Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
5 avril 2009 7 05 /04 /avril /2009 03:10

Wetenschappelijke Tijdingen, het driemaandelijkse tijdschrift uitgegeven door het ADVN, slaagt er telkens opnieuw in boeiende en revelerende bijdragen te bundelen. Als antidotum tegen de collectieve Alzheimer verdient het tijdschrift een ruime verspreiding, te meer daar Frans-Jos Verdoodt er in een redactioneel op wijst dat er voldoende redenen zijn om de vraag te stellen: “Zal er morgen nog gras groeien voor de trappen van ons redactiesecretariaat?”

Frank Seberechts (°1961), onderzoeker bij SOMA (Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij) en ADVN (Archief, Documentatie en Onderzoekscentrum voor het Vlaams-nationalisme) en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV (Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen), publiceert (jg. LXVII, nr. 3, september 2008) “De Belgique j'ai assez peu de nouvelles...” de correspondentie tussen Jan Brans en Pierre Daye (1945-1950).

Jan Brans (1908-1986), tijdens de Tweede Wereldoorlog hoofdredacteur van Volk en Staat, koesterde in die jaren een project “waarin hij veel heil zag: de oprichting van een internationale organisatie van oud-collaborateurs en van Duitsers die vanwege politieke redenen veroordeeld waren”. Om hem hierbij te helpen werd gedacht aan SS-leider René Lagrou, die als señor Van Groede toen in Buenos Aires woonde, “un homme charmant et d'une intégrité intellectuelle parfaite, à l'âme généreuse”, aldus de ter dood veroordeelde ex-rexistische politicus en publicist Pierre Daye (1892-1960). Als “ideale centrale zetel” voor dit initiatief zag Brans Spanje, “het enige land in Europa waar men aan iets dergelijks kon werken zonder in de problemen te komen”.

Uit de briefwisseling blijkt dat de correspondenten gaandeweg tot de overtuiging kwamen

dat de spontaan gegroeide contacten en netwerken tussen rechtse, nationalistische en fascistische krachten, in de eerste plaats in Europa en in Zuid-Amerika, diende geformaliseerd te worden. Kringen rond Belgische monarchisten als Daye en De Man enerzijds en nationaal-socialisten en collaborateurs als Brans en Lagrou anderzijds kwamen zo met elkaar in contact en legden verbanden met Spaanse falangisten, Duitse nazi's, Argentijnse peronisten, Italiaanse fascisten, Kroatische Ustasja's en de Britse fascist Mosley. Zij speelden geen eersterangsrol in de politiek, maar konden wel een belangrijke invloed uitoefenen in verschillende landen (p. 208).

Onder de titel “Vlaanderen te weer?” onderzoekt Roel vande Winkel “Het verzwegen parcours van Flandria Film in de Tweede Wereldoorlog”. Hij brengt daarbij de (context van de) filmproductie en -distributie in kaart.

Aan de hand van recent verworven archivalia afkomstig uit de abdij van Steenbrugge werpt Luc Vandeweyer nieuw licht op de brief die Cyriel Verschaeve in naam van de frontbeweging aan paus Benedictus XV schreef.

Romain van Eenoo wijdt een grondige bespreking aan het proefschrift van Gevert H. Nörtemann, Im Spiegelkabinett der Historie. Der Mythos der Schlacht von Kortrijk und die Erfindung Flanderns im 19. Jahrhundert (Berlin, Logos Verlag, 2002, 492 p. ISBN 3-8325-0081-2). Het vertoog van Nörtemann toont “onweerlegbaar aan dat de mythe van de slag van Kortrijk en vooral het Voorwoord van de Leeuw van Vlaenderen een totaal nieuwe inhoud bracht, met name de idee van het bestaan van een Vlaams volk binnen de Belgische staat”.

Rik Verwaest (°1985) analyseert “De 'greep naar de macht' van de oorlogsburgemeesters als voorhoede van de Nieuwe Orde in Vlaanderen” (jg. LXVII, nr. 4, december 2008). De titel is enigszins misleidend; de auteur focust inderdaad op Alfred van der Hallen (1901-1975), Liers oorlogsburgemeester, broer van de studentenleider en schrijver Ernest van der Hallen (1890-1948) en van de literatuurhistoricus en Standaard-journalist Oscar van der Hallen (1903-1979).

Burgemeester Van der Hallen slaagde erin de gemeentelijke werking te moderniseren, maar dat ging gepaard met een uitgesproken politisering van het bestuursapparaat. Een sprekend voorbeeld is de aanstelling in januari 1943 van de jonge Andries Bogaert (1918-1983) als privésecretaris van de burgemeester, zonder dat daarover een stemming plaatsvond.

Een andere Van der Hallen vertrouweling streek enkele maanden na de machtsovername neer in Lier. Andries Bogaert, amper 23 jaar oud, was één van de vooraanstaande kaderleden van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV), de aan de VNV-Eenheidsbeweging verbonden jeugdbeweging. Als gebiedsleider voor Brabant had hij het NSJV-Pinksterkamp dat in het laatste meiweekend van 1942 in Lier plaatshad, mee in goede banen geleid. […] Enkele maanden later zou de veelbelovende jonge gebiedsleider echter zijn eigen ruiten bij het NSJV ingooien door een manifest te ondertekenen waarin een aantal ontevreden NSJV-leiders het teloorgaan van het Heel-Nederlandse ideaal van het VNV aanklaagden. Staf De Clercq trad streng op tegen deze dissidentie en ontsloeg onder andere Bogaert. Deze werd echter opgevist door Alfred van der Hallen, allicht op voorspraak van diens broer Ernest (p. 307).

Rik Verwaest onderstreept dat Andries Bogaert tot op het einde zeer nauw betrokken was bij alles wat Van der Hallen deed als oorlogsburgemeester. Ik heb Bogaert goed gekend. Tijdens de jaren dat ik mij verdiepte in de culturele collaboratie ving ik meermaals het getuigenis op dat Dries in Lier tijdens de bezettingsjaren zowat de power behind the throne ofte éminence grise was...

Het mag wel ironisch genoemd worden dat uitgerekend op cultureel vlak, één van de speerpunten van zijn beleid, Alfred van der Hallen geheel faalde.

Conflicten en teleurstellingen waren er genoeg in de drie jaar dat hij het Lierse cultuur probeerde te reorganiseren. Hij zou fel botsen met enkele iconen van het Lierse cultuurleven, mislukken in zijn pogingen de macht in te perken van enkele beheerscommissies van belangrijke cultuurinstellingen en zijn voornemen om de Lierse kunstenaars te verenigen in een actieve en raadgevende vereniging liep eveneens spaak (p. 312).

Het mislukken van zijn ambitieuze cultuurbeleid, dat gaandeweg was leeggebloed en op het einde alleen nog steunde op de Nieuwe Ordepropagandamachine, is daarvoor bijzonder tekenend (p. 318).

De sterke profilering van de Nieuwe Ordegezindheid van Alfred van der Hallen leidde tot “hinderlijke controverses rondom zijn persoon, wat van de weeromstuit een performant beleid onmogelijk maakte”, aldus Verwaest, die tevens onderstreept dat het merendeel van zijn beleidsdaden na de Bevrijding niet teruggeschroefd werd. Wat meer is:

Het mag de verdienste van de oorlogsburgemeester genoemd worden dat Lier na de Tweede Wereldoorlog bestuurd werd op formaat van een middelgrote stad uit de twintigste eeuw (p. 318).

Signaleren we ook de bijdrage van Luc Vandeweyer over een pamflet van de VVO (Verbond voor het Vlaams overheidspersoneel) over de toepassing van de taalwetgeving: “Achter de schermen van radio en televisie in 1959”.

In de jongste aflevering van Wt (jg. LXVIII, nr. 1, maart 2009) wordt de lezer geconfronteerd met een controversiële maar niet minder fundamentele Auseinandersetzung, waar drie eminente historici aan deelnemen: Lode Wils (“De ideologische barst van België. Van Leopold I tot Albert II”), Harry van Velthoven (“De rol van de monarchie [vooral van Albert I] in de Vlaamse ontvoogding) en Herman van Goethem (“De monarchie en het einde van België”: een naschrift).

De toch wel buitenissige “politieke theologie” van pater Marcel Brauns S.J., dichter en auteur van Mijn waarheid, een soortement fundamentalistische ayatollah avant la lettre die ik ook al goed gekend heb, wordt behandeld door Luc Vandeweyer.

*

De redactie van Wt, uitgegeven met steun van de Vlaamse overheid, bestaat uit: Luc Boeva, Machteld De Metsenaere, Bruno De Wever, Ludo Simons, Romain Van Eenoo, Herman Van Goethem, Pieter van Hees, Romain Vanlandschoot, Harry Van Velthoven, Frans-Jos Verdoodt, Louis Vos en Lode Wils.

Henri-Floris JESPERS


Wetenschappelijke tijdingen op het gebied van de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Driemaandelijks tijdschrift uitgegeven door het ADVN. Abonnement: 23 €, over te schrijven op rekeningnummer KBC 733-0215290-77. Afzonderlijke nummers: 7 €. ISSN 0774532X. Administratie: ADVN, Lange Leemstraat 26, BE 2018 Antwerpen.


Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche