Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
6 avril 2009 1 06 /04 /avril /2009 11:30

Koen Dillen houdt er ook nog een andere nom de plume op na. In 't Pallieterke tekent hij met “Guitry” de altijd boeiende kroniek “Si la France m'était contée”. De aflevering van 18 maart is gewijd aan Robert Brasillach (geboren 31 maart 1909). Zowat een derde van de bijdrage is gewijd aan een blijkbaar prangende en enigszins insinuerende vraag:

Zou de Vlaamse prozaschrijver, publicist en gewezen perschef van Hugo Schiltz, Henri-Floris Jespers, zich nog herinneren dat hij in 1965, naast onder andere Michel Déon, Karel Dillen, Georges Simenon, Jean Anouilh, de voormalige weerstander Jean Paulhan en de Waalse essayist Pol Vandromme, een bijdrage schreef voor het speciale nummer dat de Cahiers des amis de Robert Brasillach dat jaar uitgaven ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de terechtstelling van de Franse dichter en polemist? Het weekblad Knack dat Jespers onlangs is gaan interviewen, heeft de voormalige redacteur en uitgever van de tijdschriften De Tafelronde en het Nieuw Vlaams Tijdschrift alleszins niet de vraag gesteld waarom hij in zijn jeugd deze hommage bracht aan de veel gelauwerde auteur van Comme le temps passe (ei zo na de Prix Goncourt in 1936), die tegelijk de verguisde polemist en hoofdredacteur was van het fascistische collaboratietijdschrift Je suis partout.

Jespers moet er zich anders niet voor schamen, Brasillach […] mag wat zijn literair oeuvre betreft alvast op talloze onverdachte bewonderaars rekenen.


Ik wil Koen Dillen meteen geruststellen: ik heb geen last met mijn geheugen. Jacques Isorni (1911-1995), de advocaat van Robert Brasillach en van maarschalk Pétain, was daar kennelijk ook van gespaard. Twaalf jaar na de publicatie van de bijzondere aflevering van de Cahiers waarvan hierboven sprake, maakte ik kennis met de beroemde strafpleiter. Hij kwam een lezing geven in de privé-club VECU te Antwerpen. Vooraf gingen we tafelen in La Pérouse. Hij schonk mij op die 22 november 1977 een exemplaar van zijn genadeloos zelfkritisch en vooral bijwijlen hilarisch boek La fière verte. “...En pensant à Robert Brasillach et pour le remercier...”

Van geheugen gesproken...

*

Tijdens de bezetting verdedigde Isorni communistische militanten, na de Bevrijding trad hij als raadsman van collaborateurs op. Als lid van de Assemblée Nationale diende hij in 1956 een wetsvoorstel in tot afschaffing van de doodstraf (de beul werd in Frankrijk pas in 1981 definitief naar huis gestuurd). Hij verdedigde Tunesische nationalisten, Franse militaire coupplegers, samenzweerders van de OAS die het gemunt hadden op het leven van generaal De Gaulle, peetvaders van het Marseillese milieu … Kortom, Isorni was advocaat in hart en nieren.

*

Retournons à nos moutons. Had Knack mij moeten vragen waarom ik in 1965 een hommage heb gebracht aan Brasillach? Ik ben daar nog niet zo zeker van. Het gesprek vond plaats naar aanleiding van de honderdste verjaardag van het Futuristisch manifest van Marinetti en ging over avant-garde. Het boeiende en overigens in Knack getrouw weergegeven gesprek met Frank Hellemans (°1957) bood mij dus ook geen ruimte om het bijvoorbeeld te hebben over diens in 1981 verschenen dichtbundel Niet zomaar niets (Yang Poëzie Reeks, 1981) of over mijn contacten met de voormalige Zaïrese premier Nguza Karl-i-Bond...

Dat ik mij er niet voor moet schamen hulde gebracht te hebben aan de schrijver Brasillach is nogal wiedes. Ook in dat verband moet ik Koen Dillen geruststellen. Bovendien wil ik graag antwoorden op de onrechtreeks gestelde vraag. Ik heb het per slot van rekening al in 1965 duidelijk gezegd – en, ja, je persiste et signe...:

Autant son engagement fut authentiquement lié au temps et aux événements, autant son œuvre échappe véritablement au temps. En dépit d'un engagement immodéré, Robert Brasillach a renoncé à l'historicité. Car Brasillach est un écrivain classique, doublé d'un romantique engagé. Il n'y a qu'un pas de l'anarchiste rebelle au tyran triomphant. D'un tel déchirement ne peut naître qu'une œuvre passionnée et équilibrée à la fois.

Je n'aime pas le propagandiste et le polémiste. Mais il convient de rendre les honneurs à tous ceux dont la conviction est sincère et la démarche droite. Surtout lorsqu'ils ont payé leurs erreurs de leur sang, après avoir pleinement assumé leurs responsabilités.

Koen Dillen besluit zijn bijdrage in 't Pallieterke met een geloofsbelijdenis: “Ik blijf ervan overtuigd dat de executie van Robert Brasillach een misdaad was.”

Ik blijf erbij dat elke executie een misdaad is.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche