Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
21 octobre 2008 2 21 /10 /octobre /2008 23:07

Frank de Vos (°1956) debuteert met de dichtbundel In Omstandigheden, een uitgave van Berghmans uitgevers. Op de cover prijkt “Man in blue” van Francis Bacon. De bundel werd op 3 oktober in galerie De Zwarte Panter te Antwerpen door Frans-Jos Verdoodt voorgesteld. Hier volgt de tekst van zijn toespraak.

 

Geachte  kunstminnaars, geachte kunstenaars in het algemeen en dichters in het bijzonder,

daaronder begrepen de zogenaamde “gevestigden” en de zogenaamde “aanstormenden”.

 

Als ik die aanspreking uitspreek - wat bijna klinkt als een alliteratie –

dan verwijlen mijn gedachten als “ouderling” – ik ben namelijk voor de Tweede Wereldoorlog geboren – dan verwijlen mijn gedachten nog even naar de bijna vergeten generatie artiesten-dichters hier in Antwerpen.
Een generatie van wie enkelen zich hier destijds zo graag de Pink Poets lieten noemen. Een begrip dat een aantal mensen onder u zich wellicht nog best kan herinneren?

Precies zoals vele jongeren vandaag, bezaten zij groot artistiek talent en tegelijk ook veel talent voor (bijna) bacchantische queesten.

Antwerpen is nooit een brave stad geweest en vele kunstenaars beleefden er – ook na de chaotische maar geestverfrissende jaren zestig – een heel apart leven. Dat slingerde hen letterlijk en figuurlijk doorheen een hype wereld die zich bevond tussen de huidige en de toenmalige Zwarte Panter en de toenmalige VECU.

Dat roemruchte wereldje van figuren als Hugues Pernath en Nic Van Bruggen en Henri-Floris Jespers en anderen slaagden er toentertijd zelfs in om een brave en christelijke politicus, die later een zeer aanzienlijk staatsman zou worden, te begeleiden van een leven van volstrekte ascese naar een leven als volstrekte libertijn.

Dat is natuurlijk geschiedenis.

Zoals die zwarte panter in het portiek boven de deur, dat is ook geschiedenis.
En niet alleen geschiedenis, maar ook zo’n raadselachtige verschijning.

Een panter, ja.

Maar een zwàrte panter, waar vindt men die nog, tenzij in het weleer buitenissige Antwerpen en in de eindeloze steppen van Java en India.

Zwart van kleur, ja. Maar als je er met een fel licht op schijnt, dan ontwaart men nog de vlekkentekening van de gewone panter.

Waarmee ik wil zeggen dat ook de artiest in de zwarte panter – of omgekeerd: de zwarte panter in de artiest - nog de vlekkentekeningen van het waarachtige dagelijkse leven vertoont.

De dagelijkse kwetsbaarheid, de dagelijkse drift, de dagelijkse eenzaamheid en honger.
Beste vriend Frank,

Ik weet dat u geporteerd bent voor de klassieke kunst en de klassieke auteurs.

En daarom wil ik hier aan het begin van mijn korte inleiding de namen van twee Romeinse dichters naar voren schuiven, nl. Ovidius (43 v.c.- 18 n.c.) en Cicero (11-43 v.c.).

Die twee Romeinen waren natuurlijk onvervalste en na te volgen dichters.

Maar zij waren ook redenaars. En u weet dat Ovidius minder bespraakt was dan zijn voorganger Cicero.

En ik troost mij hier als inleider deze avond met de gevleugelde woorden van de snedige woordkunstenaar Cicero “Fac tantum incipias, sponte disertus eris”, begin te spreken en uw welbespraaktheid zal wel volgen.  

Hopelijk, zou ik zeggen. Want een groot redenaar zal wel niemand onder u in mij ontwaren.  Tot nog toe was het misschien wel eerder zoals u in uw vers (“Monumentenzorg”) zo treffend hebt verwoord:

Ik hotter en stotter

ik val uit balans en cadans

ik blaas en kaak mijn letters.

Mocht u zich tot hiertoe nogal verveeld hebben bij de slechte balansen en de slechte kadansen van mijn woorden, dan is er dus, geloof hechtend aan de geciteerde woorden van Cicero,  toch nog hoop op gevoelige beterschap. Hoop op meer mondigheid

Of om het men een vers uit gedicht “Dèja vu “te zeggen:

wij spraken mondig menig gesprek.

Mooi allitererend, wij spraken mondig menig gesprek.

Zoals je zou kunnen zeggen – maar dat is dan een onbesuisd vers van mij, voor deze gelegenheid gekoppeld aan een degelijk vers van u – “wij waren gehoekt en gehoofd” en “spraken mondig menig gesprek”, wij hadden scherpe hoeken aan ons karakter en wij hadden een koppig hoofd. In verzin maar wat.

Als in een bioscoopzaal naar een film zit te kijken en er verschijnt een heel mooi landschap, met een ondertitel erbij die vertelt hoe mooi dat landschap wel is, dan is het voor mij eigenlijk reeds een beetje over.

Datzelfde gevoel heb ook als ik een kunstwerk bekijk, en bij wijze van toepassing eveneens bij een gedicht.

Ik voel mij namelijk niet in staat om te verklaren waarom een gedicht goed en mooi is.

Poëzie lezen is voor mij geen wetenschap, die moet gesteund zijn op wat Immanuel Kant, de zuivere oordelen noemde, oordelen die universeel zijn, meetbaat, algemeen, in parameters te vangen.

Ik zal mij dus niet de bevoegdheid en evenmin de bekwaamheid aanmeten om te oordelen waaróm uw poëzie poëzie is, waarom zij goed is, degelijk, solide.

Misschien voegt zich daarbij ook het feit dat uw werk “geen gemakkelijke poëzie “ is, zoals de inleider bij uw bundel, Martin Carette, stelt.

En ik volg uw inleider trouwens tevens in zijn beklijvende wenk dat wij “bereid moeten zijn op weg te gaan”, dus deze poëzie te lezen.

Dit gezegd zijnde, wil ik u natuurlijk niet onthouden wat ik denk over wat poëzie in het algemeen is of kan zijn, als een verschijnsel, als een fenomeen dat dit soort uniciteit van verzen en dichtbundels creëert.

Een paar weken geleden stond ik de kerk van Santa Maria sopra Minerva in Rome nog tegenover een onafgewerkt gebleven van Michelangelo. Daar moest ooit door Michelangelo nog heel wat aan weggekapt worden, maar de kwaliteit van de figuur die nog moest verschijnen werd toch reeds duidelijk. Er zat dus echte, potentiële kunst in verborgen.

Ik durf dat te vergelijken dat met poëzie: soms is zijn niet voldoende af om “vol” te zijn, “af” te zijn. Het is de bijna grappige tegenstelling van vol en ledig.

Maar de poëzie is er reeds in aanwezig. Gewoon, zonder dat je daar parameters kunt op kleven, zonder dat men het kan verklaren. Het is klaar, het is verklaard.

Roland Jooris vertelde een paar weken geleden op Klara (Ramblas, 25 september) nog dat poëzie voor hem een vorm van kaalkappen is. Het kaalkappen van een zware steen, tot de alleen essentie over blijft.

De dichter als beeldhouwer. En Roland Jooris, die nu toch wel de kaalkapper bij uitstek is, Roland Jooris bevestigde de dromerige gedachten die ik enkele dagen voordien nog had gekoesterd bij dat bijna-beeld van Michelangelo in Rome.

Toen ik enkele ochtenden geleden een blaadje weghaalde van mijn scheurkalender – waarlijk een ritueel in mijn leven, net zoals het ontbijten en zoals het lezen van de grollen van Hagar de Verschrikkelijke in de krant – toen ik dat scheurblaadje weghaalde, toen bedacht ik eigenlijk een andere bepaling voor de poëzie.

Ik presenteer die huis- en keukenwijsheid hier voor wat zij waard is: een dichter is iemand die zijn levensverhaal kan neerschrijven op de weinige witte deeltjes die resten op de achterkant van dat kleine, afgescheurde blaadje van die kleine scheurkalender.

Alles wel beschouwd, liggen die twee typeringen, die van het steenkappen en die van het schrijven op het kalenderblaadje heel dicht bij elkaar.

De dichter-steenkapper kapt elke brok steen weg die er niet meer nodig is voor het pure beeld.

De dichter-kalenderscheurder slaagt er in om zich spontaan te beperken tot enkel hoekjes wit

en daarop zijn leververhaal te schrijven.

Akkoord, beste vrienden, akkoord beste Frank, het zijn slecht metaforen.

Bescheiden metaforen.

Maar, om nogmaals de titel van de bundel van Frank te parafraseren, “in [de] omstandigheden” waarin wij ons hier bevinden, kunnen wij eens even de proef op de som trachten te leveren. En dus uw bundel in de hand nemen.

Ik garandeer u bijna dat de proef lukt.

Want die proef is makkelijker dan via de alchemie hout in goud veranderen.

Frans-Jos VERDOODT

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche