Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
8 mars 2009 7 08 /03 /mars /2009 23:22

Jan de Roek nam op 13 februari 1970 deel aan de solidariteitsverklaring met de stakende mijnwerkers in het Limburgse steenkoolbekken (zie de blog van 6 maart). Hij las toen het gedicht 'In hoc signo', dat pas in 1980 in zijn Verzamelde gedichten verscheen.


Goudblommeke in Papier, Brussel, 4 maart 2009: Kris Kenis leest 'In hoc signo'


In hoc signo


In deze wereld van beschermde gebouwen

van humoristen, zangers, couturiers, reisbureaus en romanciers

niet van dichters, in deze wereld, deze wasserij

van ambtenaars, in deze wereld van vergaderingen,

van vergaderingen, met dezelfde, de eeuwige sprekers en schrijvers

in deze gevoerde tijd van nerts en pels, in deze geschminkte

voorzichtige tijd, deze papieren tijd van papieren

mensen, deze tijd van verzekeringen en krijsende pausen

in deze verdovende tijd, niet van dichters,

van tekstschrijvers, van journalisten en reklame

lees ik vanavond als dichter dit gelegenheidsgedicht – dit zal nog blijken.

In deze tijd van stempels en loketten, van formulieren,

niet van handen, in deze gedesinfecteerde, geprefabriceerde

tijd, lees ik deze, mijn geloofsbrief voor.

In deze tijd van pluche, deze kleverige tijd

in deze haperende tijd. In deze rituele tijd

van hoofdletters. In deze razende tijd.

In deze tijd waarin alleen de bordelen bloeien.

In deze tijd van pruiken en van pruilen

sta ik samen met u mijzelf te verdedigen.

Ik wil dat er geluisterd wordt. Ik wil met iemand

spreken in deze geluiddichte tijd, in deze ernstige,

beleefde, zakelijke tijd. In deze chronisch aan welvaart

lijdende wereld, deze besmettelijke wereld van prestige

en ambitie. In deze wereld van fotocopieën,

van vergrotingen, in deze lage landen waar de hulde in rijen

wordt gekweekt, waar men graag aan herdenkingen doet.

In dit blussende land, in dit land van buigen of barsten

dit knarsende land, in dit land van nagelbijters

waar de priesters norse rechter zijn. In dit humanistisch

land van voor de renaissance. In deze late middeleeuwen.

In deze tijd van eufemismen, in deze, de tijd

van aanvoegende wijzen, in deze belle époque

in deze fin-de-siècle, in deze tijd versierd met slagroom

en met mayonaise, deze tijd van crèmerieën

en middagconcerten, tracht ik een gedicht te schrijven

met woorden, die mij eigen zijn. In dit land van

dertienduizendnegenhonderddrieënzeventig parochies

waar de kerk met jukeboxes de ratten vangt.

In dit land van geven en nemen en van grijpen

van grijpen. Temidden van dit herdersvolk,

temidden van de schapen, in deze, de applaudisserende tijd.

In deze tijd van open deuren, waarin de generaals

zich in het openbaar ontkleden. In deze hygiënische tijd

In deze tijd van naaktcultuur. Met een minister van scoutisme.

In deze tijd van nikkel, in deze verchroomde, verzilverde,

vergulde tijd van sporttrofeeën en medaljes.

In deze tijd van immortellen. In deze tijd van voorspraak

en van huisbezoek. In deze tijd spreekt men nog altijd nederlands,

spreken zelfs de dieren nederlands,

maar er zijn geen dichters meer.

In deze, de lauwe, de geleidelijke, lijdelijke tijd.

In deze tijd van indirecte redes, in deze, de bedeesde tijd,

deze tijd van excuses, deze tijd van tijdsgebrek aan

tijdsgebrek. In deze slenterende, gevederde tijd. In de slaapwagens

van deze, de geeuwende eeuw, de geeuwende eeuw

tracht ik te spreken.

Zie wij geraken onder vuilnis ingesneeuwd,

in lawines van kranten. Het kwijl der nieuwsberichten

kleeft aan ons gezicht. Wij kennen onze schoonheidskoninginnen.

Soms worden wij in het midden van een film wakker.

Soms zeggen wij dat heb ik reeds gelezen: oog om oog

en tand om tand en slapen verder. In deze, de obscene tijd,

in deze, de neutrale tijd. In deze tijd,

waarin de dichters niet meer vloeken.

In deze, de bittere tijd.

Hier gaat niets verloren. Hier is alles bruikbaar,

voor de ene of de andere. In deze, de concurrerende tijd,

deze tijd van voor of tegen. In deze wereld van etages

en torens, in deze, de steile wereld wordt op elke

verdieping de wereld kleiner voor deze, de overlevende babyloniërs

(Nieuwenhuys, jij kan het weten) en groeit de angst

onder de bevers. In deze wereld van omheiningen

kent een dichter slechts de schaamte.

En hij schaamt zich voor de Wiener Sängerknaben

evenzeer als voor de onvermijdelijke ijsrevue.

In deze, de idyllische tijd, in deze tijd van pastorales

en ballades. Hij is onwennig in de sauna's van de politiek,

in de pasklare confectie achter de schermen en in de coupés der partijen

in de schuimende toekomst. In deze tijd van namaak,

van kurves en krommen, van gemiddelden. In deze letterlijke

tijd, in deze gemillimeterde tijd, in deze tijd van conserven van blik,

in deze gesteriliseerde tijd, deze museumtijd,

in deze schaduw van oude meesters, naast de glans

der vetten kan een dichter niet meer spreken.

Hier wordt alles aangelengd, verwaterd en versneden,

vermeden in de afgelegen raffinaderij van het gezag.

Hier, in deze diepvriestijd, wordt elke adem afgesneden,

doodgevroren. Hier staan slechts de kazernes open.

In deze, de wereld van serres, bloeien slechts de aandelen

en de vergeetmijnieten, niet de gedichten,

en een gedicht is elk nodig woord dat moet gezegd

worden in deze, de verbeten tijd.

Want geloof mij, niet tot handeldrijven dient de poëzie

maar tot discussie, in deze, de eenzijdige,

de bijgelovige tijd. En ook is zij geen revolutionaire

floorshow, geen internationale rock of beat, maar

zij houdt de aandacht gaande in deze, de tijd van vooruit

en hoera en hosanna. In deze, de tijd van geigertellers

en atoom. In deze tijd van valse tanden en tanden witter

dan wit. In deze tijd van maquillages, deze tijd van

radarschermen, fiches en archieven. In deze tijd

waar halt een scheldwoord is. Weerloos ziet de dichter

het aan met zijn gezwollen keel. In deze tijd van

polyester, in deze, de plastieken tijd en zingt vals.

En nog altijd leven en sporen tot geduld aan de loterijen. In deze, de trillende

tijd. In deze, de papieren tijd. Deze geschreven tijd,

deze gezongen tijd. Nog altijd lokken vanachter hun

gepantserd glas de showrooms van de politiek

de rattenvangers en gelovigen. De dichter hij ziet het aan

hij ziet het aan met zijn ondergrondse vrienden

hij kan het desnoods ondermijnen.

13 februari 1970


Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche