Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
29 octobre 2008 3 29 /10 /octobre /2008 18:00

Op 19 februari 1984 zaten we in de Ancienne Belgique te Brussel aan het diner bij de jaarlijkse bijeenkomst van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. De verzamelaar van literatuurmemorabilia en gelegenheidsdichter Freek Dumarais stak mij na de maaltijd een briefje toe met volgend vers:

                                             Lambert

                                             van kin over oor heen

                                             de vingertoppen in de haren

                                             de brede rechterhand

                                             met pinkring ter ondersteuning

                                             van zijn denken

                                             met ongekende antiquarische

                                             waarde met geborgenheid

                                             der angsten zich bundelend

                                             in zijn bevlekte stem

                                             elke dag lijkt vaak een dodenwake

                                             een oneindig peilen in

                                             roerselen  hem belagend

                                             zijn wijsheid schuilt in het

                                             klagende onteigenen

                                             van voorvaderlijke liefde

                                             in zijn hart geïnjecteerd

                                            

Joke van den Brandt en Lamberts moeder

Toen zijn moeder, voor wie hij een excessieve adoratie had overleed in 1983 kwamen de epilepsie aanvallen, waaraan hij reeds vanaf zijn tiende leed in alle hevigheid terug. Op 22 juni 1984 zaten we te Brussel aan tafel. Hij was uitzonderlijk stil en na het eten nam hij het verzameld werk van J.H. Leopold en las mij volgend gedicht:

 

                                                 Om mijn oud woonhuis peppels staan 

                              “mijn lief, mijn lief , o waar gebleven”

                               een smalle laan

                               van natte blaren, het vallen komt

 

                                Het regent, regent eender te hooren

                                “mijn lief,mijn lief, o waar gebleven”

                                en altijd door en

                                den treuren uit, de wind verstomt.

 

                                Het huis is hol en vol duisternis

                                “mijn lief, mijn lief, o waar gebleven”

                                gefluister is

                                boven op zolder, het dakgebint.

 

                                 Er woont er een

                                 “mijn lief, mijn lief, o waar gebleven"

                                 met leege oogen

                                 en die zijn vrede en rust niet vindt.

Ik voelde een zeldzame beklemming terwijl ik dit las. Toen gaf hij mij het boek en zei: “Dat moet je later nog af en toe lezen.”

De volgende dag woonden we in Herentals een lezing bij van de dichter Jan Veulemans. Lambert was diep onder de indruk, praatte nadien nog geruime tijd met Jan en er werd afgesproken om elkaar nog eens te ontmoeten. Daarna reden we naar Antwerpen waar in “De Blauwe Gans “ onze wekelijkse tafelronde met Henri-Floris Jespers en Maarten Thijs plaatsvond. Vele vrienden wisten van deze bijeenkomsten en vaak vormde zich een bont gezelschap rond onze tafel. Die avond was bijzonder geanimeerd, we waren met velen en Lambert genoot van het samenzijn. Hoewel hij van plan was om de trein naar Brussel te nemen werd het later en later. Ik trachtte hem te overhalen om in Ekeren te slapen wat hij meestal deed in het weekend, maar hij wilde absoluut naar huis. Ik bracht hem naar Brussel en hij bezwoer mij hem ’s morgens om 8 uur met de telefoon te wekken.Toen ik hem vergeefs trachtte te bereiken reed ik naar Brussel met een bang voorgevoel. Lambert , die we zo hadden liefgehad was overleden. Hij was achtenvijftig.

 

Lambert en Joke, Damme, 1981

Joke VAN DEN BRANDT

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche