Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
7 janvier 2009 3 07 /01 /janvier /2009 21:07

Naar aanleiding van een essay van Rik Lanckrock (°1923) over het magisch-realisme, publiceerde Hubert Lampo in Volksgazet (donderdag 7 mei 1953, p. 15) een opstel over die “eeuwenoude constante in de kunst”. Dit is een van de eerste bijdragen van Lampo over dit onderwerp waar hij mee geïdentificeerd wordt. Het opdelven van dit artikel – dat hier diplomatisch opgenomen worden – geldt dan ook als een bescheiden bijdrage tot de Lampo-studie.

In 1988 zou Lancrock een tweede boeiende studie aan het onderwerp wijden: Het magisch-realisme in de kunst (70 + 6 blz., Gent, in eigen beheer).

HFJ

 

Het Magisch-Realisme

Rik Lanckrock: “Inleiding tot het Magisch-Realisme”, Uitgeverij “Ontwikkeling”, S.M., Antwerpen, 1952.

 

De jonge Gentse essayist Rik Lanckrock heeft een brochure geschreven over het magisch-realisme, die op voorname wijze door ‘Ontwikkeling’ werd uitgegeven. Het is een uitstekende en intelligente studie die ons zeer nadrukkelijk doet hopen, binnen afzienbare tijd méér beschouwend proza van Lanckrock’s hand te zien verschijnen: hij blijkt een man te zijn met smaak, die weet waarover hij het heeft en die over literatuur kan schrijven, zonder zo geleerd of zwaartillend te willen doen, dat het geschrevene meer belang krijgt dan het beschrevene. Slaagt Lanckrock er langzamerhand in nog vlotter en concreter zijn voorbeelden te hanteren en ietwat meer smeuïgheid te verwerven, zowel in zijn stijl als in de aaneenschakeling zijner trouwens steeds interessante ideeën, dan zullen wij binnen afzienbare tijd kunnen getuigen, dat wij een belangrijke criticus, inwijder tot en duider van het mysterieuze geheim der literaire schoonheid rijker zijn geworden. Inmiddels kunnen wij rustig vaststellen, dat Lanckrock zijn kijk op de literatuur in het ons hier bezighoudende geval aan een

uitzonderlijk

belangwekkend

onderwerp

toetste. De evolutie der moderne kunst overschouwende, via het romantisme, het realisme, het naturalisme, het impressionisme, het expressionisme, het surrealisme, enz., vraagt hij zich af, of er in de literatuur geen duurzamer waarden bestaan, dan deze zo afwisselende  –ismen, meestal het gevolg van radicale, maar ook voorlopige wendingen in de wijsgerig-esthetische inzichten van de tijd, waaruit zij voortsproten. Ja, antwoordt Lanckrock, er bestaan inderdaad wél constante, werkelijk onvergankelijke waarden, die vanaf de grijze oudheid als een rode draad doorheen de evolutie der kunst tot op onze dagen kunnen worden aangewezen.

Tot deze onvergankelijke waarden behoort, wat de Italiaanse romancier Massimo Bontempelli als het “magisch-realisme” heeft gekenschetst. In alle tijden heeft men zgn. magisch-realisten aangetroffen, zegt Lanckrock, ‘die zich afgewend hebben van het traditionele slentergangetje en (…) in hun smeltkroes zochten naar ‘de steen der wijzen’.”

De schrijver geeft toe, dat er ogenschijnlijk

iets dubbelzinnigs

in de benaming magisch-realisme schuilt. Het woord magie betekent zoweel als toverkunst en kan eventueel uitgebreid worden tot “het ogenschijnlijk absurde, irreële belevenissen, vele para-psychologische verschijnselen, fantasmagorische gebeurtenissen”, terwijl de term realisme niet veel toelichting vergt, daar hij duidelijk op aanknopingspunten met de zoniet alledaagse, dan toch tastbare en wetenschappelijk controleerbare werkelijkheid biedt. Lanckrock’s analyse samenvattend, kunnen we dus zeggen, dat er steeds schrijvers, - en trouwens kunstbeoefenaars op alle andere gebieden der Muzen – geweest zijn, die er naar gestreefd hebben de werkelijkheid te verbinden met het al dan niet uitgesproken bovenzinnelijke, het niet wetenschappelijk navorsbare, ogenschijnlijke of werkelijke geheimzinnige element in het leven van iedere dag, ja, wier doel het was “met magische middelen in de realiteit dringen, zodat deze haar verborgen innerlijk blootgeeft”. De auteur verwijst in dit verband naar een studie van Johan Daisne, die de letterkunde heeft vergeleken bij de scheikunde, omdat ook zij in staat is om uit verschillende elementen

nieuwe verbindingen

tot stand te brengen, hier nl. deze van het “gewone” en het “buitengewone”, - dat wat onze waarnemingen te buiten gaat. De ruimte ontbreekt, om in een dagbladartikel Lanckrock’s uiteenzetting op de voet te volgen doch, synthetisch gezien, begrijpen wij haar als volgt: de mens draagt in zich het gevoel van het bovennatuurlijke en ofschoon de gewone sterveling zich hiervan geen rekenschap geeft, slagen sommige kunstenaars er in, buiten iedere beperkende religieuze dogmatiek om natuurlijk, dit boven-natuurlijke op het spoor te komen. Men denke hier aan de held uit L’Atlandide van Pierre Benoit, die werkelijk een ‘andere” magische wereld binnentreedt. Het bevreemdt ons enigszins, dat de auteur er geen gewag van maakt, doch hier moet beslist gewezen op de hogere, absolute en ideale realiteit die Plato boven de alledaagse werkelijkheid stelt: deze alledaagse werkelijkheid zou slechts een afschaduwing zijn van de ideale, “goddelijke” realiteit, die de opperste betekenis der dingen in zich omsluit. Van deze essentie van het leven ondergaat de magisch-realist soms de vage, maar onthutsende flitsen. Haar geheel doorgronden doet hij niet, doch uit zijn in feite speels uitgebouwd oeuvre, - deze speelsheid vertoont gelijkenis met het automatisme der  gedachtenkoppelingen bij de surrealisten -, slaan soms

verbazingwekkende gensters

op, kortsluitingen a.h.w. tussen de realiteit en de supra-realiteit, die de lezer de geheimzinnig aandoende indruk geven, dat even een luik geopend wordt op een volstrekt andere, een volstrekt nieuwe wereld, soms door de ideeën van Bergson en Einstein beïnvloed, dunkt ons, waar misschien de oplossing van het geheim van leven en dood zou kunnen gevonden worden, ware het niet, dat men er slechts een kortstondige blik op werpen kan, vooraleer de realiteit, zoals de spons in het water, de magie schijnt op te slorpen. Een door Lanckrock aangehaald en ruimere bekendheid genietend voorbeeld behoort niet tot het domein van de literatuur, doch tot dit van de film: men denke aan de rolprent L’Éternel Retour van Cocteau (met Jean Marais en Madeleine Sologne), waarin de gelijkenis, die er bestaat tussen het avontuur van de twee geliefden uit onze tijd en het drama van Tristan en Isolde de toeschouwer met een betoverend gevoel en een heerlijke verbazing tevens vervult. Inmiddels is het een feit, dat het magisch-realisme inderdaad een voorkeur aan de dag legt voor de bestendiging van de bestaande oude mythen of legenden, of in de tijd alles zich bestendig herhalen zou. Dit feit, door Lanckrock onderstreept, kan ondergetekende, - in zo verre het de lezer interesseert -, uit eigen ervaring bevestigen: toen ik eens in een verhaal een jeugdliefde wou uitbeelden, zo sterk, dat de geliefden van het eerste ogenblik af de indruk hadden elkaar sedert alle tijd gekend te hebben, voelde ik er mij, buiten ieder verstandelijk overleg om, toe gedreven hen op te roepen als de magische nazaten van de helden uit een oud Zweeds folkloristisch verhaal.

Johan Daisne heeft trouwens in zijn m.i. zeer belangwekkend toneelspel Het Zwaard van Tristan de oude Keltische legende van Isolde en haar minnaar hernomen, geprojecteerd in de ervaringen van twee moderne mensen, lang voor L’Éternel Retour op onze bioscoopschermen verscheen.

Rik Lanckrock zelve geeft tot slot een paar interessante analysen van typisch magisch-realistische werken van

Hermann Kasack

en Luigi Pirandello

Kasack is de auteur van de roman Die Stadt hinter dem Strom, waarin het verhaal te boek wordt gesteld van een levende, die in de stad der doden belandt en daar de diepere betekenis van het aardse leven leert doorgronden. Simon Vestdijk’s Kellner en de Levenden, hier onlangs besproken, behandelt ook een soortgelijk thema en mag als een belangrijk magisch-realistisch oeuvre worden aangestreept. “Alle dingen staan in onthutsend verband met elkaar…” is één van Kasack’s leidende ideeën, daar waar ook Pirandello het magisch-realistische terrein betreedt, door de mysterieuze complexiteit van het leven te belichten en vooral de aandacht op de totaal uiteenlopende aspecten van één en dezelfde waarheid te vestigen.

Het boekje van Rik Lanckrock wil slechts een inleiding tot het behandelde probleem zijn. Het bezit echter de verdienste boeiende nieuwe horizonten te openen en er ons toe aan te zetten de literatuur uit een gans nieuwe hoek te overschouwen.

Hubert LAMPO

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche