Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
15 novembre 2008 6 15 /11 /novembre /2008 01:49

Over Brâncuşi bestaat  een uitgebreide literatuur. De spirituele dimensie van zijn oeuvre werd reeds grondig verkend, waarbij veelal de nadruk wordt gelegd op zijn lectuur van Plato en van Milarepa. In een kort maar revelerend essay benadrukt bisschop Calinic de verinnerlijkte religieuze inslag, de διακονία van de beeldhouwer. Hij wijst overtuigend op de traditionele boerenethiek die in de aforismen van de kunstenaar tot uitdrukking komt en op zijn diepe en beslissende gehechtheid aan de orthodoxe liturgie, die uitvoerig gedocumenteerd is.

(Évêque CALINIC, Brancusi et le Psaume de la Création, éditeur Sorin Dumitrescu, Anastasia, 2003, 83 p. ISBN – 973 – 682 – 051 – 3.)

*

In een gedetailleerde biografie werpt Henry Kamen een revisionistisch licht op het optreden van Alva in de Nederlanden. Hij onderstreept dat het regime van Alva tienmaal meer slachtoffers maakte dan de Spaanse Inquisitie tijdens de heerschappij van Filips II. Hij voegt er echter meteen aan toe dat de autochtone Inquisitie in de Nederlanden nog meer anabaptisten executeerde. Hij legt er de nadruk op dat het daarbij minder ging om godsdienstig fanatisme dan wel om onderdrukking van de rebellie. Alva zelf vond het absurd de situatie in Vlaanderen te beschrijven als een campagne tegen de ketterij, vermits het grootste deel van zijn troepen bestond uit Duitse protestanten.Bovendien waren het merendeel van de edelen die hij tijdens de eerste maanden van zijn bewind vervolgde en van de steden die hij belegerde, katholiek. ( cf.The Times Literary Supplement, 26 november.)

(Henry KAMEN, The Duke of Alba, Yale University Press, 204 p., 22.50 £)

*

In 1675 werden de koffiehuizen in Engeland door Charles II in de ban geslagen. Zijn spionnen hadden immers het volgende gerapporteerd: “the common people talke anything, for every carman and porter is now a statesman; and indeed the coffee houses are good for nothing else. It was not thus when wee dranke nothing but sack and claret, of English beere and ale”. (Markman ELLIS, The Coffee House: A cultural history, Weidenfeld and Nicolson, 304 p., 18,99 £.)

*

De Caraïben kunnen alvast bogen op drie Nobelprijzen: Saint-John Perse (1960), Gabriel García Márquez (1982) en Derek Walcott (1992). Maryse Condé is een van de wereldwijd meest gelezen Franstalige auteurs. De Martinikaan Edouard Glissant was laureaat van de Renaudot, net als René Depestre (1988, Hadriana dans tous mes rêves), tevens laureaat van de prix Apollinaire voor zijn Anthologie personnelle. In Le métier à tisser roept Depestre (die in Cubaanse ballingschap leefde) zijn herinnering op aan Che Guevara en Nicolas Guillén en behandelt hij o.a. de « négritude » van Aimé Césaire en Léopold Sedar Senghor. In het essay Ainsi parle le fleuve noir spitst hij zich toe op de bijdrage van de blacks aan de westerse cultuur, waarbij de titel verwijst naar “la mémoire du grand fleuve noir que l’on a fait couler des Afriques aux Amériques. » In 1998 publiceerde Magazine littéraire een dossier ‘Écrire la Caraïbe’ met een beklijvende bijdrage van Depestre: « Partager avec tous la Caraïbe poétique et musicale que nous sommes », waarin zijn opvattingen over ‘le réel merveilleux’ de leidraad vormt.  Begin december hield Depestre een lezing in het literair salon van de Brusselse hoofdstedelijke bibliotheek.

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift vraagt nu onrechtstreeks aandacht voor de hier te lande zogoed als onbekende Haïtiaan. Kathleen Gijssels (Universiteit Antwerpen, Postkoloniale Onderzoeksgroep) promoveerde over de Franstalige literatuur van Martinique en Guadeloupe, meer specifiek over het oeuvre van Simone en André Schwartz-Bart In haar proefschrift situeerde ze hun werk in de veel ruimere context van Afro-Caraïbische en Afrikaans-Amerikaanse auteurs. Het was immers haar overtuiging dat het noodzakelijk is in een comparatistisch perspectief te werken, teneinde de Caraïbische literatuur als een cultureel-politiek en socio-historisch geheel in kaart te brengen, over de taalgrenzen heen. Als vice-president van de Society for Caribbean Research bereidt ze een internationaal en interdisciplinair congres voor dat in 2006 in Parijs zal plaatsvinden.

Op 30 september en 1 oktober nam Kathleen Gijssels in Limoges deel aan een internationaal colloquium plaats met als thema “Haïti, 1804-2004. L’indépendance d’Haïti et la construction d’un mythe culturel”. Dat was dan voor Micheline de Ridder de rechtstreekse aanleiding om een gesprek te voeren met Gijssels, waarbij de nadruk kwam te liggen op het ongemeen boeiend, revelerend en revolutionair oeuvre van René Depestre.

De bijdrage van Micheline de Ridder heeft slechts vage raakpunten met het thema van deze aflevering van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift: “Debuteren? Dat is het einde…!” Zo’n onderwerp is vanzelfsprekend gefundenes Fressen voor gefrustreerden, navelstaarders en klaagmuurgangers (lees maar de bijdrage van Julien Vangansbeke), maar het valt hier nog mee, al word je zelden écht geraakt.

Chrétien Breukers (°1965), redacteur van de ‘Windroosreeks’ van uitgeverij Holland en van Rottend Staal, geeft enkele intelligente beschouwingen over het uitgeven van poëzie ten beste, en Jan Wyn publiceert een fascinerend, gelaagd verhaal, ‘Het canvas met organische vormen’.

Guy Commerman hekelt het beleid van het Vlaams Fonds voor de Letteren, waardoor een aantal tijdschriften nu ten dode opgeschreven staan. Hij slaat spijkers met koppen. (Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, 22ste jg., nr. 4, winter 2004. Kruishofstraat 144/98, 2020 Antwerpen, 128 pp., ill. 6 €. www.gierik-nvt.be)

HFJ

2004

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche