Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
16 novembre 2008 7 16 /11 /novembre /2008 05:31

Toen Pernath in Łódź arriveerde, had de Filmschool te lijden onder een depressief en repressief klimaat. De sfeer van onzekerheid op de Filmschool waar niemand weet of en wanneer hij zal draaien is wel veelzeggend.

De atmosfeer in de studio’s in Łódź is ‘heel goed’, maar de taal is een probleem, schrijft Pernath op 25 april aan zijn toenmalige vriendin. In feite houdt hij het al na nog geen maand voor bekeken. Qua producties – hij heeft het wel steevast over ‘realisaties’ – was hij tot het nuchtere besluit gekomen dat er - buiten Munk, Wajda ‘en twee of drie jongeren’ -  aan de Poolse film ‘nog weinig te beleven valt’. Een dag later vertrouwt hij Tillemans en Beukelaers toe: ‘Men zou niet zeggen dat ik naar Polen kwam om filmregie te studeren’.

Wat betreft Film, weten jullie zeker al dat die film van Witold Lesiewicz niet wordt gemaakt. Ik kwam terecht in een weinig stichtelijke TV-productie waar ik dan toch leer hoe ik het best nooit doe. Dat is nu weer een weinig dankbaar grapje. Neen, ondanks alles valt hier meer te leren wat betreft techniek en geschiedenis dan in België. Ik zit meer in de Cinematheek dan op straat, waar ik ten andere niet zit. De basiswerken die men mij leende brengen mij meer bij dan wat ook. De kans bestaat dat ik stage doe bij Skolimowski die in mijn productiegroep ‘Syrena’ een film gaat draaien.

Ik ontmoette vorige maandag Wajda te Warschau en die vertelde mij dat hij zelfs niet weet of hij dit jaar nog werkt. Anders was alles voor mij in kannen en kruiken. Ik kon werken met Lindsay Anderson maar dat was een kortfilm en ook hij weet niet wanneer hij start. Nu uiteindelijk ben ik nog maar 1 maand hier en om eerlijk te zijn, indien het voort gaat – zelfs zoals nu – dan zal ik toch ontzettend veel opgestoken hebben. Misschien omdat ik hier alles bij de hand heb. Volgende week bijvoorbeeld begin ik met montage en synchronisatie.

Pernath stuurde naar zijn correspondenten getypte brieven waarin hij – althans voor zijn doen – vrij  uitvoerig vertelt over zijn Poolse belevenissen. Het verhalende deel, zijn verslag zal ik maar zeggen, zijn ‘bericht aan de bevolking’, richtte zich tot een collectief van geadresseerden, maar veruit de meeste brieven werden aangevuld met een handgeschreven persoonlijke mededeling. Dat bespaarde hem het tijdverlies ettelijke keren hetzelfde verhaal te moeten schrijven.

Uit die brieven blijkt dat hij meewerkte aan een reeks van zeven kortfilms voor de televisie. Het werktempo lijkt hem wel ‘eerder aan de trage kant’ en hij verwondert er zich over dat voor die zeven kortfilms van ongeveer 1.600 m niet minder dan zeventig interieurs ontworpen worden, ‘met vele burelen en gangen die in elke film opnieuw worden gebruikt’. Hij schat dat er per film zowat tien buitenopnamen worden gemaakt, ‘wat een totaal geeft van minstens twintig diverse decors per film van 1.600 m of alle 80 m een ander decor en ik ben nog breed’.

Hij zag de voormontage van een film en kon zijn ogen niet geloven. ‘Deur in deur uit, bergen en dalen, gangen en burelen.’ Over de fotografie is hij niet te spreken. Bovendien schijnt niemand tijdens de opnamen wat dan ook op te merken. Alles gebeurt met de grootste slordigheid: ‘nu ben ik het die gewoonlijk een thermosfles, een aangebeten broodje of een reeds gebruikte schilderij uit het decor haal.’ – De uitleg?: “Het is toch maar voor tv.”’

De eerste dagen dacht hij dat de regisseur ‘herhalingen deed vóór de opnamen, maar dat bleek een grapje. Zijn truc is dat hij heel goede acteurs nam die zelf alles in elkaar boksen’, zo bijvoorbeeld Gogolewski ‘en de zo vriendelijke Mikulski die in Kanal de fameuze granatensequentie speelde.’

Oude regisseurs vertrouwen Pernath toe dat hij alles maar zelf moet leren ‘en niet naar het geknoei van anderen mag kijken’. Terwijl hij aandachtig de opnamen volgt, voert Pernath dus maar zijn eigen regie, voert hij zijn eigen camerabewegingen. Niet zonder trots deelt hij mee: ‘’s Anderendaags zie ik tijdens de rushes hoe de opname er zou uitzien in mijn regie en dat valt niet tegen. Tenslotte komt menselijkheid nog altijd vóór het dogma.’ Uiteindelijk heeft hij alleen maar respect voor de ‘robotnik’ (werkman), voor de oude werklieden ‘die nauwkeurig weten hoe in alle stilte veranderingen in het decor aan te brengen’, of voor ‘de kleedsters die niets laten ontsnappen’.

Henri-Floris JESPERS

(Uittreksel uit de derde Pernathlezing, gehouden op 1 juni 2006 in het auditorium van het AMVC-Letterenhuis te Antwerpen. Volledige tekst met noten en bibliografie: Henri-Floris Jespers, De maskers van Melpomene, Antwerpen, Hugues C. Pernath Fonds, 2006, 64 p.)


Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche