Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
26 octobre 2008 7 26 /10 /octobre /2008 05:17

De teerling is geworpen: het Vlaams Fonds voor de Letteren heeft Gierik voor subsidiëring geschrapt (zie hier de berichten van 29 september en 6, 7 en 23 oktober). Of het tijdschrift zal blijven voortbestaan weet ik niet. Ik heb er doelbewust voor gekozen geen contact op te nemen met de redactie. Het gaat me immers hier niet om de toekomst van Gierik, wel om de m.i. meer dan betwistbare beslissing van het VFL.

Na lezing van de elektronische editie van de Mededelingen van het CDR (nr. 126-127, 20 oktober) reageerde Julien Weverbergh meteen in Bokblog. Hij bestempelde de beslissing van het Fonds als “schandelijk” (www.wever-bergh.com):

Er is slechts één gedrukt tijdschrift waarvoor ik me nog kan neerzetten om het met plezier te lezen: Gierik. Aan mijn tijdschriftenplezier komt een einde.

*

Gierik bleef altijd eigenzinnig, weinig voorspelbaar en bracht dus weinig offers aan de idolen van de markt. Dat wreekt zich, vroeg of laat. Maar wanneer je terugblikt, dan stel je met de nodige afstand vast dat er in de loop der jaren heel wat boeiends in het “literair tijdschrift met initiatief” verscheen.

Wat treft mij nu, even vluchtig bladerend in oude jaargangen en in mijn aantekeningen?

Toneel van Jan Fabre en Stijl Devillé (nr. 97); een aanvechtbare maar daarom juist niet minder lezenswaardige studie van Toon Esch over Kaas van Willem Elsschot (nr. 96); gedichten van Alain Germoz en Werner Lambersy door Guy Commerman (nr. 96); de aflevering over “multicreatieven” (nr. 95), met o.m. Luc Boudens, Bavo Dhooge en Renaat Ramon); bijdragen van Fernand Auwera, Frans Denissen en Weverbergh (nr. 94); de “aangespoelden” Jelica Novakovic, Hazim Kamaledin, René Depestre, Abdou Sow en Kostas Mavroudis; de bijdrage van Jan Lampo over de Antwerpse haven in de letteren en de beschouwingen van Lieven David over Bourdieu (nr. 89); het essay van Marc Galle over Maeterlinck; het opstel van Olivier Boehme en Matthijs de Ridder over conservatieve revolutie en literatuur in Vlaanderen tijdens het interbellum; de beschouwing van Dirk Martin over Alfred Rosenbergs ideologen en de toekomst van België (nr. 88); de meeste bijdragen in het speciaal nummer over migratie (nr. 87); Wim van Rooy over het multiculturele ideaal; de revelerende dagboekachtige aantekeningen van theatermonster Tone Brulin en het interview met de Franstalige Vlaamse romancière Nicole Verschoore (nr. 86); alweer Tone Brulin (nr. 84); de aflevering “Laveloze letters” samengesteld door Micheline de Ridder (nr. 82); de prominente aanwezigheid van Kenneth White in nr. 78; de beschouwingen over Fransschrijvende Vlamingen van Christian Berg, Jacqueline Caenberghs, Danny de Laet, Jan Lampo, Bart Vonck en Paul Willems (nr. 75); de benadering van Ward Ruyslinck door Paul van Aken en Jean Weisgerber (nr. 63); de beschouwingen over de Amerikaanse en Russische roman door resp. Wim van Rooy en August Thiery (nr. 60); het nummer over De Nevelvlek, een baanbrekende bijdrage tot de herwaardering van de jaren vijftig (nr. 57); enz.

Eigen lof stinkt, maar het zou van hypocrisie getuigen indien ik mijn eigen bijdragen niet zou vermelden waar ik nu opnieuw mee geconfronteerd word. In “Vlaanderen: van droom tot nachtmerrie” gaf ik de primeur van de briefwisseling Max Elskamp/Paul Neuhuys aan Gierik (nr. 76) alvorens ze te publiceren in Textyles (“Max Elskamp et Paul Neuhuys: correspondance inédite”, nr. 22, 2002, pp. 67-81) Marie Gevers stond centraal in “De dichter behoort tot een minderheid in ballingschap” (nr. 75) en Dada in Vlaanderen in “Paul Neuhuys en Ça ira (nr. 64). In die drie bijdragen werd dankbaar gebruik

gemaakt van eerder ontoegankelijke en daarom onuitgegeven bronnen. En dan laat ik hier nog essays over de onmogelijke identiteit bij Alain Germoz (nr. 65), over het proza van Paul Snoek (nr. 72) of over de duistere achtergronden van Dada-President Clément Pansaers (nr. 66).

En moet hier nog gewezen worden op het dubbelnummer 49-50, gewijd aan Paul van Ostaijen, met bijdragen van o.m.  Sjoerd van Faassen & Hans van den Boef, Paul Hadermann, Dirk Martin, Wim Meewis, Anne Marie Musschoot, Annie Reniers en Michel Seuphor…

*

Het beschermcomité van Gierik bestaat uit leden “die hun morele en daadwerkelijke steun toezegden en hun intellectueel, creatief en maatschappelijk gewicht in de waardenschaal leggen om het tijdschrift mede in stand te houden”.

Ik beperk me hier tot het vermelden van de leden die op het vlak van theater, poëzie, essayistiek, maatschappelijke, kunst- en literaire kritiek hun sporen verdiend hebben: Ludo Abicht, Peter Benoy, Frans Boenders, Lionel Deflo, Bart F. M. Droog, Walter Groener, Rik Hancké, Wim Meewis, Frans Redant, Lucienne Stassaert en Rik Torfs.

*

Name dropping? Inderdaad.

In Bokblog schrijft Weverbergh:

Het argument van belangenvermenging: daar heb ik oor naar, dat wil ik gretig geloven, en ik vermoed intuïtief dat Denis gelijk heeft. Maar om mij compleet over de streep te krijgen, wil ik in plaats van verbaal lawaai liefst feiten. Denis moet namen noemen en aantonen dat commissielid A (of zijn levenspartner) ook nog zitting heeft in de redactie van het blijvend gesubsidieerde tijdschrift Uppeldepup, of dat hij regelmatig of uitsluitend in dat (deze) tijdschrift(en) publiceert. Verder zou het bijzonder nuttig zijn voor leken als ik, als alle commissieleden worden voorgesteld.

Welnu, Ferre Denis (“De dood van het literaire tijdschrift Gierik”, in: De Auteur, driemaandelijks tijdschrift van de VVL, september 2008, pp. 5-6) heeft wel degelijk namen genoemd: Stijn Geudens (Streven), Leen Boereboom (Muziek en Woord), Elke Brems (KUL), Alexander Roose (UG), Sven Vitse (Yang).

Ik heb het commentaar van Ferre Denis niet geciteerd, omdat ik het nogal voortvarend en overtrokken vind. Bovendien is het onproductief.

Wie er ook in een commissie (of in een jury) moge zetelen, het verwijt van belangenvermenging zal immers altijd opduiken, zeker in hoofde van wie zich onrechtvaardig behandeld voelt of gewoon uit de boot valt.

Waar het echt om gaat is de manier waarop een commissie haar taak waarneemt. En dat geldt des te meer voor het VFL. De taak (in dit geval) van de commissie tijdschriften bestaat er niet in een eigen visie te ontwikkelen en door te drukken, maar de door de gemeenschap ter beschikking gestelde subsidiegelden rechtvaardig te verdelen. Commissieleden dienen daarbij de minimale objectiviteit op te brengen, afstand te doen van eigen opvattingen.

De beslissing Gierik niet langer in aanmerking te nemen voor subsidiëring op grond van “gebrek aan kwaliteit wat betreft teksten en thema’s” en “weinig of geen impact op het literaire landschap” (zie de verklaring van Guy Commerman in de reeds aangehaalde aflevering van De Auteur) is onaanvaardbaar.

Name dropping? Jazeker. Namen noemen is hier op zijn plaats, want het aanmatigende oordeel van vijf scherprechters blijkt zwaarder door te wegen dan dat van de medewerkers en beschermende leden die zich inzetten voor Gierik.

*

Ach ja, ik kan ook een rubriek volschrijven met geërgerde kritiek op Gierik – of op andere tijdschriften die wel rijkelijk bedeeld worden door het Fonds. Maar daar gaat het niet over.

Van de debutanten die de jongste vijf jaar publiceerden en / of debuteerden in Vlaamse literaire tijdschriften vonden er 23 een reguliere uitgever, waarvan 18 auteurs publiceerden in Gierik, dit is tachtig procent.

En voor het overige ben ik het, une fois n’est pas coutume, met De Morgen (6 april 2004) volmondig eens:

Geschrapte tijdschriften hekelen ‘postmoderne monocultuur’: Commerman en Deflo vrezen dat op termijn enkel ‘prestigieuze, luxueuse en/of modieuze bladen nog hun zaligmakende postmoderne poëtica zullen mogen uitdragen. Het veelkleurige en inhoudelijke gevarieerde tijdschriftenlandschap in Vlaanderen wordt door deze onverantwoorde ingreep (van hooguit vijf mensen!) in de toekomst verschraald tot een postmodernistische monocultuur die het leeuwendeel van de subsidies binnenrijft.

Hier raken we de kern van de problematiek: neen, geen belangenvermenging, wel een genadeloze wegwals.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Piet Joostens 26/10/2008 11:53

Geachte Henri-Floris Jespers,
Staat u mij toe dat ik een feitelijke onjuistheid in bovenstaand artikel corrigeer: Sven Vitse is geen redacteur of redactieraadslid van yang. Hij is redactieraadslid van DW B.
Met vriendelijke groeten,
Piet Joostens (redacteur van yang)

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche