannen van de 5de Nacht concreet werden.

Met de vraag of hij opnieuw wilde optreden.

Maar zonder voorschot voor één keer.

Dat zal helaas niet gaan,’ zei hij.

Hoe, zit je zo krap?’

Nee, dat is het niet.’

 

Ben je dan definitief gestopt met… ‘

Ik ben wel verplicht,’ zei hij. ‘Kanker.’

Mijn hart sloeg over.

Dan zal ík de Nacht beginnen met een gedicht van jou.’

Na een korte maar spannende stilte de stem van Marcel:

Daar krijg ik dorst van.’

 

Dames en heren,

u begrijpt dat ik niet anders kon, niet anders wilde.

Ik belde vorige zondag Bernard Filliers.

Bernard moest geen seconde nadenken.

Hoeveel volk komt er?’

 

Straks, in De Zwarte Panter, is er een hap en een slok.

Maar ik stel voor dat er hier en nu getoast wordt op Marcel.

Een voorschot, met Marcel na aan het hart.

Een voorschot! Op Marcel!

A men! - A-men.

 

Guido LAUWAERT

Antwerpen, 1 augustus 2009

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche