Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
14 octobre 2008 2 14 /10 /octobre /2008 21:23

De Oostenrijkse psychoanalyticus Otto Gross, een in leven en werk wat excentrieke en controversiële persoonlijkheid, was in menig opzicht een voorloper. De wat marginale maar niet minder reële invloed van deze sleutelfiguur op de ideeëngeschiedenis wordt nog altijd al te vaak gebagatelliseerd. Hoe men er ook tegenover moge staan, zijn baanbrekende inzichten getuigen meestal van een ongemene revolutionaire frisheid en creativiteit.

In de tweewekelijkse Mededelingen van het CDR publiceerde ik twee jaar geleden een boeiend opstel van prof. em. dr. Piet Tommissen over “Het geval Otto Gross”, (Mededelingen, nr. 77, de dato 31 augustus 2006, pp. 2-4; nr. 78, de dato 18 september 2006, pp. 5-13). De papieren afleveringen zijn niet meer leverbaar. Op vraag van belangstellenden wordt het opstel van Piet Tommissen hier gepubliceerd. De talrijke voetnoten, die vaak nieuwe pistes aanreiken, werden om louter technische redenen weggelaten.

Henri-Floris JESPERS

 

IV

Alvorens verder te gaan is het nuttig erop te wijzen dat, in weerwil van zijn psychische problemen, O.G. zich op geen enkel moment op seksueel onbetuigd gelaten heeft. Zo schonk hem de Zwitserse schrijfster Regina Ullmann (1884-1961), achteraf een ‘vriendin’ van de bekende dichter Rainer Maria (von) Rilke (1875-1926), in juli 1908 een dochter, Camilla (1908-2000), die als kinderoppasje haar brood heeft verdiend. Een topprestatie leverde hij in 1916 toen hij een relatie had met de drie zusters Kuh (die drie broers hadden, waarvan er een, Anton [1891-1941], als letterkundige een zekere faam genoot); een van hen, Marianne (1894-1948), schonk hem een dochter, Sophie (1916-2005), die in 1945 de Britse ex-soldaat en grafoloog Simon Templer (oorspronkelijke naam: Groshut; 1914-1991), huwde. Wat voor de reeds aangehaalde ‘avonturen’ met de zusters von Richthofen gold, gaat evenzeer voor deze (en andere) gevallen op: O.G. zette zijn theorie in daden om. Hij ging daarbij consequent tewerk, want voor zijn vrouw vond hij een Ersatz-echtgenoot in de persoon van zijn vriend Ernst Frick (1881-1956): het nieuwe koppel ging – om het in modern taalgebruik te zeggen – een Lat-relatie aan en kreeg drie dochters, waarvan de oudste, Eva Verena (1910-2005), op aandringen van O.G. met de familienaam Gross door het leven is gegaan.

Voor O.G. liep alles min of meer gesmeerd, tot hij anno 1910 eens te meer in Ascona opdook. Hij was vergezeld van Sophie Benz (1884-1911), de dochter van een Münchense professor, met wie hij al vier jaar samenleefde en die van hem een kind verwachtte. Deze kunstenares leed aan een psychose en maakte aan haar leven een einde door vergif in te nemen. Zat O.G. daar voor iets tussen? In de pers werd de link gelegd met het oudere geval Hattemers. Gevolg: de politie zocht O.G. wegens hulpverlening bij het plegen van zelfmoord. Deze koos het hazenpad en vond onderdak bij een bevriende advocaat in Mendisio (Italiaanstalig Zwitserland), die hem, na vader Gross’ akkoord bekomen te hebben, in de plaatselijke instelling voor depressieven en alcoholiekers liet interneren. Het bleef bij een summiere behandeling, want in juni 1911 werd O.G. ‘ontslagen’. Doch onmiddellijk meldde hij zich vrijwillig in de gelijkaardige Weense instelling, Am Steinhof, waar hij evenmin lang gebleven is.

Met vriend Mühsam had O.G. het plan opgevat, in Ascona een vrije hogeschool voor anarchisme op te richten, maar dat plan ging uiteindelijk niet door. Er weze en passant vermeld dat het niet uitgesloten is dat O.G. eerder – in Amsterdam of in Ascona? – met Peter Kropotkin (1842-1921), de bekende goeroe van een anarchistische stroming van het soft-type (cf. de leer van de wederzijdse hulp), had kennis gemaakt. Wat er ook van zij, het is niet duidelijk of het mislukt plan, gevoegd bij de politionele dreiging, er O.G. heeft toe aangezet zich in 1913 naar Berlijn te begeven. In ieder geval sloot hij zich daar bij de revolutionaire groep Aktion van Franz Pfemfert (1879-1954) aan en schreef voor haar gelijknamig weekblad enkele merkwaardige bijdragen. Ik geloof niet dat men mag zeggen dat hij op expressionistische auteurs en schilders een stempel heeft gedrukt, maar hij heeft er wel een paar sterk beïnvloed; de grote uitzondering was Ludwig Rubiner (1881-1920), die zijn revolutionair credo tot tweemaal toe op de korrel nam (verwijt: de psychoanalyse is een techniek en de psychoanalytici moeten binnen de muren van hun kliniek blijven; men denke aan Freuds hoger aangehaalde uitspraak) en hem tot het schrijven van tegenartikels noopte.

Schone liedjes duren nooit lang. Hoe het in zijn werk is gegaan, d.i. of vader Gross er voor iets heeft tussen gezeten, weten we niet precies, maar vast staat dat O.G. in november werd aangehouden, uit Pruisen verbannen en onder politiebewaking naar de grens gebracht, alwaar Oostenrijkse ambtenaren klaar stonden om hem in het krankzinnigengesticht Tulln bij Wenen af te leveren. Vader Gross, die tot dan toe zijn zoon financieel bijgestaan en hem voor zijn bestwil ontwenningskuren aangeraden of verplicht had ze te ondergaan, nam de kans waar om zijn z.i. geestesgestoorde telg onder curatele te laten stellen. Gerechtelijke instanties gaven hem gelijk en stelden hem als voogd aan.

Tegen dat alles kwam, onder impuls van o.m. de vrienden Mühsam en Franz Jung en – wat hem tot zeer strekt – contrahent Rubiner, een internationale campagne op gang; in talrijke bladen (ook Franse) werd door auteurs en kunstenaars (onder hen de Franse letterkundigen Blaise Cendrars [ps. Van Frédéric-Louis Sauser; 1887-1961] en – uitermate belangrijk – Guillaume Apollinaire [eig. Guillaume Kostrowitzky; 1880-1919]) tegen de als willekeurig bestempelde arrestatie en haar gevolgen geprotesteerd. De in Wenen gevestigde Akademische Verband für Literatur und Musik liet een pamflet drukken en er 10.000 exemplaren van verspreiden. Er werd een gewelddadige bevrijdingspoging gevreesd en O.G. belandde in het Silezische krankzinnigengesticht Troppau, dat hij begin juli 1914 mocht verlaten. Overigens eindigde de protestactie in mineur, omdat O.G. zijn internering in een brief aan het college voor curatelen legitimeerde.

Gedurende W.O. I werkte hij als arts in verschillende militaire hospitalen en kon zijn gedeserteerde vriend Franz Jung een ontlastend attest bezorgen. Uit de oorlogsperiode zijn drie gebeurtenissen vermeldenswaard: (a) vader Gross stierf in december 1915 en liet een weduwe en een erfenisprobleem achter; (b) in juli 1917 troffen O.G., Kafka en Max Brod (1884-1968) zich in Praag; (c) O.G. vulde een aflevering van het door Franz Jung in Berlijn opgerichte tijdschriftje Die freie Straße. In oktober 1918 dook O.G. opnieuw in Berlijn op en trok in bij het echtpaar Franz Jung. Na de gebeurtenissen in Rusland na 1917 werd hij afgekeurd om in de prille Sovjetunie te gaan helpen bij de bestrijding van epidemieën, en moest aan de Hongaarse grens rechtsomkeert maken, omdat admiraal Miklós von Horthy (1868-1957) net een einde had gemaakt aan het communistisch bewind van Béla Ku[h]n (1886-1938) dat welgeteld 133 dagen had geduurd.

Tussendoor publiceerde O.G. in tijdschriften zoals Sowjet (Wenen) en Die Erde (Berlijn) een paar fundamentele teksten, o.m. over het probleem van het parlementarisme, waaruit blijkt dat hij zijn  ‘psychoanalytisch anarchisme’ nog verstrakt had. Dit keer beïnvloedde O.G. een paar Berlijnse dadaïsten, o.m. Raoul Hausmann (1886-1971) en de kunstenares Hannah Höch (1889-1978). Doch langzaam maar zeker ging het met hem bergafwaarts: armoede was troef, cocaïne en morfine kostten geld dat hij niet bezat en zijn gestel geraakte almaar meer ondermijnd. Na een woelige discussie met vrienden die hem weigerden drugs te bezorgen, werd O.G. in een steegje in comateuze toestand gevonden en naar het sanatorium van Pankow gebracht. Te laat: hij overleed aan een met ondervoeding (belangrijk om weten: O.G. was van kindsbeen af vegetariër) gepaard gaande longinfectie en werd – o ironie van het noodlot – op een joods kerkhof begraven… Een paar uitzonderingen niet te na gesproken lieten de Duitse kranten verstrek gaan, d.i. ze vertikten het een necrologisch artikel te brengen.

 

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Anthony Templer 18/10/2009 15:03


My mother, Sophie Templer, daughter of Otto Gross, is mentioned on http://mededelingen.over-blog.com/article-23742224-6.html - next to her name is the notation (1916-2005) but she didn't pass away
in 2005 - she is still as of this date very much alive and making plans for her 93rd birthday celebration this coming November.


CDR-Mededelingen 31/10/2009 04:09


L.S.
Thanks voor your esteemed reaction. I wrote a letter to the author of the article, prof. em. dr. Piet Tommissen and shall publish a rectification on line and in print.
Yours,
Henri-Floris Jespers
honSec'yCDR
hfj@skynet.be


Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche