Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
11 septembre 2008 4 11 /09 /septembre /2008 04:08

Francophonie vivante (december 2007), het tijdschrift van de « association Charles Plisnier » wijdt heel wat aandacht aan De la guerre de l’ombre aux ombres de la guerre (Brussel, Labor, 2004) van Laurence van Ypersele en Emmanuel Debruyne, met de medewerking van Stéphanie Claisse.


De auteurs buigen zich over de vaak verwaarloosde zoniet vergeten geschiedenis van de spionageactiviteiten van Belgen en Fransen uit de noordelijke departementen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voor rekening van de Belgische, Franse en vooral Britse geheime diensten waren in het bezette gebied zesduizend (karig betaalde) agenten actief.

Het landschap van de sluikbladen in België tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt geschetst door Stéphane Brabant.

Naar aanleiding van haar jongste boek, Lydia, l’éclat de l’inachevé (ten zeerste aanbevolen...) en van De la guerre de l’ombre aux ombres de la guerre stelt Huguette de Broqueville dat de roman, als genre, beter dan het essay bij machte is ‘de feiten uit het verleden te belichamen en tot leven te brengen’.

En ce qu’il diffère de l’essai ou de la biographie, le roman a le pouvoir de plonger au cœur du mentir-vrai de la création littéraire. Comme le chat qui lèche et couture de salive chaque poil de chaque morceau de son corps, sur la trame du déjà-tout-fait, sur le canevas de la réalité, nous assistons aux joyeux mensonges d’une langue mouillée de non-savoir. Car c’est là que se passe la création littéraire, au sein du non-savoir, à la strate la plus profonde, ce point intime et ultime de l’étincelle et sa mise à mots. Le long et allègre processus de la mise à mort du néant, même si le créateur l’a « oublié », le roman seul a le pouvoir de le saisir et de l’élaborer. À cet égard, j’adhère totalement à l’opinion de Broch et de Kundera : « la raison d’être du roman est de dire ce que lui seul peut dire. » Ce petit quelque chose qui fait qu’on y croit. Qui touche à l’intime de l’être.


Kenneth White stelde dat we te vaak doof blijven voor de muziek der landschappen. Ze beheerst de aflevering van maart van Francophonie vivante: geschilderde landschappen, stadslandschappen, landschappen uit de wereld der slapeloosheid, landschappen van over het graf…

In ‘Feuilleter le paysage urbain en littérature belge actuelle’ neemt Michel Voiturier de lezer op sleeptouw van Brussel naar Lissabon, van Charleroi naar Praag en van Antwerpen naar Rome. Zo ontmoeten we onder meer Jean-Baptiste Baronian, Jean-Pierre Verheggen, Jacques-Gérard Linze, Werner Lambersy en, uiteraard, Guy Vaes.

Wanneer Pierre Loze beweert dat hij de neiging vertoont ‘à voir la ville comme une sorte de livre ouvert qu’il suffisait de décrypter’, dan stapt hij in de voetstappen van Marcel Proust die in het woord vooraf tot zijn vertaling van John Ruskin schreef: “Une cathédrale n’est pas seulement une beauté à sentir. Si même ce n’est plus un enseignement à suivre, c’est du moins un livre à comprendre”. De lectuur van de stad stond trouwens al centraal in Notre-Dame de Paris van Victor Hugo.[1]

De eenvoudige opsomming van plaatsnamen in de poëzie fascineert Pierre Guérande die er een boeiende en verhelderende studie over publiceert onder de titel ‘Tout reposait dans Ur et Jerimadeh’ (een vers van Victor Hugo). Quand le nom seul tient déjà lieu de paysage...

Denken we hier aan ‘Toi qui pâlis au nom de Vancouver’ van Marcel Thiry of, in de Nederlandse literatuur, aan de poëzie van Hendrik Carette. ■

 

Francophonie vivante, driemaandelijks tijdschrift, 80 p., ill. Jaarabonnement : 25 € - Buitenland : 28 €. Te storten op rekening 000-0077863-69 of IBAN BE 71 0000 07786369 BICBPOTBEB 1 van Association Charles Plisnier, Jozef II-straat, 18, B 1000 Brussel.

Losse nummers : 10 € - Buitenland : 13 € (portkosten inbegrepen).



[1] Cf. Henri-Floris JESPERS,  Guy Vaes ou les mystères de Londres, in : Le Courrier d’Anvers, 30 janvier 1964 ; De stad als metafoor. Een proeve van aarzelende benadering, in: De Tafelronde, XV, nr. 2, zomer 1970, pp. 34-37; De stad als metafoor, in : Diogenes, VI, nr. 4 april 1990, pp. 39-44.

 

 

 

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche