Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
12 janvier 2009 1 12 /01 /janvier /2009 20:42

Paul de Vree (1909-1982) was ervan overtuigd “dat alle avant-gardekunstuitingen in wezen één zijn en ontspringen aan een houding van verzet tegen de bestaande maatschappelijke, culturele en artistieke systemen”.1 Als kunstcriticus en - theoreticus wierp hij zich op als verdediger van de Zerobeweging, van de Nieuwe Vlaamse School en van het constructivisme, maar was hij ook actief betrokken bij de organisatie van belangrijke tentoonstellingen in binnen- en buitenland (in samenwerking met o.m. Jean Dypréau) – “curator” zou je vandaag zeggen, maar in dit verband zou dat anachronistisch klinken. Paul zag zich ook graag – net als Van Ostaijen – als overtuigde en overtuigende woordvoerder van plastische kunstenaars die zijns inziens actieve of passieve tegenstand ondervonden en daarom, in illo tempore, niet kregen wat hen toekomt. In dat verband citeerde hij de namen van Jef Verheyen, Jaak Vanderheyden, Camiel van Breedam, Carlo de Roover en Marcel van Maele.

De uitzonderlijke betekenis van Paul de Vree als gangmaker van de concrete en sonore poëzie wordt algemeen erkend.2  

Als literair criticus werd hij door Raymond Herreman getypeerd, “en méér nog dan Jan Walravens”, als “de inleider, voorlichter, voorvechter en gangmaker van de nieuwste dichters in Vlaanderen”.3 Hij was inderdaad ontdekker en (ver)wekker van talenten, en velen hebben veel te danken aan zijn niet alleen intellectuele maar in vele gevallen ook materiële aanmoediging, steun en discrete begeleiding, waarbij hij, naar het woord van Werner Spillemaeckers, “die kiesheid” aan de dag legde “die vertrouwen heet”4 Zo was hij de eerste criticus die het werk van Marcel van Maele – zowel het literaire als het plastische – dwingend en consequent onder de aandacht bracht. Zijn eerste artikel over Van Maele dateert van 1960, het laatste van 1976. Dat is dan ook het jaar waarin dit overzicht afgesloten wordt – al schreef De Vree nadien nog een woord vooraf bij de bibliofiele bundel Tussen krop en keel (1979).5

*

Marcel Bertha François van Maele werd onder het noordelijke sterrenbeeld Aries geboren op 10 april 1931 te Brugge, in een behoorlijk goed gesitueerde familie. Een Ram, zegt Karel Jonckheere,

vertoont de kenmerken van de primitief. Hij verenigt de oerbrute uitbarstingen van de eerste aarde. Wat hij verricht, stamt uit zijn onderbewustzijn, zodat hij nooit zeker is wat of wie hij is. Hij staat daar, nauwelijks geboren, met nieuwe nog niet ontgonnen mogelijkheden, zodat hij door ordelievende geesten nergens kan worden ondergebracht. Krachten bezit hij, maar ze bruisen op in het wild.6

De jonge Marcel moet inderdaad een vrij eigenzinnig en onhandelbaar kind zijn geweest, dat “onverrichter zake van school naar school trok”.7 Toen hij zo’n zes jaar was (zijn eigen versies variëren tussen vier en acht), nam zijn moeder hem mee naar een duiveluitdrijver. Maar veel heeft dat blijkbaar niet geholpen, want toen zijn ouders hem een tijdje nadien, ten einde raad, ergens bij een boer uitbesteed hadden, bracht die brave man – blijkbaar ook al ten einde raad –  Marcel reeds na twee weken terug omdat hij de varkens “bont en blauw had geslagen”.8 Hij kwam dan een tijdlang in handen van psychiaters maar wist weldra aan hun greep te ontkomen en ging zwerven door Vlaanderen en ruime omgeving, waarbij hij zich in het leven hield als o.m. liftboy, bordenwasser, metselaar, fabrieksarbeider en grondwerker.

Zodra hij meerderjarig werd, nam hij in 1952 als vrijwilliger dienst bij de VN-strijdkrachten in Korea. Niet direct uit militarisme of anticommunisme, maar wel om te ontsnappen aan een als terneerdrukkend ervaren familiale omgeving en aan de fnuikende eentonigheid van de legerdienst in België. Ook financiële overwegingen speelden mee. In Korea was hij, naar eigen zeggen, “een verschrikkelijk slecht soldaat”. Hij wist er de boel behoorlijk te saboteren, de helft van de tijd rondsloffend op Koreaanse pantoffels en een opiumpijp in de hand, of een kooitje met vinken, wat zijn korporaal echt niet wist te waarderen. Zijn strategie? “Het spelletje meespelen, maar dan slecht,” combatshock en aanvallen van waanzin veinzend.9 In Korea begon hij te schrijven.

Terug in Europa, september 1953, slaat hij weer aan het zwerven, op een solexje dit keer. Door zo’n zevenentwintig landen, met een bijzonder voorkeur voor Scandinavië, het onherbergzame noorden. Hij werkte, tussendoor, als nachtwaker, houthakker, schrijnwerker… In Zwitserland was hij een tijdje lang koewachter, in Frankrijk druivenplukker, dokwerker in Hamburg en asfaltlegger op de daken van Trondheim, beide in Noorwegen. Zwervend door Lapland, zegt Van Maele,

“voelde ik me zeer gelukkig: niet gebonden aan geld, aan plaats, kortom: ten prooi aan de totale vrijheid. Alles verliep zoals ik het wenste – het kon niet beter. Alles kwam vanzelf in orde, omdat ik geen wanhoop uitdroeg. Als je dat wél doet, komen de oplossingen niet zo snel op je af. ’t Was echt professioneel zwerven: ’s nachts slapen in tunnels waarin overdag gewerkt werd. Maar dat was niet tragisch hoor. Ik heb onderweg heel veel baantjes gehad, meestal als bordenwasser. Als je ergens borden kon wassen, mocht je er zeker van zijn dat er ook eten in de buurt was.” 10

Na zijn eerste huwelijk, in 1957, vestigde hij zich definitief in Vlaanderen. Nu ja, “vestigen”… Zijn huidige adres moet minstens het elfendertigste zijn. Toen hem de vraag gesteld werd waar in Brussel hij overal had gewoond, schoot hij in de lach en vroeg het eenvoudig te houden: “Zou je me niet liever vragen waar ik daar niét heb gewoond?!”

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)

 

1 Jaak FONTIER, Paul de Vree als kunstcriticus, in: Jan VAN DER HOEVEN & Renaat RAMON (red), Paul de Vree, Brugge, Velvet, 1982, p. 74 [= Radar 21.]

2 Raymond HERREMAN in Vooruit, geciteerd op pagina 4 van de omslag van: Paul DE VREE, Onder experimenteel vuur, Brugge/ Antwerpen, De Galge, 1968.

3 Henri CHOPIN, Poésie sonore internationale, Paris, Jean-Michel Place, 1979 ; Geerty BUELENS, Van Ostaijen tot heden, Nijmegen, Vantilt, 2001, pp. 942-954 ; Hugo BREMS, Altijd weer vogels die nesten beginnen, Amsterdam, Bert Bakker, 2006, pp. 211-214.

4 Werner SPILLEMAECKERS, De vijf woorden van de Vree, in: J. VAN DER HOEVEN & R. RAMON, o.c., p. 54.

5 Over Paul de Vree, cf. o.m. Ton LUITING, Paul de Vree, Orion-Desclée de Brouwer, 1971; Henri-Floris JESPERS, Paul de Vree, Antwerpen, Amsterdam, De Nederlandsche Boekhandel, 1977; Paul de Vree: radicale kritiek en ‘andere’ traditie, in: Het bed van Procrustes, Antwerpen, Soethoudt, 1978, pp. 123-125; Paul de Vree: ‘onderweg naar het einde toe geschreven’, in: De boog van Ulysses, Antwerpen, Soethoudt, 1983, pp. 27-62; SARENCO, Paul de Vree. Opere degli anni 70, Colognola di Colli, Adriano Parise editore, 1994.

6 Karel JONCKHEERE, Een hart onder de dierenriem, Brussel/ Den Haag, Manteau, 1967, p. 7.

7 Rudy VANDENDAELE, Marcel van Maele tussen waanzin en realiteit, in: Humo, nr. 2913, 2 juli 1996, pp. 14-19.

8 Wim ZAAL, Een adelaar gekooid in Deurne, in: Elsevier, 16 februari 1991.

9 Eddie WALRAVENS, m.v.m. (of omgekeerd). Bibliografie van en over Marcel van Maele beeldend en woordkunstenaar, Deurne, Het Vervolg, 1993, p. 68.

10 Rudy VANDENDAELE, l.c.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche