Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
12 mars 2009 4 12 /03 /mars /2009 15:22

Tussen monniken word ik gevierendeeld,

gebroken op een rad. Het verliefde

het hoogtierende geschater van de wanhoop.


Een teken van ontbinding.


Over de windroos versplinteren

de letters van mijn naam;

in de razende zalen van vroeger

worden anderen gevolmachtigd;

de paladijnen, de vadsige koningen, gekroond,

in open wagens gedragen.


Wie krijgt na mij het vruchtgebruik

van aarde en ertsen in uw aders,

wie wordt mijn erfgenaam:

een sater, een danser of een hoveling?


Niets van wat ik schreef zal overblijven

dan desondanks, behalve en niettegenstaande.


Wat geeft het of ik u van hoogverraad beschuldig?

Ik word ongerief en ongedierte.

Ik heb nog slechts een vergezicht op u.


Reeds wordt gij de hoge venen

en reikt verder dan mijn handen.


Reeds, reeds zink ik weg in uw moeras en slib

en het verkleefde water der herinnering,

het verliefde geschater der wanhoop.


Reeds slaan uw ogen mij in het gezicht

als hagelstenen, meer dan weerbarstig.


Uw ogen zijn veranderd reeds.


En dagelijks bereiken mij doodsberichten

met name “vroeger”, “nooit meer”, “in de hoop”.

Met u sterft alles aan mij af.


Jan DE ROEK, Verzamelde gedichten, Antwerpen, Pink Editions & Productions, 1980, p. 65.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche