Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
16 novembre 2008 7 16 /11 /novembre /2008 20:04

Naast literaire hommages en beschouwingen bundelt het Pernath-nummer van het Nieuw Vlaams Tijdschrift dat ik in 1976 samenstelde, enkele bijdragen met biografische inslag. Pas in de tweede helft van de jaren tachtig begon ik vrij stelselmatig getuigenissen over Pernath te verzamelen. Zo kreeg ik begin de jaren negentig een tekst van Wannes van de Velde, keurig uitgetypt, met enkele eigenhandige correcties. Zijn getuigenis kon ik naar goeddunken gebruiken. Ik herinner me niet of ik die tekst ooit in een publicatie citeerde of verwerkte. Het spookt wel door mijn hoofd dat Wannes zelf die jaren later gebruikte voor een column in Knack. Wat er ook van zij, dit getuigenis verdient het aan de vergetelheid ontrukt te worden.■

 

(nota’s in verband met Pernath)

De avond voor ik naar het leger moest, dat was in september 1958, ben ik naar ‘Het Zevende Zegel’ gaan kijken, van Ingmar Bergman; het verhaal van Antonius Bloch, de gotische ridder die een partij schaak verliest tegen een valsspelende Dood. Het heeft me geholpen me te ledigen. Want ik wilde het totale fatalisme. Als verdoofd ben ik door de nacht naar huis gelopen. Ik zag mezelf als die eenzame ridder, bleek, stil, weerloos tegen de valstrikken van kille demonen. Ik zou me niet meer verdedigen. Morgen ga ik binnen. Meer is er nu niet. Niet denken. Alles is illuzie, het loont de moeite niet er ongelukkig om te worden. Zo hield ik mijn onzeker lot op min of meer kunstmatige wijze in de hand. ’s Anderendaags reed ik met de trein naar Mechelen.

Het landschap had evengoed op zijn kop kunnen staan: de bomen met hun wortels in de licht en hun kruinen in de grachten. Het kanaal een stomme streep ergens in de wolken boven of onder Mechelen. Mechelen? Wat was dat? Een stugge naam met een paar ronde letters, die onaangenaam belgisch klonk. Ik bedoel belgisch zoals ik het niet graag wilde zien; een symbool dat willekeurig over mijn vlees en mijn geest zou gaan beschikken alsof het de doodnormaalste zaak ter wereld betrof. Maar die wereld was nu iets ijls, iets dat me niet meer beroerde, ver van me af was gedreven terwijl ik achterbleef op een slijkerige oever, een schim tussen andere schimmen zonder naam: recruten, bange meeuwen op een verzuurd eiland.

Het was de totale leegte, en ik vond het goed zo, omdat er geen andere oplossing was. Ik zat gevangen in de klemmen van een perverse willekeur: het leger. Erger kon me voorlopig niet overkomen. En ik was in evenwicht met mijn lot, gereed om alles te aanvaarden zoals het zich aan me zou voordoen. Mijn ego stond op nul, uitgevlakt waren al mijn nobele dromen van een pure wereld waarin plaats zou zijn voor schoonheid.

Zo stond ik, gewapend met leegte, naast mijn koffer tussen de andere koffers van andere verwaaide vogels op de betonnen kazernevloer, bleek, ziek tot in het diepste van mijn gekwetste jeugd. Toch vond ik een zekere vrede in de berusting; een dun masochisme.

Maar die vrede, hoe relatief ook, werd algauw verstoord door een onverwachte verschijning. Daar, voor mijn ogen, stond de dichter Hugues Pernath, in het uniform van 1e sergeant majoor.

Het was een donderslag. Duizenden obscene duivels lachten me uit, bonkten me met hun vuisten op ogen en oren. Nee; ik was niet gek geworden, het was geen hallucinatie. Het was de dichter. Een beroepsmilitair! Een boeffer! Dit mocht niet, kon niet. Ik wilde niet dat een kunstenaar van zijn gehalte zijn ziel aan de oorlogsgoden verkocht.

Dat het zijn recht was dit te doen kwam niet bij me op. Ik was een verbeten antimilitarist en zou dat tijdens mijn dienst nog meer worden, maar dat een mens ook het recht heeft om voor een militaire carrière te kiezen kon (of wilde) ik me niet voorstellen.

Geen vijf minuten later zag ik ook Dan van Severen daar rondlopen in het uniform van 1e luitenant. Ik moet eerlijk bekennen dat ik toen wél even gedacht heb spoken te zien.

2

Hugues Pernath. Onbeholpen, angstig, alleen. Een eenzame koning op het strand van een rijk zonder zielen.

Het onbehagen van zijn kale kamer in de Mechelse kazerne. Het te zwakke peertje aan het plafond. De foto aan de muur: de schreeuwende schedel van een Japans soldaat, levend verbrand in zijn pantserwagen.

Dit hoofd, met de voor eeuwig versperde kaken en het gesmolten vlees, de leeggekookte oogkassen, werd door GI’s van de romp gescheiden, neergezet op de rand van de geblakerde tank, en aldus gefotografeerd. Het is een gil van stilte, een nooit meer te slaken miserere.

Wannes van de Velde

*

In de tweede Pernath-lezing, gehouden op 10 oktober 2002, heeft Joris Gerits de foto van de “schreeuwende schedel” in context gebracht.

Cf. Joris Gerits, Over een soldaat, Antwerpen, Hugues C. Pernath Fonds, 2002, 32 p


De meeste getuigenissen die ik verzamelde zijn nog ongepubliceerd, op enkele na die ik citeerde of verwerkte in onder meer:

“In mijn nacht nadert niemand, want iedereen tevergeefs”, in: Muziek & Woord, juni 1995, pp. 48-49.

Pernath en Snoek, Siamese tweelingen? In: Deus ex Machina, XIX, 1995,  nr. 72, pp. 3-15.

Pernath: verdwaald personage, in: Mededelingen van het CDR, nr. 36, 23 november 2004, pp. 2-7.

Gust Gils en Hugues C. Pernath, in: Mededelingen van het CDR, nr. 36, 23 november 2004, pp. 8-9.

Onuitgegeven: Snoek over Pernath, in: Mededelingen van het CDR, nr. 67, 21 maart 2006, pp. 2-6; nr. 68, 5 april 2006, pp. 4-9.

Hugues C. Pernath: de dichter als vertaler, in: Mededelingen van het CDR,nr. 69, 21 april 2006, pp. 10-14.

De maskers van Melpomene. Hugues C. Pernath en het theater, Antwerpen, H.C. Pernath-Fonds, 2006.

Pernath & Snoek als romanpersonages, in: www.mededelingen.over-blog.com, 28 januari 2008.

Hugues C. Pernath, in: www.caira.over-blog.com, 3 mei 2008.

Dictionnaire des poètes flamands à l'usage des francophones: Hugues C. Pernath, in : www.caira.over-blog.com, 4 mei 2008.

Pernath over Paul de Vree, in: www.mededelingen.over-blog.com, 10 juni 2008.

Henri-Floris Jespers

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Van hove M 21/12/2008 12:40

misschien niet zo belangrijk, maar Pernath kwam bij ons op de apotheek woonde toen in de Kerkstraat denk ik.Hij was in die tijd erg verstrooid en depressief.De wereld maakt (soms)mensen kapot zei hij en ik hoor daar bij. ''t Is, lang geleden ik herinner niet meer de exacte woorden.Wel het gevoel van verlangen naar weg .

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche