Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
22 décembre 2008 1 22 /12 /décembre /2008 06:29


Marie-José Coevoet
(Roesbrugge-Haringe, 1 maart 1916 – Brugge, 3 november 2008), de oudste van vijf kinderen, bracht haar jeugd door te Poperinge, waar haar vader een baksteenoven runde. Na de economische crisis, ingezet met de beurskrach van New York (1929), verliezen de ouders van Marie-Jo, Firmin Coevoet (1884-1971) en Marceline Camerlynck (1884-1963), het grootste deel van hun bezittingen. Ze vestigen zich te Brugge. Marie-Jo wordt afgesneden van de weidse ruimten van haar gelukzalige kinderjaren. In 1961 zou ze getuigen:

J’eus à Poperinge une enfance merveilleuse. Mon pays vallonné, argileux et fleuri de houblon devint mon plus bel héritage. J’y goûtai toutes les joies de la liberté; une liberté presque outrancière lorsque je me remémore nos prairies, nos vergers, nos jardins, la cour de l’usine et tout ce qui était au-delà et que je m’adjugeai. L’habitude des grands espaces a fait de moi une dévorante, le jour que je fus coupée d’eux.

Haar heimwee naar die « grands espaces » zal haar poëzie rijkelijk voeden.

*

In 1942 wordt Marie-Jo verliefd op de schilder en musicus Roger Gobron (1899-1985), die een relatie heeft met zijn model, Fabienne Roman (1909-1990). In 1944 beslissen Marie-Jo, Roger en Fabienne samen te leven en vestigen ze zich in het dorpje te Oost-Eeklo. Twee jaar later treedt Roger in het huwelijk met Marie-Jo; ze verhuizen naar Eeklo, mét Fabienne.

Caprine, de zuster van Roger, is getrouwd met de dichter Maurice Carême die de literaire roeping van Marie-Jo beslissend zal beïnvloeden.
 

In 1951 wordt Marie-Jo Gobron onderscheiden met de Prix Marcel Wyseur. In een gesprek met Claude Vial ( La Flandre libérale, 22 september 1951) onderstreept ze dat Villon haar lievelingsdichter is, gevolgd door Apollinaire, Verlaine en Henri Michaux.

Et n’oublions pas Verhaeren. Je me sens très proche de lui, peut-être tout simplement parce qu’il est Flamand.

In 1953 valt Gobron de Prix Hubert Krains te beurt.

Datzelfde jaar wordt haar enige zoon geboren, Jean-Noël. Terwijl Marie-Jo buitenshuis als verpleegster werkt, neemt Fabienne de jongen onder haar hoede. Van 1941 tot 1961 was Marie-Jo werkzaam als bezoekende verpleegster aan het dispensarium van Eeklo; in 1961 werd ze inspectrice voor West- en Oost-Vlaanderen van het Belgisch Nationaal Werk ter bestrijding der tuberculose.

Houles, de bekroonde bundel, verschijnt in 1955 en wordt gunstig onthaald door de kritiek. Ze mocht bovendien bogen op persoonlijke lofbetuigingen van o.m. Paul Neuhuys, Noël Ruet, Norge, Gérard Prévot, zonder Julia Tulkens en André Demedts (die een bespreking publiceerde in Het Nieuwsblad) te vergeten. Johan Daisne schreef haar:

Quel message magnifiant, ce coup d’archet qui est en même temps un splendide coup de balai dans l’art ordurier de nos jours.

Naar aanleiding van Gobrons tweede bundel, De visage à visage (1961) publiceert de dichteres en gezaghebbende critica Marie-Claire d’Orbaix een bijdrage van een volle pagina in Le Journal des Poètes. Andrée Sodenkamp, Paul Neuhuys, Norge, Franz Hellens, Pierre Albert-Birot, Henri Cornélus en Louis Dubrau betuigen hun waardering.

Eveneens in 1961 verschijnt de befaamde Anthologie de la troisième décade (1950-1960), een publicatie van La Maison du Poète, uitgever van het Journal des Poètes. Pierre-Louis Flouquet neemt niet minder dan zeven gedichten van Gobron op.

In 1962 verhuist de familie, steeds in het gezelschap van Fabienne, naar Brugge. Roger Gobron sterft in 1985, Fabienne vijf jaar later.

*

Terwijl Instants (1984), Gobrons derde bundel, weinig weerklank krijgt in de pers, zijn het nu Jeanine Moulin, de schrandere en erudiete exegeet van Nerval en Apollinaire, alsmede de dichters Pierre Menanteau en Lucienne Desnoues die zich waarderend uitspreken.

Name dropping? Misschien, maar dit wijst er genoegzaam op dat Gobron gedoemd werd een writer’s writer te blijven. Gedoemd of… uiverkoren?

*

De welluidende naam Marie-Jo Gobron was mij al opgevallen in Les Soirées d’Anvers, de cahiers die Paul Neuhuys in de eerste helft van de jaren zestig uitgaf, maar mijn belangstelling voor haar werk werd pas onweerstaanbaar gewekt door de voortreffelijke monografie van Jan van der Hoeven (Bibliotheek van de Westvlaamse Letteren, XXIII, 4, 1988), die onomwonden stelde dat de bescheidenheid “de stille tragedie” is van de rijke persoonlijkheid van Gobron,

die zonder enige rancune, met haar warme aandacht steeds bij anderen en niet in het minst bij haar zoon, de begaafde kineast, dag aan dag, roem en erkenning aan zich voorbij ziet gaan.

Zo te zien pareert zij deze counters met de glimlach, wel beseffend dat de vreugde van het dichterschap in het schrijven zelf ligt, afgezien van de waarde die de wisselvallige smaakmakers eraan toekennen.

*

We wisselden al een paar jaar brieven toen ik in de herfst van 1990 Marie-Jo Gobron toevallig ontmoette bij de erudiete en eigenzinnige Brugse boekhandelaar Arthur van de Velde. Dat was kort na de publicatie bij de éditions Saint Germain des Prés te Parijs van haar vierde bundel, Paysage intérieur. De tijd was rijp om een essay aan haar oeuvre te wijden. Het verscheen in augustus 1991.

*

In 2001 publiceerde Marie-Jo Gobron haar enige bundel in het Nederlands, Onder de maretak.


De illustraties zijn van de hand van Roger Gobron over wie Alcyon film in 1999 een monografie uitgaf. Jan van der Hoeven schreef een kort nawoord waarin hij niet aarzelde te verwijzen naar Louise Labé.

Essentieel lijkt mij de pendelbeweging tussen de verrukking, ingekleurd met een vleugje erotiek, en het acute besef van vergankelijkheid, van tijdelijkheid. […] Bij een dichteres van haar gehalte mag het duidelijk zijn dat poëzie uiteindelijk het finale redmiddel is, ‘het bloedeigen woord tot genoot’. In deze fundamenteel ernstige en authentische belijdenislyriek verlegt een gepaste dosis speelsheid af en toe de dominerende accenten, echter zonder te bagatelliseren. Zoals in elke poëzie die aanspraak maakt op existentiële authenticiteit valt ook hier bij Marie-Jo Gobron een opvallende identiteit waar te nemen tussen haar persoonlijkheid en haar lyrische projectie ervan.

Dat laatste was ook de boodschap die Gobron mij meegaf in een lange opdracht: ‘de bundel is wat ik ben, zonder veel franjes en hindernissen’.

Dr Luc R.C. Deleu hield een fundamentele lezing met als onderwerp “De zes ayatana’s in de poëzie van Marie-Jo Gobron”. Hij verduidelijkte dat ayatana zintuig betekent in het Pali, een taal nauw verwant aan het Sanskriet. Volgens de boeddhistische psychologie bestaan er zes zintuigen, de vijf bekende en de geest. Elk zintuig wordt in verband gebracht met een gewaarwording: de ogen met het zien, de oren met het horen, de tong met het proeven, de neus met het ruiken, het lichaam met de tastzin en de geest met zijn neigingen.

Dr Deleu onderstreept dat Gobron ‘in een goed beheer van die zintuigen’ leeft: ‘ze verfijnt het gebruik ervan’.

Om een gedicht te schrijven beroept de dichteres zich op het geheugen van haar gewaarwordingen, indrukken en beroeringen, een geheugen zonder sentimenteel residu of existentieel stof. Deze ervaringen, gefilterd in het labo van de geest, worden bouwstenen die resulteren in pure poëzie. […]

De dichteres verzint en bezint. Ze verliest zich nooit in details en futiliteiten. […], bespeelt haar taal wonderwel en de gedichten zorgen voor rake verrassingen. Een klankexpressionistische melopee alterneert met een ballade, een elegie wisselt af met een liedje van spijt om de tijd die verstrijkt. […]

De bundel Onder de maretak kent allerlei toonaarden. Zowel direct als indirect, omfloerst en nevelig, flamboyant als uitdagend, meeslepend of boordevol enthousiasme. Soms wordt een vers uitgefluisterd met verstilling en verstomming, dan weer neemt de dichteres geen blad voor de mond. Haar lyriek is zowel impressionistisch als expressionistisch, met de bedrieglijke schijn van een spontaan elan en vertolkt met de nodige aandrift. De toonaard klinkt ernstig niet ernstig, de ondertoon vaak guitig.

Maar de gedichten blijven steeds autonoom en sluiten anekdotiek uit. Haar poëzie is geen reconstructie van de realiteit maar wordt zelf werkelijkheid.

*

In 2002 speelde Marie-Jo op haar hoge leeftijd mee in La Strada van Federico Fellini en Tulio Pinelli, een productie van de Koninklijke Toneelvereniging De Valk. Ze koestert een rits literaire projecten, waaronder de publicatie van Mimi, haar eerste roman, en van Souvenirs, de bundeling van een dertigtal novellen; een achttal bundels liggen klaar om uitgegeven te worden en ze begint te werken aan een tweede roman.

Sinds jaren maakte Marie-Jo Gobron bij gelegenheid collages die ze met de naam Marichou tekende. Ze werden tentoongesteld te Brugge (galerie ’t Leerhuys, 2001; galerie Mansarde, 2003) en Bergen (Espac’Art Gallery, 2004).

Le grand chef, collage


Sancturaire du mime, collage


Jean-Noël Gobron, cineast en auteur van de intimistische kunstdocumentaire Portrait de mon père aquarelliste, (1987) waarin Marie-Jo even verschijnt, beëindigde dit jaar de kroniekfilm Portrait de ma mère poète, een zestig minuten durende documentaire over leven en werken van zijn moeder.

*

Zowel in haar non-conformistisch leven als in haar poëzie ging Marie-Jo Gobron haar eigen weg, bescheiden en vastberaden. “Une force de la nature”, schreef Maurice Carême; en die kracht wortelde in haar jeugd:

Toen ik als kind voor het eerst op de hoogste duin van Koksijde kroop, voelde ik het. Ik werd als het ware deel van de natuur en dat joeg me schrik aan. Gelijktijdig vroeg ik me af of dit de geboorte van de poëzie in mij was.

Haar vitalistische gretigheid kende geen perken en was te fel om zich te laten ondergraven door welke zwarigheden ook. Ze typeerde zichzelf als “une dévorante”, en je moet dat in alle betekenissen van het woord vertalen. “Et vous devez du cœur dévorer ces leçons (Molière, L’École des femmes, III, 1)…

Marie-Jo Gobron eiste voor zichzelf de vrijheid op om alles te zeggen, alles te denken, alles te voelen. “De poëzie laat het ons toe, zei ze, dank zij haar vergeeft men ons heel wat vermetelheden…”

Henri-Floris JESPERS

 

www.mariejogobron.com




Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche