Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
7 octobre 2008 2 07 /10 /octobre /2008 07:00

Op de vraag om bijkomende reactie over de beslissing van het Vlaams Fonds voor de Letteren het tijdschrift Gierik niet langer te subsidiëren, kregen we van Guy Commerman  een apoloog die we hierna publiceren (en uiteraard opgenomen zal worden in de Mededelingen van het CDR).

(HFJ)

 

Het tijdschriftenlandschap

 

Het heeft me heel wat kopbrekens bezorgd. Ik heb het daarom ook aan menigeen gevraagd. Niemand kon me een sluitend antwoord geven. Nu ja, zo wat vage omschrijvingen omtrent invloed en beschikbaarheid, maar een concrete, alles verklarende invulling van het begrip kreeg ik nergens te horen. ‘De bijdrage van het tijdschrift aan het tijdschriftenlandschap is te beperkt.’ Dat schreven tijdschriftenadviseurs. Nergens stond vermeld hoe men tot dat besluit gekomen was. Geen enkel voorbeeld, geen enkele bewijsvoering, geen enkel argument. Wat doe je met zo’n gratuite zinsnede? Daar sta je dan, in dat onbeschrijfelijke landschap, want zeggen de Fransen: un paysage n’est nullement un pays sage. Dus gingen we op zelfonderzoek, er zat niets anders op.

Aangezien men het over een landschap had, zouden we dus maar verder van deze ecologische beeldspraak gebruik maken. Een literair landschap is slechts boeiend, interessant, mysterieus en avontuurlijk als er een zo groot mogelijke diversiteit van gewassen en bomen in terug te vinden is. De hoogte van de bomen, de soorten, de spanwijdte van de takken, de verschillen in ouderdom, de opeenvolging van de jaarringen spelen hoegenaamd geen rol in de beoordeling van het landschap. De mogelijke vruchten van de bomen (eikels, beukennootjes, appels, pruimen, abrikozen, kersen, katjes, bramen, kastanjes ...) wijzen op een onuitputtelijk smakenpalet. De wortels spreiden zich in breedte en diepte en wroeten zich voorwaar een weg naar om het even waar er water is. Hier en daar sieren zelfs enkele bloemen de hoofden van de woudbewoners (magnolia’s, goudenregen, acaciabloemen, bloesems allerlei). Elke bast is anders, met veel en weinig barst, maar niet te min om een liefdesverklaring in het hart te kerven en te dragen. Kortom, geen enkele boom neemt een blad voor de mond. Al wie wil groeien en bloeien in dergelijk bladgrondlandschap krijgt alle kansen, groeikrampen inbegrepen. Niemand wordt geveld, geveild, besneden, gesnoeid of verbrand. Men mag zaaien en planten en enten en oogsten, overal en in het wilde weg. Er is niet één plaats die geen plaats kan bieden. U merkt op dat ik het alleen maar over bomen heb? Inderdaad, ik had over hun kruinen gezien: in dit landschap krioelt het vanzelfsprekend van bosschages, onderhout, varens en mossen en hier en daar wordt zelfs een toefke onkruid geduld. Een kale plek, waar de zon even mag meespelen, ontbreekt niet in het schouwspel. En dan overal bloemen: een boeket van bosviooltjes, meiklokjes, boterbloemen en lelietjes-vandalen. Enkele geleerde paddestoelen bieden onderdak aan zwammende kabouters. Mocht de literatuur zich thuisvoelen in dit landschap, dan wil ik er zelfs over schrijven. Wat ik dus ook doe. Een literair tijdschrift lezen in zo’n landschap moet deugddoend zijn. Beide bestaan en ademen aldus in eenheid, spreken dezelfde taal. Het landschap wordt een letterenhuis met duizend ramen en deuren, die voortdurend openstaan, waar iedereen binnen en buiten loopt, kan vertoeven, opleven en inspiratie opdoen. Een uitgelezen plek om de tijd op schrift te stellen, als tijdschrift bijvoorbeeld.

Dan bestaat er ook de andere opvatting. Dat een tijdschriftenlandschap moet beantwoorden aan herkenbaarheid, aan ordening, onderhoud (met een ‘d’ deze keer), essayistische monocultuur en streng prozaïsch beheer. Kortom, een toonbeeld van literaire homogeniteit. Enkel de erkende boomsoorten mogen in rechte rijen worden aangeplant, elke stam met de nodige meters afstand gescheiden van de volgende stam. Streng, onafgebroken bosbeheer ontmoedigt elke vorm van wildgroei. Een toevallig verdwaalde plant, die niet gepland was (weer met een ‘d’) wordt zonder letterkundig pardon gerooid en afgevoerd, aangezien zijn bijdrage tot het landschap als minderwaardig en verstorend wordt ervaren. In het midden van dit landschap werd een brede, wandelweg van verharde aarde aangelegd, die het kuieren veilig stelt zonder gevaar om zich te schrammen aan een wispelturige, ongehoorzame tak of te wulps doornroosje. Voorwaar een landschap voor alle mogelijk angsthazige academici en hun bevriende recensenten die zich aan de vooraf strikte en veilige regeltjes wensen te houden en zeker niet in een literair oerwoud wensen te verdwalen, waar allerlei ongekende en ongetemde gevaren loeren. Wat men al kent, biedt zekerheid en veiligheid. Wat niet dadelijk herkend wordt, wordt ook niet erkend. In dergelijk landschap ontmoet iedereen iedereen op de veilige wandelweg en niemand loopt iemand in de weg. Iedereen kent iedereen en loopt nooit verloren, want er is altijd wel iemand die de juiste weg wijst. In geval van nood is er nog altijd de boswachter, die zich als gewillige adviseur aandient. Hij weet alles over de hoge bomen, zelfs de namen van de stamvaders en hoe statig en eerbiedwaardig ze constant blijven groeien en wegens hun onfeilbare getrouwheid aan de natuurlijke aard der literaire dingen uiteindelijk zullen worden gelauwerd, zelfs als ze geen laurierboom zijn. Als nieuwe aanplanting in dit landschap debuteren is haast ondenkbaar, tenzij in de schaduw van een bekroonde woudreus. Doodgewone lezers en abonnees mogen dit elitaire park slechts betreden bij vertoon van een bijzonder commissiepasje dat in zeer uitzonderlijke omstandigheden als aanmoediging en stimulans wordt verleend. Voorwaarde is echter dat men na het bezoek geen kritiek op het conceptuele aspect van het landschap mag leveren. Een literair tijdschrift dat zich niet aanpast aan deze literaire bestaanszekerheid wordt in de op regelmatige afstand geplaatste vuilnisbakken op het vooraf getraceerde wandelparcours onverbiddelijk gedumpt. De boswachter zorgt wel voor de dagelijkse schoonmaak. Opgeruimd staat netjes, zingt hij opgeruimd. Allons écrivains de la patrie ... of zoiets van die aard, je ne trouve pas le terme exact.

Het is overduidelijk, nu weet ik het: er bestaan dus twee soorten van tijdschriftenlandschap. Een onbeschrijfelijk en een onbeschreven, een voor woudlopers en een voor boswachters, een voor lettervreters en een voor letterproevers.

Jammer dat van al die bomen na verloop van tijd ook nog papier wordt gemaakt. Maar laten we ons daar vooral niet te ‘bedrukt’ over maken. Een onbeschreven blad vindt zijn weg wel. Gisteren ontmoette ik nog een boswachter die paniekerig rondtuurde. De WEG kwijt?, vroeg ik hem. Hij begreep niet wat ik bedoelde, ik heb hem toch maar voortgeholpen. Je haalt toch niet de ‘kaas’ van iemand zijn brood... Ik bood hem ook mijn tijdschriftenschandlap aan.

Guy COMMERMAN

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche